ECLI:NL:RBDHA:2025:24543

ECLI:NL:RBDHA:2025:24543, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL24.22158 en NL25.37274

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer NL24.22158 en NL25.37274
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Beroep tegen het niet inwilligen van een zelfstandige asielvergunning. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beleid ten aanzien van de teruggekeerde Syriër op eiseres van toepassing is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.22158 en NL25.37274

(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),

en

(gemachtigde: mr. E. Geçer).

1. Deze uitspraak gaat over het afwijzen van de asielaanvraag van eiseres, als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Syrische nationaliteit te zijn. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 april 2024 deze aanvraag ingewilligd in die zin dat zij een verblijfsvergunning krijgt op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef onder b van de Vw. Zij krijgt een zogenoemde afgeleide verblijfsvergunning, omdat haar moeder een verblijfsvergunning heeft gekregen. Eiseres krijgt geen zelfstandige asielvergunning.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dat besluit. Dit beroep staat bekend onder zaaknummer NL24.22158.

Naar aanleiding van de gronden van beroep heeft de minister eiseres op 7 augustus 2024 aanvullend gehoord. Op 16 oktober 2024 heeft de minister een voornemen uitgebracht. Eiseres heeft op 6 november 2024 en 28 mei 2025 zienswijzen ingediend. De minister heeft op 14 juli 2025 een aanvullend besluit genomen.

Daartegen heeft eiseres beroep ingediend en dat beroep staat bekend onder zaaknummer NL25.37274.

De rechtbank heeft de beroepen op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij bij terugkeer onder andere te vrezen voor problemen met haar ex-man. Ook vreest zij voor de onveilige situatie in Syrië.

Het besluit van 30 april 2024

4. In het besluit van 30 april 2024 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat eiseres uit Syrië komt op zichzelf niet genoeg is om een vluchteling te zijn dan wel om een risico op ernstige schade aan te nemen. De problemen met de ex-man zijn niet te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag.

Verder stelt de minister zich op het standpunt dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland geen reëel risico loopt op ernstige schade als hij een actieve aanhanger is van het regime dan wel indien hij eerder is teruggekeerd naar Syrië. De minister wijst in dit verband op de kamerbrief van 3 oktober 2022. In deze brief heeft de minister benoemd dat een terugreis naar Syrië wordt gezien als indicatie dat de vreemdeling niet de facto risico loopt op ernstige schade en niet (langer) internationale bescherming nodig heeft. De minister wijst ook op het beleid zoals neergelegd in paragraaf C7/33.4.4 van de Vc.

De minister wijst erop dat eiseres heeft verklaard dat zij tussen 2020 en 2021 Syrië heeft verlaten en naar Frankrijk en Libanon is gereisd. Zij is zonder problemen teruggekeerd naar Syrië. Daarom valt eiseres volgens de minister onder het beleid zoals hiervoor is benoemd. De omstandigheid dat eiseres niet uit eigen beweging is vertrokken, dat dit de keuze was van haar ex-man en dat eiseres hier geen eigen zeggenschap over had, doet daar volgens de minister niet aan af.

Het voornemen van 16 oktober 2024

5. In het voornemen van 16 oktober 2024 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiseres tijdens het aanvullend gehoor in de gelegenheid is gesteld om de vrees voor haar ex-man aannemelijk te maken. Hierin is zij niet geslaagd.

Ten aanzien van het reëel risico op ernstige schade wijst de minister op het besluit van 30 april 2024. Aanvullend wijst de minister op een uitspraak van de Afdeling waaruit volgt dat de minister uitgaat van een juiste bewijslastverdeling in de individuele beoordeling van het reële risico op ernstige schade ten aanzien van de zogenoemde teruggekeerde Syriërs en dat de bewijslast om het reële risico op ernstige schade aannemelijk te maken bij de vreemdeling ligt.

Ten aanzien van de stelling van eiseres dat haar terugkeer naar Syrië in een ander licht beoordeeld moet worden, omdat zij inmiddels is gescheiden en niet meer de bescherming van haar ex-man geniet, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiseres weliswaar heeft aangegeven dat hij de zoon is van de gouverneur van [stad] die een hoge positie bekleedt, maar dat van eiseres verwacht kan worden dat zij hier meer over zou kunnen verklaren dan wel dit zou kunnen onderbouwen met documenten. Eiseres is er niet geslaagd om aannemelijk te maken dat specifiek zijn positie voor eiseres persoonlijk tot problemen kan leiden.

Verder heeft eiseres verklaard dat zij destijds zonder problemen de grens kon passeren, vanwege de positie van haar ex-man. Maar, eiseres heeft ook aangegeven dat zij niet weet of andere mensen wel werden tegengehouden. Hieruit blijkt volgens de minister dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de reden dat eiseres destijds geen problemen ondervond bij haar terugkeer, te danken is aan de positie van haar ex-man. Het is aan eiseres om dit aannemelijk te maken. Verder overweegt de minister dat eiseres in 2023, nádat zij de echtscheiding had aangevraagd, zonder problemen Syrië heeft verlaten.

Eiseres heeft na dit voornemen op 6 november 2024 een zienswijze ingediend.

De val van het Assad-regime.

6. Na de val het Assad-regime heeft de minister in december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld ten aanzien van Syrië. De minister heeft op 14 mei 2025 aan eiseres een bericht verzonden waarin staat dat er vanwege dit besluit- en vertrekmoratorium nog geen aanvullend besluit is genomen. Gezien de gewijzigde situatie in Syrië stelt de minister eiseres bovendien in de gelegenheid om een aanvullende zienswijze in te dienen ten aanzien van de gevolgen die de val van het regime van Assad voor haar heeft.

Op 28 mei 2025 heeft eiseres opnieuw een zienswijze ingediend.

Het besluit van 14 juli 2025

7. In het aanvullende besluit van 14 juli 2025 gaat de minister opnieuw in op uitspraak van de Afdeling van 14 augustus 2024. De feiten en omstandigheden rondom de eerdere terugkeer zijn volgens de minister wel degelijk meegewogen in de beoordeling van de risico’s ten aanzien van terugkeer van eiseres naar Syrië.

De minister stelt dat de stelling in de zienswijze, dat het logisch is dat wanneer een Syrisch onderdaan een korte, toeristische en door de Syrische autoriteiten bij de grens gecontroleerde reis maakt, vergezeld door een hoge vertegenwoordiger van het Syrisch regime, dan wel de zoon van die hoge vertegenwoordiger, er bij terugkeer geen problemen te verwachten zijn, niet door eiseres is onderbouwd. De minister meent dat eiseres bovendien niet heeft te vrezen voor haar ex-man, omdat zij heeft verklaard dat zij niets van de ex-man heeft vernomen sinds het begin van 2022 tot haar vertrek in 2023.

Ten aanzien van de stelling van eiseres dat in deze zaak een ex-tunc beoordeling dient plaats te vinden, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat het uitgangspunt is dat bij het nemen van een besluit het recht moet worden toegepast zoals dat geldt op het moment waarop dit besluit genomen wordt, ook wanneer dit nadeliger is voor de betrokkene. De minister volgt eiseres dus niet.

De gronden beroep

Eiseres voert aan dat het beroep zich richt tegen het niet inwilligen van de aanvraag op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b van de Vw. Zij kan zich niet verenigen met de opvatting dat zij niet in aanmerking komt voor een zelfstandige asielvergunning.

Zij voert daartoe aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet aannemelijk is dat eiseres destijds geen problemen heeft ondervonden bij haar terugkeer naar Syrië. Zij had immers geen problemen, omdat zij werd begeleid door haar ex-man en omdat hij een bijzondere positie in Syrië heeft.

Eiseres bestrijdt verder het standpunt van de minister dat zij haar stellingen niet heeft onderbouwd. De minister miskent dat de positie van de vader van de ex-man niet is betwist. Ook bestrijdt eiseres het standpunt van de minister dat zij haar stelling dat zij geen inspraak had over haar vertrek uit Syrië niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister gaat immers uit van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres.

Verder is eiseres van mening dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van haar vlucht en ten tijde van het eerste besluit te vrezen had voor vervolging dan wel voor een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling van de zijde van haar ex-man en diens familie.

Eiseres heeft ter zitting het beroep met als kenmerk NL25.37274 ingetrokken, omdat het beroep met als kenmerk NL24.22158, op grond van artikel 6:19 van de Awb, ook wordt geacht te zien op het aanvullende besluit.

Wat oordeelt de rechtbank?

9. De minister heeft het beleid, zoals weergegeven onder 4.1, van toepassing acht op de situatie van eiseres. Uit de door de minister genoemde brief van 3 oktober 2022, het beleid zoals neergelegd in de Vc, zoals dat gold in de periode 3 maart 2023 tot en met 3 mei 2024 en uit het IB 2023/19 van 3 maart 2023, volgt dat de minister aannam dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland in beginsel een reëel risico liep op ernstige schade, tenzij de vreemdeling een actieve aanhanger van het regime is of uit de individuele feiten en omstandigheden is gebleken dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade. Hiervan is in het bijzonder sprake als de betrokkene na een eerder vertrek uit Syrië is teruggereisd naar Syrië.

Uit de toelichting bij het IB 2023/19 volgt dat redengevend voor het beleid is dat de betrokkene zelf voorafgaand aan zijn terugkeer heeft ingeschat wat de risico’s daarvan voor hem zijn, gelet op zijn persoonlijke situatie en dat terugkeer in zijn geval verantwoord was. Hij zal daarom zelf aannemelijk moeten maken waarom dat daarna anders is. Een beoordeling van het risico op ernstige schade blijft in die situatie een individuele toetsing.

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit beleid op eiseres van toepassing is. Daartoe overweegt de rechtbank dat de minister onvoldoende heeft betrokken dat eiseres niet uit eigen overweging is vertrokken, maar dat dit de keuze was van haar ex-man en dat eiseres hier geen eigen zeggenschap over had. Anders dan in het beleid is aangegeven heeft eiseres gezien het voorgaande niet zelf voorafgaand aan haar terugkeer ingeschat wat de risico’s daarvan voor haar zijn en of gelet op haar persoonlijke situatie terugkeer verantwoord was. Dat heeft haar ex-man gedaan, zij was van hem afhankelijk. De minister heeft het beleid daarom niet zonder meer op eiseres van toepassing kunnen verklaren.

Daarbij komt dat eiseres heeft verklaard dat zij vanwege de positie van haar ex-man en diens familie, zonder problemen kon terugreizen, en dat zij tot het moment dat zij uit elkaar gingen probleemloos kon verblijven in Syrië. De minister heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij destijds geen problemen heeft ondervonden bij haar terugkeer naar Syrië juist vanwege de bescherming door haar ex-man. De overweging van de minister, zoals weergegeven onder 4.5, dat van eiseres verwacht kan worden dat zij hier meer over zou kunnen verklaren dan wel de positie van de ex-man zou kunnen onderbouwen met documenten, vindt de rechtbank geen deugdelijke motivering. De minister volgt immers de verklaringen van eiseres dat haar ex-schoonvader een invloedrijke positie had. Niet zonder meer kan worden gesteld dat dit van generlei invloed zou zijn op het aanzien en de positie van de ex-man.

Ook het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 4.6 dat eiseres heeft aangegeven dat zij niet weet of andere mensen wel werden tegengehouden aan de grens bij terugkeer en dat volgens de minister hieruit blijkt dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de reden dat eiseres destijds geen problemen ondervond bij haar terugkeer te danken is aan de positie van haar ex-man, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet. De verklaring van eiseres dat zij niet weet of andere mensen wel werden tegengehouden doet immers niet af aan de niet bestreden verklaring dat zij zonder problemen kon terugreizen. Daarbij komt dat de minister, gezien IB 2023/19, ten aanzien van Syriërs juist het uitgangspunt hanteerde dat terugkeer behoudens uitzonderingen niet kon worden gevraagd vanwege mogelijke problemen. De minister heeft dit uitgangspunt niet zonder nadere motivering en onder verwijzing naar het feit dat eiseres niet heeft gezien en niet weet of anderen werden aangehouden, ter zijde kunnen schuiven.

De rechtbank verklaart het beroep van eiseres gezien het voorgaande gegrond. Het is aan de minister om te motiveren of en waarom het beleid zoals hiervoor is beschreven op eiseres van toepassing is nu eiseres feitelijk niet langer samen is met haar ex-man.

Conclusie en gevolgen

10. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres voldeed aan het beleid dat vreemdelingen in beginsel geen reëel risico lopen op ernstige schade, als zij na een eerder vertrek uit Syrië zijn teruggereisd naar Syrië.

Het beroep is daarom gegrond. De besluiten komen, voor zover die zien op het niet inwilligen van de aanvraag op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b van de Vw 2000 voor vernietiging in aanmerking.

Aan een beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.

De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank, op grond van het besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vast op € 2721,- (1 punt voor het indienen van het beroep, 1 punt voor het indienen van gronden naar aanleiding van het aanvullende besluit van 14 juli 2025 en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Hanssen - Telman

Griffier

  • mr. M.A. Buikema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?