RECHTBANK Den Haag
Team handel – voorzieningenrechter
Zaak- /rolnummer: C/09/694818 / KG ZA 25-1145
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[de vrouw] te [woonplaats],
eiser,
advocaat: mr. A. Hayaty te Den Haag,
tegen:
[de man] te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat: mr. M.S. Polat te Rijswijk.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;- de nadere producties van de vrouw;- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ter zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2017 in [land].
De vrouw heeft bij deze rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend.
Vervolgens hebben partijen over en weer de rechtbank verzocht om verschillende voorlopige voorzieningen te treffen. Bij beschikking van 24 juli 2025 heeft de rechtbank onder meer bepaald dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning.
Partijen hebben tijdens hun huwelijk schulden opgebouwd. In verband met een aantal van die schulden is executoriaal beslag gelegd op twee voertuigen die tot de huwelijke gemeenschap behoren, te weten een Fiat Ducato met kenteken [kenteken 1] en een Mitsubishi Grandis met kenteken [kenteken 2] (hierna afzonderlijk te noemen: de Fiat en de Mitsubishi en gezamenlijk: de voertuigen). Het beslag op de Fiat is gelegd door Netpoint Factoring B.V. (hierna: Netpoint) en het beslag op de Mitsubishi door de [gemeente] (hierna: de Gemeente). De voertuigen staan op naam van de vrouw geregistreerd.
In verband met verkeersovertredingen die met de voertuigen zijn begaan zijn in 2024 en 2025 (tot in ieder geval september 2025) verschillende boetes opgelegd. Het gaat om boetes voor te hard rijden, het niet verzekerd zijn van de voertuigen en het niet betalen van tol en parkeerkosten. Ook de Motorijtuigenbelasting 2024 en 2025 is (gedeeltelijk) niet betaald. In verband hiermee zijn door onder andere het CJIB diverse aanmaningen gestuurd en heeft de belastingdienst naheffingsaanslagen opgelegd en dwangbevelen uitgevaardigd aan de vrouw.
3. Het geschil
De vrouw vordert – zakelijk weergegeven – dat de man wordt veroordeeld tot (i) overdracht aan de vrouw van de voertuigen, inclusief autosleutels, reservesleutels, kentekenpas en tenaamstellingsbewijs, op straffe van voldoening van een dwangsom van € 50,- voor iedere dag dat de man hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,- en (ii) betaling van de kosten van het geding.
Daartoe voert de vrouw – samengevat – het volgende aan. In verband met huwelijkse schulden is executoriaal beslag gelegd op de twee voertuigen die tot de huwelijkse goederengemeenschap behoren. De vrouw moet de Mitsubishi aan de beslaglegger overhandigen en de Fiat voor de beslaglegger verkopen (met afgifte van de opbrengst), maar nu beide voertuigen feitelijk in het bezit zijn van de man en hij weigert ze af te geven, is zij daartoe niet in staat. Naast dat zij zich hierdoor mogelijk schuldig maakt aan strafbaar handelen zorgt dit er ook voor dat de schulden verder oplopen. Een onmiddellijke beslissing van de voorzieningenrechter is daarom volgens de vrouw noodzakelijk.
De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling
rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De voorzieningenrechter past in deze kort geding Nederlands recht toe. Partijen zijn het er ook over eens dat de in deze procedure ingestelde vorderingen naar Nederlands recht moeten worden beoordeeld.
spoedeisend belang
De vrouw heeft gesteld dat zolang de voertuigen niet aan de beslagleggers worden afgegeven, althans ten behoeve van de beslagleggers worden verkocht, de schulden steeds verder oplopen. Dit komt niet alleen door dat de rente over de openstaande bedragen doorloopt, maar ook doordat de man blijft doorgaan met het maken van verkeersovertredingen met de voertuigen. Volgens de vrouw worden bovendien de verzekeringspremies van de voertuigen niet betaald en zijn de voertuigen ook niet meer APK-gekeurd. Ook dit brengt, nu de voertuigen op haar naam staan, financiële risico’s met zich die de vrouw gelet op haar beperkte inkomen niet kan dragen. Haar financiële situatie laat het daarnaast niet toe dat de schulden aan de beslagleggers op een andere wijze (gedeeltelijk) worden ingelopen, om zo verkoop van de voertuigen te voorkomen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw hiermee voldoende toegelicht dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen.
inhoudelijke beoordeling
Bij de beoordeling van de vorderingen van de vrouw stelt de voorzieningenrechter voorop dat de man op zichzelf niet heeft betwist dat, zoals de vrouw stelt, tijdens het huwelijk, gemeenschappelijke schulden zijn ontstaan. Evenmin heeft hij (gemotiveerd) betwist dat de schulden in verband waarmee de beslagen zijn gelegd gemeenschappelijk zijn. De voorzieningenrechter neemt dat aldus tot uitgangspunt. Daarnaast zijn partijen het erover eens dat de voertuigen onderdeel uitmaken van de tussen hen bestaande huwelijksgoederengemeenschap. Anders dan de man meent, staat dat laatste op zichzelf niet in de weg aan een eventuele toewijzing van de vordering. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk dat de vorderingen van de vrouw gericht zijn op voldoening van voor rekening van de gemeenschap komende schulden. Dat toewijzing van de vordering onomkeerbare gevolgen kan hebben, maakt een en ander niet anders.
Bij de beoordeling van de vorderingen neemt de voorzieningenrechter verder als uitgangspunt dat de financiële situatie van de vrouw het niet toelaat dat zij de schulden ter zake waarvan de beslagen zijn gelegd, zelf afbetaalt. De man heeft deze stelling van de vrouw immers niet gemotiveerd weersproken.
De vrouw stelt dat zij gehouden is tot afgifte van de Mitsubishi aan de deurwaarder die namens de Gemeente beslag heeft gelegd ten behoeve van de (openbare) verkoop van het voertuig. Uit het door haar overgelegde proces-verbaal blijkt dat de verkoopdatum aanvankelijk was bepaald op 30 april 2025. De vrouw heeft toegelicht dat de verkoop op die datum geen doorgang heeft gevonden, omdat de man het voertuig niet heeft willen afgeven. Het is de Gemeente tot op heden ook zelf niet gelukt het voertuig op te halen, omdat de man het voertuig steeds verplaatst. De vrouw heeft voldoende aannemelijk gemaakt de Gemeente niettemin nog altijd wil overgaan tot executieverkoop van het voertuig en in verband daarmee van haar verlangt dat zij de autopapieren en sleutel afgeeft. Voor de suggestie van de man dat de schuld waarvoor beslag is gelegd inmiddels wellicht (deels) is afgelost, ziet de voorzieningenrechter geen enkel aanknopingspunt. Tijdens de zitting heeft de vrouw verklaard dat zij een week voor de zitting telefonisch contact heeft gehad met de Gemeente en dat zij met de Gemeente heeft afgesproken dat zij contact opneemt zodra zij beschikt over de papieren en de sleutel. Gelet hierop heeft de vrouw een zwaarwegend belang bij afgifte van de Mitsubishi aan de Gemeente. Dat belang wordt versterkt door de omstandigheid dat de man niet gemotiveerd heeft weersproken dat hij (verkeers)overtredingen met dit voertuig blijft begaan, de verzekeringspremies van de voertuigen niet betaalt en het voertuig ook niet meer APK-gekeurd is. Hierdoor wordt de vrouw, op wier naam het voertuig staat, geconfronteerd met boetes en aanmaningen. Ook dit brengt financiële risico’s met zich voor de vrouw, die onweersproken heeft gesteld dat zij die gezien haar beperkte inkomen niet kan dragen.
Met betrekking tot de Fiat komt de voorzieningenrechter tot eenzelfde oordeel. De vrouw stelt dat zij met de beslaglegger heeft afgesproken dat zij het voertuig zelf moet verkopen en de opbrengst daarvan aan de (deurwaarder van) Netpoint moet afdragen. Weliswaar heeft de vrouw het bestaan van die afspraak op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt (in de overgelegde stukken is daarvoor geen bevestiging te vinden), maar dat laat onverlet dat er geen enkele concrete aanwijzing is dat de schuld waarvoor beslag is gelegd inmiddels is voldaan. De voorzieningenrechter houdt het er dan ook voor dat ook deze schuld nog niet (volledig) is voldaan en dat de vrouw dus ook een spoedeisend belang heeft bij afgifte van dit voertuig aan de beslaglegger. Ook hier geldt dat dit belang des te zwaarder weegt nu zij ook voor wat betreft dit voertuig wordt geconfronteerd met boetes en aanmaningen.
De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw met betrekking tot de voertuigen toewijzen op de hierna te melden wijze. De vrouw wil dat de man de voertuigen (inclusief sleutels en papieren) aan haar overdraagt, maar hij zal worden veroordeeld om dat direct aan de deurwaarder te doen. Dat komt de voorzieningenrechter in dit geval het meest praktisch en efficiënt voor.
De man wordt dus niet gevolgd in zijn verweer dat de door de vrouw gevraagde voorzieningen disproportioneel, niet noodzakelijk en in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn. De man heeft niet toegelicht waarom hij de door zijn eigen gedragingen met de voertuigen veroorzaakte boetes en verhogingen niet betaalt en hij heeft evenmin aangeboden dit op korte termijn alsnog te zullen doen. Ook heeft hij niet aangeboden mee te helpen aan het aflossen van de schulden ter zake waarvan de beslagen op de voertuigen zijn gelegd. Bij die stand van zaken weegt het belang van de vrouw bij afgifte van de voertuigen aan de beslagleggers, waarmee deze meteen uit de macht van de man zijn zodat er geen nieuwe boetes mee kunnen worden veroorzaakt, zwaarder dan het belang van de man de voertuigen te gebruiken om in te slapen en om zijn kinderen, die hoofdverblijf bij de vrouw hebben, in te vervoeren. Deze afgifte is gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden naar voorshands oordeel proportioneel en redelijk.
De voorzieningenrechter acht oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing met betrekking tot de voertuigen in de gegeven omstandigheden, aangewezen. De dwangsom zal worden opgelegd als gevorderd.
Gelet op de familierechtelijke relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt de man om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis de Mitsubishi Grandis met kenteken [kenteken 2], inclusief autosleutels, reservesleutels, kentekenbewijs en tenaamstellingsbewijs te overhandigen aan de belastingdeurwaarder van de [gemeente], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- per dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-;
veroordeelt de man om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis de Fiat Ducato met kenteken [kenteken 1], inclusief autosleutels, reservesleutels, kentekenbewijs en tenaamstellingsbewijs te overhandigen aan de deurwaarder van Netpoint Factoring B.V., te weten GGN Mastering Credit B.V., op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- per dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.