RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47666
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),
en
Procesverloop
Bij besluit van 30 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep.
2. Uit het bericht van 13 november 2025 van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) volgt dat eiser met de IOM op 12 november 2025 naar Turkije is teruggekeerd. Bij dit bericht is ook een door eiser getekende vertrekverklaring bijgevoegd waarin eiser verklaart dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat zijn openstaande procedures worden beëindigd.
3. Nu eiser blijkens de vertrekverklaring is vertrokken naar zijn land van herkomst en hij met die vertrekverklaring heeft verklaard dat zijn openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd, en dit niet door of namens hem is betwist, is de rechtbank van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.