[naam], eiser,
V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. B.H. Werink),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit waarin zijn asielaanvraag is afgewezen. Eiser heeft op 24 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Het bestreden besluit
3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit mede aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiser heeft in 2017 in Italië een verzoek om internationale bescherming gedaan. In 2022 is eiser samen met zijn verloofde en twee kinderen naar Nederland gereisd en hebben zij hier een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij homoseksueel is. Nadat de tante die eiser opvoedde vermoedens kreeg van de homoseksualiteit van eiser heeft zij hem naar Libië gestuurd. Eiser vreest bij terugkeer naar Nigeria voor zijn tante, de mensen die hem naar Libië hebben gebracht en vanwege zijn homoseksualiteit in het algemeen.
6. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser worden door de minister geloofwaardig geacht. De door eiser gestelde homoseksuele gerichtheid, daaruit volgende problemen en de problemen met zijn tante en haar handlangers zijn volgens de minister niet geloofwaardig. De verklaringen van eiser zijn niet samenhangend, summier, vaag en wisselend. De minister wijst de asielaanvraag af als ongegrond.
De gronden van beroep
7. Eiser heeft aangevoerd dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat de gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaruit volgende problemen ongeloofwaardig zijn. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij eenduidig heeft verklaard over het moment dat hij zich realiseerde homoseksueel te zijn. Eiser voert daartoe onder meer aan dat hij niet wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij wist dat de groep jongens waarover hij heeft verklaard homoseksueel waren, het niet ongeloofwaardig is dat eiser de namen van de jongens niet meer kent en dat hij wel inzicht heeft gegeven in wat de jongens samen deden. Ook stelt eiser voldoende te hebben verklaard over zijn relatie met een man in Italië omstreeks 2020. Eiser ziet niet wat er ongeloofwaardig is aan zijn verklaringen over zijn relatie met zijn verloofde, waarbij hij haar eerst als dekmantel gebruikte, maar zich gaandeweg aan de kinderen is gaan hechten. Eiser geeft aan dat hij de herinneringen over de problemen met zijn tante diep heeft weggestopt en ze niet naar voren wil halen. Volgens eiser is niet meegewogen dat hij als gevolg van zijn trauma’s moeilijk over deze problemen kan verklaren. Het is niet duidelijk van welk referentiekader er is uitgegaan en op welke wijze er rekening is gehouden met de (niet betwiste) trauma’s.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft de minister voldoende rekening gehouden met eisers referentiekader en trauma?
8. Als het gaat om de geloofwaardigheid van het relaas voert eiser aan dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en trauma.
Bij de beoordeling van de vraag of de gestelde seksuele gerichtheid geloofwaardig is, houdt de minister rekening met de persoonlijkheid en achtergrond van de vreemdeling. Iedere vreemdeling heeft een eigen referentiekader op basis van onder andere opleiding, leeftijdsfase, cultuur en afkomst. Bij de leeftijd moet onderscheid gemaakt worden tussen leeftijdsconform horen en leeftijdsconform beoordelen. Niet in geschil is dat door de minister tijdens de gehoren voldoende rekening is gehouden met de leeftijd en het trauma van eiser.
De minister heeft voorafgaand aan de beoordeling eisers referentiekader niet uiteengezet, maar heeft dit in het besluit wel benoemd en bij de verschillende onderdelen in de besluitvorming betrokken. Zo heeft de minister op verschillende plaatsen in de besluitvorming benoemd rekening te houden met de jonge leeftijd van eiser. Ook is in het besluit vermeld dat eiser weinig educatie heeft genoten. In het besluit is opgenomen dat zowel de hoor- als beslismedewerker op de hoogte zijn van het trauma van eiser en zijn mentale gezondheid. Door de minister is benoemd dat het verleden van eiser, zijn leeftijd en zijn mentale gezondheid zijn meegewogen tijdens de procedure en ook het medisch dossier van eiser hierbij is betrokken. Eiser is er niet in geslaagd om te benoemen waar het referentiekader door de minister onvoldoende is betrokken of welke tegenwerpingen daardoor onterecht zijn. De rechtbank is van oordeel dat met het referentiekader en trauma van eiser door de minister voldoende rekening is gehouden en betrokken is in de beoordeling en besluitvorming.
Heeft de minister de gestelde homoseksualiteit ongeloofwaardig kunnen vinden?
9. In lhbti-zaken ligt het zwaartepunt van de geloofwaardigheidsbeoordeling bij het persoonlijke en authentieke verhaal dat de vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaring met betrekking tot zijn gestelde seksuele gerichtheid.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van eiser over belangrijke punten van zijn asielrelaas te kort schieten en de minister op grond daarvan het relaas van eiser ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Uit het medisch advies, het door eiser ingebrachte medische dossier of anderszins blijkt niet dat eiser vanwege zijn leeftijd, opleidingsniveau of trauma niet volledig, consistent en gedetailleerd kan verklaren over de gebeurtenissen, zijn gevoelens en gedachten. De minister heeft eiser dan ook tegen kunnen werpen dat hij wisselend, vaag en summier heeft verklaard.
Eiser heeft verklaard dat hij ontdekte dat hij homoseksueel was, nadat hij toenadering zocht tot een groep jongens. Over die toenadering is wisselend verklaard. Aanvankelijk heeft eiser verteld dat hij zelf toenadering zocht, terwijl eiser later heeft verklaard dat de jongens zagen dat eiser alleen was en zij vragen begonnen te stellen. Door eiser wordt geen inzicht gegeven in wat hij met de jongens deed. Eiser verklaart in heel algemene zin wat zij samen deden. Verder weet eiser - ondanks de door hem gestelde hechte band, het jarenlange dagelijkse contact en de gesprekken over homoseksuele gerichtheid - zich de namen van de jongens niet te herinneren en beantwoordt hij de vraag hoe hij de jongens aansprak als hij met hen sprak niet. De minister heeft niet ten onrechte van eiser verwacht dat hij hierover meer zou kunnen vertellen.
Ook heeft de minister niet ten onrechte het standpunt ingenomen dat eiser over het moment dat hij erachter kwam dat hij op jongens viel vaag en summier heeft verklaard. Eiser geeft aan dat hij zich comfortabel voelde bij het groepje jongens en toen homoseksueel is geworden. Aan eiser werd gevraagd op welk geslacht hij viel, waarop hij heeft geantwoord dat hij gevoelens heeft voor mannen. Eiser verklaart dat hij in de war was toen hij besefte dat hij homoseksueel was, maar dit toen heeft geaccepteerd. De minister heeft eiser tegen kunnen werpen dat dit de kern van de asielaanvraag raakt en van eiser verwacht mag worden dat hij meer kan vertellen.
Ook over de laatste paar jaren wordt door eiser geen inzicht gegeven in zijn gedachten en gevoelens. Eiser verklaart summier over zijn relatie met een man in Italië en hoe deze eruit zag, terwijl deze relatie volgens eiser bijna een jaar heeft geduurd. Ook wordt door eiser geen inzicht gegeven hoe het voor hem was als homoseksuele man in Nigeria. De minister heeft eiser tegen kunnen werpen dat hij inmiddels een stuk ouder is en van hem verwacht mag worden dat hij meer inzicht geeft in zijn gedachten en gevoelens van de laatste paar jaren.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt kunnen stellen dat eiser zijn homoseksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Hetgeen eiser hiertegen in beroep heeft ingebracht kan niet aan de door de minister gegeven motivering afdoen.
10. De rechtbank ziet in hetgeen eiser overigens in beroep naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor vernietiging van het bestreden besluit.
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister om de aanvraag als ongegrond af te wijzen in stand wordt gelaten.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters – van Luijk, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.