ECLI:NL:RBDHA:2025:24483

ECLI:NL:RBDHA:2025:24483, Rechtbank Den Haag, 10-11-2025, NL25.52052

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-11-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer NL25.52052
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De minister heeft, ondanks de late indiening van enkele stukken, de informatieplicht op grond van de artikelen 8:42 van de Awb, 94 van de Vw 2000 en 8.4 van het Procesreglement bestuursrecht niet geschonden. De meeste informatie is tijdig ingediend. Slechts het verslag van een vertrekgesprek van 27 oktober 2025 had eerder kunnen, en dus moeten worden ingediend. De piketmelding is pas op de dag van de zitting geupload, maar de gemachtigde heeft de piketmelding op 22 oktober 2025 aanvaard. Eiser is daardoor dus niet in zijn procesbelang geschaad. De rechtbank neemt in aanmerking dat eiser steeds inhoudelijk op de later ingediende documenten heeft kunnen reageren. Inderdaad ontbreekt het ‘standaardformulier melding overdracht’, maar de voortgangsrapportage bevat alle relevante informatie over de overdracht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.52052

(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),

en

(gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Bij besluit van 22 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De minister heeft op 30 oktober 2025 de maatregel van bewaring opgeheven, omdat eiser is overgedragen aan Duitsland.

De rechtbank heeft het beroep op 3 november 2025 op zitting behandeld. Eiser en de minister hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Informatieplicht

1. Eiser wijst er op dat de minister stelselmatig de informatieplicht als bedoeld in artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) schendt omdat hij er vaak niet in slaagt tijdig een volledig dossier aan te leveren. Deze werkwijze levert een schending van het beginsel van fair trial op. Eiser wijst ook op artikel 8.4 van het Procesreglement bestuursrecht (Procesreglement) waaruit volgt dat de op de zaak betrekking hebbende stukken tijdig overgelegd dienen te worden. Ter zitting heeft eiser in het bijzonder gewezen op de piketmelding die pas op de dag van de behandeling van het beroep op zitting door de minister aan het digitale dossier is toegevoegd. Ook heeft hij er op gewezen dat het ‘standaardformulier melding overdracht’, waarmee de minister de overdracht van eiser aan de Duitse autoriteiten heeft medegedeeld, ten onrechte niet aan het dossier is toegevoegd.

2. Voor zover het bericht van 28 oktober 2025 moet worden gezien als beroepsgrond ter zake van schending van de informatieplicht op grond van de artikelen 8:42 van de Awb, 94 van de Vw 2000 en 8.4 van het Procesreglement bestuursrecht slaagt deze niet. De minister heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken op 24 oktober 2025 ingediend met uitzondering van de gedingstukken, die in het digitale dossier van de rechtbank zijn genummerd met 26 tot en met 37. De stukken 26, 27 en 28 zijn op 29 oktober 2025 om 17.00 uur ingediend, en betreffen het claimakkoord, het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser en het besluit tot verlengen van de overdrachtstermijn. Dat deze documenten een uur na het tijdstip, genoemd in het procesreglement, zijn ingediend acht de rechtbank onvoldoende voor het oordeel dat eiser door deze overschrijding in zijn processuele belangen is geschaad. De stukken 29 tot en met 37 zijn op 30 en 31 oktober 2025 ingediend en betreffen voor zover relevant de voortgangsrapportage, de opheffing van de maatregel van bewaring op 30 oktober 2025, en het verslag van het vertrekgesprek van 27 oktober 2025. Alleen ten aanzien van dat laatste verslag kan staande worden gehouden dat dit voor het tijdstip, bedoeld in het procesreglement had kunnen worden overgelegd. Blijkens het verhandelde ter zitting heeft eisers gemachtigde desondanks een inhoudelijk standpunt over dit document ingenomen. Voorts was het tijdstip van indiening niet zo laat en het document niet zo omvangrijk dat eiser daardoor in zijn processuele belangen is geschaad. De piketmelding is inderdaad pas op 3 november 2025 aan het dossier toegevoegd, maar ook daardoor eis eiser niet in zijn processuele belangen geschaad. Eisers gemachtigde heeft de piketmelding blijkens dat gedingstuk immers op 22 oktober 2025 om 18.09 uur aanvaard. Hoewel eiser er terecht op heeft gewezen dat de minister het ‘standaardformulier melding overdracht’ niet aan het digitale dossier heeft toegevoegd, kan uit het voortgangsrapport worden opgemaakt dat eisers gemachtigde op 27 oktober 2025 op de hoogte is gesteld van de overdrachtsgegevens en heeft de minister ter zitting toegelicht dat op dezelfde dag de overdracht aan de Duitse autoriteiten is aangekondigd. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt op dit punt dus geen relevante informatie in het dossier.

Omvang van het geding

3. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

De gronden van de maatregel van bewaring

4. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de maatregel nodig was, omdat een concreet aanknopingspunt bestond voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zou onderduiken. De minister heeft als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij/zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4c. geen vaste woon- of verblijfsplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser heeft de feitelijke juistheid van de gronden niet bestreden, en evenmin betwist dat deze gronden de maatregel kunnen dragen. De rechtbank ziet ambtshalve geen grond voor een ander oordeel.

Voortvarendheid

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat hij daardoor twee dagen langer dan nodig in vreemdelingenbewaring heeft doorgebracht. Uit het claimakkoord volgt dat de Duitse autoriteiten wensen dat een Dublinoverdracht drie werkdagen van tevoren wordt aangekondigd. De Nederlandse autoriteiten hadden de overdracht volgens eiser op de dag van de inbewaringstelling, 22 oktober 2025, gelijk bij de Duitse autoriteiten aan kunnen kondigen, waardoor de grensoverdracht drie werkdagen later op 27 of anders 28 oktober 2025 had kunnen plaatsvinden. Eiser wijst er verder op dat het tweede vertrekgesprek op 27 oktober 2025 zinloos is geweest. De overdracht had ook onmiddellijk na het eerste vertrekgesprek ingepland kunnen worden, en dan had eiser twee dagen eerder kunnen worden overgedragen aan Duitsland.

In wat eiser aanvoert ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister voorafgaand aan de opheffing van de bewaring onvoldoende voortvarend aan de overdracht van eiser heeft gewerkt. Eiser is op 22 oktober 2025 in bewaring gesteld. De minister heeft op 24 oktober 2025 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Uit het door de minister aan het dossier toegevoegde voortgangsrapport volgt dat er op diezelfde dag een planverzoek landoverdracht Duitsland is verzonden aan de DT&V en dat eisers gemachtigde vervolgens op 27 oktober 2025 van de overdrachtsgegevens in kennis is gesteld. Op 27 oktober 2025 heeft tevens een vertrekgesprek plaatsgevonden. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat dit vertrekgesprek zinloos is geweest, aangezien eiser in dit gesprek op de hoogte is gebracht van zijn overdracht en in de gelegenheid is gesteld om eventuele bijzonderheden rondom de overdracht te bespreken. Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank niet in dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, te meer nu de minister er ter zitting terecht op heeft gewezen dat geen sprake is geweest van een geplande inbewaringstelling. Het tweede vertrekgesprek op 27 oktober 2025, waarin eiser van de voorgenomen overdracht in kennis is gesteld, heeft de feitelijke overdracht van eiser aan Duitsland niet vertraagd.

Conclusie

6. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaand aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geworden. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F.C.J. Mosheuvel, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Noord, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 10 november 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.F.C.J. Mosheuvel

Griffier

  • mr. J.M. van Noord

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?