[naam], eiser,
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S. Faber),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).
Inleiding
1. De minister heeft op 2 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 met behulp van telehoren op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn op het detentiecentrum Rotterdam verschenen. Er is geen tolk verschenen. De gemachtigde van eiser heeft met toestemming van eiser getolkt. Eiser heeft afgezien van zijn recht te worden gehoord. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst, zoals volgt uit de uitspraak van 19 november 2025. In dit beroep is daarom van belang wat er sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 14 november 2025 is gebeurd.
Wat vindt eiser?
3. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. Zijn nationaliteit is weliswaar recent bevestigd, maar er is nog geen lp toegezegd en het is onduidelijk op welke termijn dit kan worden verwacht. De nationaliteitsbevestiging is geen garantie dat een lp zal worden verstrekt. Daarnaast is er veel onduidelijk over de laatste ontwikkelingen. Zo zou eiser een vlucht met vertrek aankomende maandag zijn aangezegd. Tot slot merkt eiser op dat de bewaring al erg lang duurt.
Wat vindt de minister?
4. De nationaliteit van eiser is op 22 november 2025 door de Algerijnse autoriteiten bevestigd. Eiser heeft vervolgens in het vertrekgesprek van 26 november 2025 kenbaar gemaakt gepresenteerd te willen worden. Eiser moet die gelegenheid worden geboden. Maar dit betekent wel dat er in afwachting van de presentatie geen verdere stappen gezet kunnen worden. De minister verstuurt regelmatig rappels over het verzoek om een presentatie, voor het laatst op 27 november 2025. Van een vlucht aankomende maandag was en is volgens de minister geen sprake.
Oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting naar Algerije in het algemeen en ook specifiek voor eiser niet ontbreekt. Het wachten is op de door eiser verzochte presentatie. Er is geen indicatie dat er niet spoedig daarna een lp zal worden verstrekt, waarna ook een vlucht kan worden geboekt. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de onder 4. geschetste gang van zaken voldoende voortvarend is. Tot slot heeft eiser de lange duur van de bewaring deels aan zichzelf te wijten door het gebrek aan medewerking. De beroepsgronden slagen niet.
6. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.