ECLI:NL:RBDHA:2025:24571

ECLI:NL:RBDHA:2025:24571, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.18059

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer NL25.18059
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

opvolgende aanvraag / identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig / ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.18059

V-nummer: [nummer] ,

en haar minderjarige kinderen

[naam 2] en [naam 3]

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard)

en

(gemachtigde: mr. M. Weerman).

Procesverloop

1. Eiseres heeft op 2 april 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard en aan eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met zaaknummer NL25.18060, op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

Wat aan de huidige aanvraag vooraf ging

2. Eiseres heeft op 21 september 2015 haar eerste asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft eiseres ten grondslag gelegd dat zij is geboren op [geboortedatum] , de Eritrese nationaliteit heeft, afkomstig is uit Forto in Eritrea en tot de bevolkingsgroep van de Tigrinia behoort. Zij heeft verklaard op zevenjarige leeftijd met haar ouders om haar onbekende redenen Eritrea verlaten te hebben waarna het gezin in Soedan en vervolgens in Libië is gaan wonen. In augustus 2015 heeft eiseres Libië verlaten.

3. Bij besluit van 27 december 2015 heeft de minister de aanvraag afgewezen als ongegrond. De minister heeft de door eiseres gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig geacht. Het door eiseres tegen dit besluit ingestelde beroep is bij uitspraak van 26 januari 2016 door deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, ongegrond verklaard. De Afdeling heeft op 24 februari 2016 de uitspraak van 26 januari 2016 bevestigd. Daarmee staat de afwijzing van de asielaanvraag in rechte vast.

4. Op 29 september 2023 heeft eiseres haar tweede asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft eiseres ten grondslag gelegd dat zij de Eritrese nationaliteit bezit. Ter onderbouwing daarvan heeft zij een doopakte overgelegd. Voorts heeft zij aangevoerd dat zij bij terugkeer de nationale dienstplicht zal moeten vervullen.

5. Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de minister deze opvolgende aanvraag buiten behandeling gesteld. Het door eiseres tegen dit besluit ingestelde beroep is op 15 februari 2024 ingetrokken. Daarmee staat het besluit van 9 oktober 2023 in rechte vast.

Huidige aanvraag

6. Op 2 april 2024 heeft eiseres haar derde asielaanvraag ingediend. In het kader van deze aanvraag heeft zij de volgende documenten overgelegd om alsnog haar identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken:

Daarnaast doet eiseres een beroep op het gewijzigde beleid inzake Eritrea en de kamerbrief van 16 oktober 2025, inzake de vereenzelviging en vrouwen als sociale groep.

Bestreden besluit

7. De minister heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat sprake is van een opvolgende aanvraag waaraan eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd of waarin geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De minister heeft hiermee toepassing gegeven aan artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. De minister stelt zich op het standpunt dat de overgelegde documenten en de daaromtrent afgelegde verklaringen niet afdoen aan hetgeen reeds in rechte vast is komen te staan, namelijk dat het asielmotief dat betrekking heeft op de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig is.

Gronden

8. Eiser voert aan dat haar niet langer kan worden tegengeworpen dat zij geen document heeft overgelegd dat haar herkomst zou kunnen bevestigen. Gelet op het gegeven dat een doopakte in Eritrea wel als identiteitsdocument wordt gezien en moet worden aangenomen dat andere identificatiemogelijkheden ontbreken, kan de minister niet gevolgd worden in zijn stelling dat een doopakte geen identificerend document is. Daarnaast stelt de minister ten onrechte dat, indien een doopakte in Eritrea wordt gezien als identificerend document, het bevreemdend is dat de Eritrese ambassade bij brief van 22 oktober 2019 aan eiseres laat weten geen documenten te kunnen verstrekken omdat zij haar nationaliteit niet heeft aangetoond. Daarbij dient de minister bekend te worden verondersteld met de wijze waarop de Eritrese ambassade haar burgers bejegend. In de zienswijze is aangegeven dat de ambassade druk heeft uitgeoefend op eiseres en haar geconfronteerd heeft met een boetesysteem. Dit maakt dat aan de reactie van de ambassade geen betrouwbaarheid toekomt.

De beoordeling door de rechtbank

Doopakte

9. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres haar identiteit nog altijd niet aannemelijk heeft gemaakt omdat zij geen officiële echt bevonden identiteitsdocumenten heeft overgelegd. Ten aanzien van de overgelegde doopakte heeft de minister mogen wijzen op het in rechte vaststaande besluit van 9 oktober 2023, waarin al een oordeel is gegeven over een doopakte en op grond waarvan de toenmalige aanvraag buiten behandeling is gesteld. Vast staat dat de doopakte geen identificerend document is omdat zij geen foto bevat. Daarnaast heeft de minister mogen betrekken dat eiseres niet kan uitleggen hoe de voor haar onbekende familieleden van [naam 4] (dan wel [naam 5] , zoals gemachtigde schrijft) de doopakte hebben verkregen en vrijwel niets kan verklaren over de inhoud van de doopakte. Zo is eiseres niet bekend met de kerk waar de akte zou zijn opgesteld en weet zij niet wie haar peetmoeder is. Ook heeft de minister mogen laten meewegen dat eiseres de doopakte pas tijdens het gehoor in origineel heeft overgelegd terwijl de aanvraag een jaar eerder is ingediend. Dit alles in aanmerking genomen heeft de minister dan ook geen aanleiding hoeven zien om de doopakte door Bureau Documenten te laten onderzoeken.

Bezoek Eritrese ambassade

10. Daarnaast volgt de rechtbank eiseres niet in haar stelling dat aan de inhoud van de brief van de Eritrese ambassade van 22 oktober 2019, waarin de ambassade aangeeft dat aan eiseres geen documenten kunnen worden verstrekken omdat zij haar nationaliteit niet heeft aangetoond, geen waarde kan worden gehecht omdat de Eritrese autoriteiten niet betrouwbaar zijn. De minister heeft in dit verband niet ten onrechte opgemerkt dat eiseres dit standpunt eerst in de zienswijze naar voren heeft gebracht terwijl zij eerder in de verschillende gehoren altijd heeft aangegeven dat de Eritrese ambassade haar behulpzaam was. Dat eiseres dit niet eerder heeft aangegeven uit angst dat de tolk Tigrinya dit aan de autoriteiten van Eritrea zou doorgeven, heeft verweerder evenmin hoeven volgen nu eiseres nooit heeft aangegeven ontevreden over de tolken te zijn of geen vertrouwen in hen te hebben. Mocht eiseres dit niet hebben durven aangegeven in het bijzijn van de tolk had zij om een tolk Arabisch kunnen vragen hetgeen zij ook spreekt. Eiseres heeft echter zelf altijd aangegeven van een tolk Tigrinya gebruik te willen maken. Daarom heeft de minister dan ook niet hoeven inzien waarom eiseres tijdens het gehoor geen melding zou hebben gemaakt van de druk die de medewerkers van de ambassade op haar uitoefenen of het boetesysteem waarmee zij is geconfronteerd. Dat de minister in dit verband het DT&V-dossier van eiseres bij deze procedure had moeten betrekken omdat dat misschien informatie biedt over de bezoeken van eiseres aan de Eritrese ambassade en de houding van de Eritrese autoriteiten ten opzichte van haar, volgt de rechtbank niet. Het is aan eiseres om haar aanvraag te onderbouwen en mocht het DT&V-dossier informatie bevatten die eiseres van nut kan zijn, had eiseres deze informatie zelf kunnen overleggen.

Bewijsnood

11. Het beroep van eiseres op bewijsnood kan evenmin slagen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat om bewijsnood aan te nemen, aangetoond met worden dat al het mogelijke is gedaan om in het bezit te komen van de gevraagde documenten. Gelet op het bovenstaande heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat niet is gebleken dat eiseres alles heeft ondernomen wat redelijkerwijs van haar kan worden gevraagd om haar identiteit, nationaliteit en herkomst aan te tonen.

Niet-ontvankelijk verklaring

12. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen aan haar opvolgende aanvraag ten grondslag heeft gelegd, zodat de minister niet tot een inhoudelijke beoordeling van haar relaas heeft hoeven komen. De minister heeft derhalve de opvolgende asielaanvraag op goede gronden, op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard.

13. Uit het arrest Bahaddar en de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 22 juni 2022 waarin dit arrest is uitgewerkt, volgt dat de bestuursrechter een nationale procedureregel, die tot een niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag leidt, buiten toepassing moet laten wanneer er omstandigheden zijn als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest, om schending van artikel 3 van het EVRM te voorkomen. De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat ook regels die gaan over de omvang van het geschil, zoals artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw, gezien kunnen worden als een nationale procedureregel in de zin van het arrest Bahaddar. Bahaddar-omstandigheden doen zich voor als wat een vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd, onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat de minister bij uitzetting van die vreemdeling het refoulementverbod, neergelegd in artikel 3 van het EVRM, zou schenden. De drempel voor een geslaagd beroep op artikel 3 van het EVRM is daarom hoog. Nu het eerdere afwijzende asielbesluit van 27 december 2015 waarin de door eiseres gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst door de minister niet geloofwaardig zijn geacht, in rechte vast is komen te staan en in deze procedure eiseres, zoals reeds hiervoor is overwogen, geen relevante nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat er sprake is van Bahaddar-omstandigheden.

Conclusie en gevolgen

14. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.M. van Waterschoot

Griffier

  • mr. P.C.J. Lindeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?