RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18060
V-nummer: [nummer] ,
en haar minderjarige kinderen
[naam 2] en [naam 3]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard)
en
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Procesverloop
1. Bij het bestreden besluit van 17 april 2025 heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL25.18059) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.