ECLI:NL:RBDHA:2025:24580

ECLI:NL:RBDHA:2025:24580, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.15869

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer NL25.15869
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Tussenuitspraak – gebrek – niet in overeenstemming met WI gehoord – verweerder krijgt de gelegenheid om het gebrek te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.15869 T

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1992 en Iraanse nationaliteit te hebben. Op 24 oktober 2022 heeft eiser een asielaanvraag ingediend.

2. Aan de asielaanvraag heeft eiser ten het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft een verborgen relatie gehad met een meisje genaamd [naam]. Zij is zwanger geworden en toen zij abortus wilde laten plegen, is haar familie achter de zwangerschap gekomen. [naam] heeft daarop aan haar familie verteld dat zij verkracht is door eiser. De familie van [naam] heeft eiser bedreigd en een inval gedaan in zijn woning. Eiser vreest bij terugkeer voor deze familie. Daarnaast heeft eiser zich afgewend van de islam en vreest hij ook om die reden bij terugkeer.

3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser acht verweerder geloofwaardig. De problemen die eiser stelt te hebben met de familie van zijn ex-vriendin acht verweerder niet geloofwaardig. Ook is niet geloofwaardig geacht dat eiser afvallig is van de islam. De verklaringen die eiser hierover heeft afgelegd vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel.

4. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat ongeloofwaardig is dat eiser problemen heeft met de familie van zijn ex-vriendin [naam]. Verweerder heeft ten onrechte tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over de leeftijd waarop [naam] zwanger werd, zijn aanwezigheid bij de abortuskliniek en het moment van de inval in de woning van eiser. Voor zover eiser in de correcties en aanvullingen zijn verklaringen nader heeft geduid, heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met deze duiding. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiser jarenlang een verborgen relatie had met [naam], nu eiser inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij steeds ongezien hebben kunnen afspreken. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiser over zijn afvalligheid van de islam geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Anders dan verweerder meent, heeft eiser geen tegenstrijdige verklaringen afgelegd over of hij vroeger heeft gepraktiseerd. Verder is tijdens het gehoor onvoldoende doorgevraagd over de beweegredenen van eiser om zich af te wenden van de islam en de kennis die eiser heeft van de islam. Verweerder heeft voorts onvoldoende gemotiveerd waarom de redenen die eiser heeft genoemd voor zijn afwending onvoldoende persoonlijk zijn. Ten aanzien de activiteiten van eiser is ten onrechte geconcludeerd dat hij daarover wisselend en onsamenhangend heeft verklaard. Tot slot is door verweerder onvoldoende het risico beoordeeld dat eiser bij terugkeer loopt doordat hij niet praktiseert en bij terugkeer in de gaten zal worden gehouden door de Iraanse autoriteiten. Ter onderbouwing van de risico’s die eiser bij terugkeer zal lopen, heeft eiser een brief van VluchtelingenWerk Nederland van 16 mei 2025 overgelegd over de behandeling en ondervraging van Iraniërs bij terugkeer naar Iran.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. In het verweerschrift heeft verweerder overwogen dat eiser deels wordt gevolgd in zijn stelling dat de hoormedewerker had moeten doorvragen naar de persoonlijke betekenis die wordt gehecht aan kennis van het oude geloof, wat die kennis met eiser doet, hoe er tegen afvalligen wordt aangekeken door de maatschappij en wat eiser daarvan vindt. Verweerder heeft erkend dat hiernaar niet is gevraagd, hoewel uit WI 2022/3 volgt dat het wel van belang is dat hiernaar wordt gevraagd. Verweerder stelt zich echter op het standpunt dat eiser niet in zijn belangen is geschaad, omdat hij uitgebreid heeft kunnen verklaren over zijn afwending van de islam.

6. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een gebrek, nu verweerder heeft erkend dat hij bij het bevragen van eiser over zijn kennis van de islam en hoe in Iran tegen afvalligen wordt aangekeken niet in overeenstemming met zijn vaste gedragslijn, neergelegd in WI 2022/3, heeft gehandeld. Dat eiser hierdoor niet is benadeeld, volgt de rechtbank niet. Het is immers verweerder die in zijn WI belang hecht aan het stellen van deze vragen, en het verkrijgen van antwoorden op deze vragen, om op een zorgvuldige wijze te kunnen beoordelen of sprake is van een geloofwaardige afwending van de islam.

7. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met artikel 3:2 van de Awb genomen. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek

te herstellen met toepassing van artikel 8:51a van de Awb. Hierbij is van belang dat de asielprocedure van eiser al lang loopt en dat toepassing van de bestuurlijke lus eraan kan bijdragen dat deze procedure sneller wordt afgerond. Om het gebrek te herstellen, kan verweerder eiser aanvullend horen en daarbij vragen stellen aan eiser over de persoonlijke betekenis die wordt gehecht aan kennis van het oude geloof, wat die kennis met eiser doet, hoe er tegen afvalligen wordt aangekeken door de maatschappij en wat eiser daarvan vindt. Vervolgens kan verweerder een aanvullend besluit of een nieuw besluit nemen. De rechtbank heropent daartoe het onderzoek en bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op acht weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier.

8. Verweerder moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als verweerder gebruik maakt van die gelegenheid, wordt eiser in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beginsel, ook in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

9. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek;

- draagt verweerder op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt

van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze

tussenuitspraak of plaatsing in het digitale dossier het gebrek te herstellen met

inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. W. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?