ECLI:NL:RBDHA:2025:24568

ECLI:NL:RBDHA:2025:24568, Rechtbank Den Haag, 12-11-2025, 24/3056

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer 24/3056
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep tegen verkeersbesluit. Derde belanghebbende ondervindt hinder van geparkeerde auto’s tegenover zijn oprit. Verweerder heeft hier een parkeerverbod ingesteld. Uit het verkeersbesluit volgt dat het is genomen met het oog op het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer en het voorkomen van hinder. Verkeersbesluit niet onevenredig in verhouding met het te dienen doel.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr.drs. C.R. Jansen),

en

de burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Scheers).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-belanghebbende] uit [woonplaats] (derde-belanghebbende)

(gemachtigde: mr. M.C. van Meppelen Scheppink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een verkeersbesluit van verweerder van 27 februari 2024, gepubliceerd op 5 maart 2024, waarin een parkeerverbod is ingesteld op de [straatnaam] in [plaats] , ter hoogte van [huisnummer], door het plaatsen van een onderbroken gele streep.

Het verkeersbesluit maakt onderdeel uit van een beslissing op bezwaar. Uit artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat tegen een beslissing op bezwaar alleen beroep bij een rechtbank kan worden ingesteld.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De derde-belanghebbende heeft ook schriftelijk gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep tegelijkertijd met het beroep met zaaknummer SGR 24/3063 op 7 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van verweerder, de derde-belanghebbende en de gemachtigde van de derde-belanghebbende. Namens verweerder is ook [naam] , adviseur verkeer en vervoer, verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. De derde-belanghebbende heeft verweerder verzocht een verkeersmaatregel te treffen met betrekking tot de parkeersituatie die zich rondom zijn oprit voordoet. De derde-belanghebbende is eigenaar van een woning met twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Door de smalle straat en het veelvuldig parkeren tegenover de oprit van derde-belanghebbende wordt het in- en uitrijden bemoeilijkt dan wel feitelijk onmogelijk gemaakt. Hij heeft verweerder daarom verzocht een verkeersbesluit in de vorm van een parkeerverbod aan de overzijde van zijn oprit in te stellen. Bij dit verzoek heeft de derde-belanghebbende een memo van Mobycon van 8 mei 2023 verstrekt. In de memo van Mobycon is de verkeerssituatie inclusief maatvoering beschreven, is verwezen naar paragraaf 11.2.6 van de CROW ASVV 2021 waarin een maatvoering voor haaks parkeren wordt gegeven en wordt beschreven dat aan die maatvoering wordt voldaan. Vervolgens staat in de memo van Mobycon:

“De CROW ASVV 2021 noemt hierbij echter het negatieve aspect dat voor de parkeermanouvre van beide rijstroken gebruik moet worden gemaakt. Dit negatieve aspect wordt in dit geval versterkt, omdat de parkeervakken niet geheel haaks aan de rijbaan zijn gelegen, maar in een kleine hoek. Volgens de CROW ASVV 2021 paragraaf 11.2.7 (Parkeerhaven voor gestoken parkeren) moet het parkeervak daardoor breder worden vormgegeven (voor parkeervakken van 60° is die breedte bijvoorbeeld 2,89 meter). De vakken zijn echter 2,5 meter, waardoor het onmogelijk is de parkeermanouvre uit te voeren zonder gebruik te maken van beide rijstroken. (…) Doordat beide rijstroken gebruikt moeten worden voor het in- en uitrijden van de oprit van de [adres] , hinderen voertuigen die ter hoogte van de uitrit aan de overkant van de weg parkeren dit in- en uitrijden.”

Mobycon adviseert een parkeerverbod in te stellen aan de oostzijde van de [straatnaam] ter hoogte van de oprit naar [huisnummer] door het toepassen van een gele onderbroken streep.

Door de adviseur verkeer en vervoer van verweerder is voorgesteld eerst een wit kruis te plaatsen omdat deze een hogere attentiewaarde zou hebben dan een gele streep en binnen de gemeente gebruikelijker is. Bovendien was voor het plaatsen van een wit kruis geen verkeersbesluit nodig. Mocht de problematiek na het plaatsen van het kruis niet zijn verholpen, dan heeft de adviseur aan de derde-belanghebbende laten weten dat het instellen van een verkeersverbod een reële optie/volgende stap kan zijn. Na ruim een maand heeft de adviseur aan de hand van meldingen van de derde-belanghebbende en foto’s die via de BOA’s verkregen waren, geconstateerd dat er onvoldoende acht werd geslagen op het witte kruis en aan de derde-belanghebbende laten weten dat hij verweerder zal adviseren een parkeerverbod in te stellen.

Op 5 oktober 2023 heeft verweerder deze aanvraag aanvankelijk afgewezen en besloten geen verkeersbesluit te nemen. Het bezwaar van de derde-belanghebbende is vervolgens gegrond verklaard, waarna verweerder het verkeersbesluit alsnog heeft genomen. Verweerder heeft bij dit besluit de memo van Mobycon betrokken. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het genomen verkeersbesluit.

Wat vindt eiser in beroep?

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat met het verkeersbesluit de daaraan ten grondslag gelegde belangen niet worden gediend en dat de voor hem nadelige gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Ook is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het parkeerverbod de verkeersveiligheid en het voorkomen van hinder en overlast dient.

Volgens eiser kan de derde-belanghebbende zijn perceel en oprit zelf zo inrichten dat deze goed bereikbaar is. Uit het advies van Mobycon (opgesteld in opdracht van de derde-belanghebbende) blijkt dat wanneer de parkeervakken anders worden neergelegd, of verbreed, het niet onmogelijk is om de parkeermanouvre uit te voeren zonder gebruik te maken van beide rijstroken. Eiser meent dat het daarom eerder is aangewezen dat de eigenaar zijn perceel aanpast, dan dat een parkeerverbod wordt genomen waardoor de hele straat wordt getroffen. Financiële motieven kunnen hierbij geen rol spelen volgens eiser.

Eiser wordt door dit verkeersbesluit onevenredig in zijn belang geschaad. Hij is gebaat bij een parkeerplaats kort bij zijn woning, zeker omdat te verwachten valt dat zijn mobiliteit naar mate hij ouder wordt minder zal worden. Ook (ouder) bezoek kan vanwege het parkeerverbod straks niet meer gebruik maken van een rustige in- en uitstapplek, laat staan een eigen parkeerplaats dichtbij de woning van eiser.

Verweerder wijkt ten onrechte af van zijn vaste beleidslijn, namelijk een wit kruis op de weg, en heeft dit onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Eiser merkt op dat het witte kruis wel heeft gewerkt. Ten slotte stelt eiser dat het op de weg van verweerder had gelegen om een oplossing te vinden die voor iedereen acceptabel zou zijn. Eiser heeft in beroep een aantal oplossingen aangedragen.

In beroep heeft eiser een expertiserapport overgelegd. Uit dit rapport volgt volgens eiser dat het parkeerverbod onvoldoende onderbouwd is en dat het parkeerverbod niet noodzakelijk is.

Wat vindt de derde-belanghebbende in beroep?

4. Volgens de derde-belanghebbende kan van hem niet worden verwacht dat hij de inrichting op zijn perceel aanpast. Uit de bouwtekening van zijn woning blijkt dat zijn perceel is ontworpen met schuine parkeervlakken. Het gaat dus om een fout die buiten zijn invloedssfeer ligt. Het hek aanpassen is technisch gezien ook geen optie. De derde-belanghebbende heeft op 25 juli 2025 een contra-expertise van De Baan Verkeersadviseurs van 24 juli 2025 overgelegd.

Toetsingskader

5. Het parkeerverbod ten hoogte van de [adres] in [plaats] is een verkeersbesluit. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een bestuursorgaan bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toekomt bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) genoemde begrippen. Het bestuursorgaan hoeft niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit aan te tonen. De rechter toetst of het bestuursorgaan geen onredelijk gebruik heeft gemaakt van die beoordelingsruimte. Nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld welke verkeersbelangen in welke mate naar zijn oordeel bij het besluit dienen te worden betrokken, dient het die belangen tegen elkaar af te wegen. Daarbij komt het bestuursorgaan beleidsruimte toe. De bestuursrechter toetst of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank beoordeelt of verweerder het verkeersbesluit in redelijkheid kon nemen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Zorgvuldigheid

7. Volgens eiser is het verkeersbesluit onzorgvuldig genomen. Verweerder heeft de situatie niet zelf onderzocht, althans geen eigen verkeersonderzoek uitgevoerd of laten uitvoeren. En ook is niet gebleken dat de afdeling verkeer van verweerder in bezwaar om advies is gevraagd. Verder is eiser niet betrokken gedurende de besluitvorming.

Dat Mobycon deskundig is op het gebied van verkeer, mobiliteit en vervoer is niet tussen partijen in geschil. De rechtbank stelt voorop dat verweerder – in beginsel – van een rapport van een deskundige mag uitgaan. Als het bestuursorgaan een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag wil leggen, moet het bestuursorgaan zich er volgens vaste jurisprudentie wel van vergewissen dat dit advies (naar wijze van totstandkoming) zorgvuldig en (naar inhoud) inzichtelijk en concludent is. In dat geval mag verweerder bij de besluitvorming in beginsel van de juistheid van een advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies. Zoals de rechtbank ter zitting heeft begrepen, waren die aanwijzingen er volgens de adviseur van verweerder niet. Dat dit anders is, is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding te concluderen dat verweerder het rapport van Mobycon niet aan het nemen van het verkeersbesluit ten grondslag heeft mogen leggen. De rechtbank zal hierna onder 9. nog in gaan op het door eiser in beroep ingebrachte rapport van Exante.

De rechtbank overweegt verder dat uit het dossier en ook uit het bestreden besluit volgt dat de adviseur verkeer en vervoer steeds bij het besluit betrokken is geweest. In het bestreden besluit wordt verwezen naar e-mails van de adviseur verkeer en vervoer. Uit de e-mails volgt dat de adviseur zich heeft vergewist van foto’s van de situatie ter plaatse en ook van het door de derde-belanghebbende verstrekte rapport van Mobycon. In de e-mails staat dat de adviseur het instellen van een parkeerverbod een reële optie vindt, dat er te weinig wegbreedte resteert om goed in en uit te kunnen rijden indien er geparkeerd wordt op de rijbaan tegenover de inrit en vervolgens dat de adviseur verweerder zal adviseren een parkeerverbod in te stellen. Ter zitting heeft de adviseur zelf bevestigd gedurende de gehele besluitvorming betrokken te zijn geweest.

Tegen de hiervoor geschetste achtergrond, houdt het betoog van eiser dat het verkeersbesluit onzorgvuldig tot stand is gekomen geen stand.

Voor zover eiser heeft aangevoerd dat hij zelf niet is betrokken in de besluitvorming en dat hem niet is gevraagd naar zijn belangen, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de besluitvorming volgt dat verweerder acht heeft geslagen op de belangen van de omwonenden. Zo blijkt dat verweerder de parkeersituatie (de opzet van de wijk, de locaties van de parkeervakken, de mogelijkheid om langs de straat te parkeren, etc.) in beeld heeft gebracht en de parkeermogelijkheden voor omwonenden in de wijk bij zijn beslissing heeft meegewogen. Concrete andere belangen van eiser zijn de rechtbank niet gebleken. Nu verweerder de belangen van omwonenden – en daarmee ook die van eiser – in de besluitvorming heeft betrokken en niet is gebleken dat eiser in zijn belangen is geschaad doordat hij niet is geconsulteerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep van eiser om deze reden gegrond te verklaren.

De met het verkeersbesluit te dienen belangen en de noodzakelijkheid

8. Uit het verkeersbesluit volgt dat het is genomen met het oog op het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer en het voorkomen van hinder. Verweerder is hierbij aangesloten bij de bevindingen die volgen uit de memo van Mobycon.

9. Eiser heeft hier in beroep een contra-expertise van Exante tegenover gezet. Volgens eiser geeft de expert van Exante aan dat de noodzaak van het parkeerverbod onvoldoende is onderbouwd. Het parkeerverbod is niet noodzakelijk en de inrit is ook zonder parkeerverbod bruikbaar. In het rapport van Exante staat onder 3.2 dat het in- en uitrijden van de uitrit feitelijk mogelijk blijft, zelfs als er aan de overzijde een voertuig geparkeerd staat. Wel vereist dit in sommige gevallen extra stuurmanoeuvres. De manoeuvreerbewegingen tonen, zo stelt Exante, dat de hinder beperkt is en in enkelen situaties. In de bijlage bij het rapport zijn de manoeuvreerbewegingen opgenomen.

De rechtbank gaat voorbij aan de conclusie van Exante dat de noodzaak van het parkeerverbod onvoldoende is onderbouwd. Zoals hiervoor al is toegelicht, hoeft de absolute noodzaak van een verkeersbesluit niet te worden aangetoond. De vraag die voorligt is of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met het verkeersbesluit wordt beoogt de vrijheid van verkeer te waarborgen en hinder te voorkomen. Daarvoor biedt de memo van Mobycon in beginsel voldoende onderbouwing. Nu ook in het rapport van Exante staat dat in- en uitrijden in sommige gevallen extra stuurmanoeuvres vereist en er – weliswaar in beperkte mate – sprake is van hinder, is het rapport van Exante onvoldoende om anders te concluderen. Dat de inrit zonder parkeerverbod bruikbaar blijft en het in- en uitrijden van de uitrit feitelijk mogelijk blijft, zelfs als er aan de overzijde een voertuig geparkeerd staat (zie 3.2 van het rapport van Exante), is niet relevant.

10. De derde-belanghebbende heeft in beroep nog een contra-expertise overgelegd. Eiser heeft de rechtbank op zitting verzocht dit rapport buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Het rapport is volgens eiser gezien de aard, omvang en complexiteit zodanig laat verstrekt, dat eiser daar onvoldoende op kan reageren. Omdat de rechtbank de inhoud van voornoemde contra-expertise echter niet in haar oordeel betrekt, behoeft eiser niet in de gelegenheid te worden gesteld (middels de eigen deskundige) op de contra-expertise te reageren en is geen sprake van strijd met de goede procesorde.

Afwijken van de vaste gedragslijn

11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in haar besluitvorming voldoende toegelicht waarom in dit concrete geval aanleiding bestaat af te wijken van de vaste gedragslijn om te werken met een wit kruis in plaats van een parkeerverbod. Zoals in overweging 2.1 is aangegeven is in de praktijk gebleken dat een wit kruis onvoldoende bleek om de verkeershinder te voorkomen. Verweerder heeft ook toegelicht dat de te verwachten precedentwerking van het afwijken van de gedragslijn in dit geval acceptabel is, omdat dit specifieke parkeerprobleem maar bij twee adressen speelt.

Belangenafweging

12. Verweerder heeft als uitgangspunt genomen dat de derde-belanghebbende zijn perceel heeft ingericht conform de situatietekening, dat hij op eigen terrein moet parkeren en dat zijn terrein dan wel effectief toegankelijk moet zijn. Hiervoor is al geoordeeld dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat dit niet het geval is omdat de vrije doorgang bij het in- en uitrijden van de oprit niet is gewaarborgd en er sprake is van verkeershinder. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit voor eiser niet onevenredig zijn in verhouding tot het met het besluit te dienen doel.

Het te dienen doel is, zo blijkt uit het verkeersbesluit, het waarborgen van de vrijheid van het verkeer en het voorkomen van hinder. Het gaat bij de belangenafweging dus niet om het afwegen van de belangen van eiser tegenover de belangen van de derde belanghebbende. De beroepsgronden die zich hier op richten kunnen om die reden al niet baten.

Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij gebaat is bij een parkeerplaats kort bij zijn woning, omdat te verwachten wordt dat zijn mobiliteit naar mate hij ouder wordt minder zal worden. Die mogelijkheid wordt hem nu ontnomen en hij wordt hier ernstig door benadeeld. Verweerder heeft gemotiveerd dat zij het belang van eiser als omwonende heeft meegewogen. Vanuit de opzet van de wijk moeten de bewoners van de vrijstaande woningen, waaronder de derde-belanghebbende, parkeren op eigen terrein. Voor de andere bewoners zijn voldoende officiële parkeervakken verdeeld over drie locaties in de wijk. Het is niet verboden om langs de straat te parkeren en verweerder begrijpt dat eiser graag in de nabijheid van zijn woning parkeert. Maar, dit is in principe niet nodig om aan de parkeerbehoefte te voldoen.

Naar het oordeel van de rechtbank is het verkeersbesluit niet onevenredig in verhouding met het te dienen doel. Zij overweegt hiervoor als volgt. Het verkeersbesluit is genomen met het doel de vrijheid van het verkeer te waarborgen en het voorkomen van hinder. Daar tegenover staat het belang van eiser. De rechtbank begrijpt dat eiser graag voor zijn eigen woning parkeert. Maar, hoewel het langsparkeren voor de eigen woning was toegestaan, is het geen recht van eiser. Het kon ook voorkomen dat andere mensen op die plek parkeerden en dan had eiser zijn auto ook elders moeten parkeren. Het langsparkeren is overigens nog steeds toegestaan, alleen niet ter hoogte van de gele lijn. Dat gaat om een relatief kort stuk (van ongeveer 10 meter) en daardoor een korte extra loopafstand voor eiser. Op zitting heeft eiser voor het eerst gesteld dat de parkeerdruk, anders dan verweerder stelt, te hoog is. Eiser heeft dit niet nader onderbouwd. Verweerder heeft uitgelegd dat wanneer de derde-belanghebbende niet met beide auto’s op eigen terrein kan parkeren, hij ook gebruik zal moeten maken van een van de parkeermogelijkheden in de wijk. Ook dan zal er een parkeerplaats in de wijk verloren gaan. De rechtbank kan dit volgen. Het voor eiser nadelige gevolg dat hij niet langer direct voor zijn voordeur kan parkeren, is niet onevenredig in verhouding tot de met het verkeersbesluit te dienen doelen, namelijk het veilig en zonder hinder in- en uitrijden van de oprit.

13. Voor zover eiser heeft gesteld dat (ouder) bezoek geen gebruik meer kan maken van een rustige in- en uitstapplek, heeft verweerder op zitting nog uitgelegd dat op de plek van de onderbroken gele streep nog wel gestopt mag worden om in en uit te stappen.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder een parkeerverbod heeft kunnen instellen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

tregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Smeets

Griffier

  • mr. S. Hoeijmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?