Gezag
Beschikking op het op 7 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Charité te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.V. Rafaela te Rotterdam (voorheen mr. M. Metin).
Als informant wordt aangemerkt:
William Schrikker Stichting voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
de gecertificeerde instelling.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift.
Op 22 oktober 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van na te melden beschikking, in die zin dat de vader verzoekt het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en hem voortaan alleen te belasten met het gezag over [minderjarige].
De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na voormelde beschikking zijn gewijzigd.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1].
- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 oktober 2022 zijn de vader en de moeder gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 juli 2025 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengd tot 29 december 2025.
Beoordeling
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. [minderjarige] woont – na een korte periode in een pleeggezin – inmiddels al ongeveer twee jaar volledig bij de vader door middel van een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De plaatsing bij de vader is succesvol verlopen, hij is gegroeid in zijn opvoedersrol en er zijn inmiddels vrijwel geen zorgen meer over [minderjarige]. De moeder is al jaren niet of beperkt betrokken bij [minderjarige]. Op de zitting is door de gecertificeerde instelling toegelicht dat is gewerkt aan het opbouwen van contact, naar aanleiding van een door de rechtbank vastgestelde zorgregeling. Dit is moeizaam verlopen en een vaste bezoekregeling komt niet van de grond. De moeder zegt afspraken af, raakt uit contact met de hulpverlening en is moeilijk bereikbaar, ook nu ze dichterbij woont dan voorheen. Tussen de ouders bestaat ook vrijwel geen communicatie. Het verkrijgen van toestemming voor een paspoort is stroef verlopen, evenals de toestemming voor een tripje naar Disneyland. Daarnaast is de moeder beperkt op de hoogte van [minderjarige], over haar ontwikkeling en haar belangen. Hoewel de moeder heeft gesteld dat zij meewerkt en handelt in het belang van [minderjarige], geeft zij naar oordeel van de rechtbank onvoldoende invulling aan haar gezag. Dit tezamen, met de moeizame communicatie maakt dat de rechtbank het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk acht dat de vader voortaan alleen het gezag uitoefent. De benodigde beslissingen die direct raken aan het leven van [minderjarige] – school(keuze), medische behandeling, et cetera – kunnen dan door de vader worden genomen. Echter, dat laat onverlet dat de moeder recht blijft hebben op omgang met [minderjarige] en informatie. Zoals ook door de Raad is benoemd, is het daarom belangrijk dat de gecertificeerde instelling blijft inzetten op het opbouwen en waarborgen van contact tussen de moeder en [minderjarige].
Daarom zal als volgt worden beslist.
BeslissingDe rechtbank, met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 22 oktober 2022,
bepaalt dat voortaan alleen aan de vader, [de vader], geboren op [geboortedatum 2] 1996 te [geboorteplaats 2], [land], het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1];
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad.