Omgang
Beschikking op het op 7 december 2022 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de oma] ,
de voogdes en oma (vaderszijde),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Boorder te Den Haag.
Procedure
Bij beschikking van 31 maart 2023 van deze rechtbank is een beslissing over de omgangsregeling en een proceskostenveroordeling aangehouden en is de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
Bij beschikking 13 februari 2024 van deze rechtbank zijn de verzoeken opnieuw aangehouden, in afwachting van een nadere behandeling op de zitting van 29 maart 2024.
Bij beschikking van 26 april 2024 van deze rechtbank:
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
[minderjarige] heeft schriftelijk en in raadkamer haar mening kenbaar gemaakt.
Op 15 oktober 2025 is de behandeling op een zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: de e-mails van de Raad van 24 oktober 2025 en 29 oktober 2025.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze uitspraak niet anders wordt overwogen of beslist.
Voorgeschiedenis en verloop van de procedure
[minderjarige] is een meisje van inmiddels tien jaar dat al van jongs af aan bij haar oma opgroeit. Sinds april 2020 heeft de oma ook de voogdij over [minderjarige]. De vader wil graag meer betrokken zijn bij [minderjarige], reden waarom hij in 2022 een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling heeft ingediend. Op verzoek van de rechtbank heeft in oktober 2023 een onderzoek plaatsgevonden door de Raad. De Raad heeft daarbij – kort samengevat – geconcludeerd dat er geen contra-indicaties bestaan voor het contact tussen de vader en [minderjarige], maar dat er wel obstakels zijn. Er is weerstand bij [minderjarige] zelf, maar ook trauma en weerstand bij de oma. Conform het advies van de Raad is [minderjarige] gestart met spel- en traumatherapie via [zorginstantie 2]. Ondanks het advies van de Raad is de oma voor zichzelf geen behandeling gestart voor haar trauma. Wel voert zij gesprekken ter ondersteuning in de opvoeding. Partijen zijn daarnaast ook aangemeld bij [zorginstantie 1] voor begeleide omgang, maar door de sluiting van [zorginstantie 1], is begeleide omgang niet van de grond gekomen. Dit heeft ertoe geleid dat er al geruime tijd geen contact is geweest tussen de vader en [minderjarige].
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is gesproken over vervolgstappen om omgang tussen de vader en [minderjarige] mogelijk te maken. Aan de ene kant volgt uit het in 2023 uitgevoerde raadsonderzoek dat begeleide omgang moet worden opgestart. Tegelijkertijd constateert de Raad ook – naar aanleiding van de zitting – dat mogelijk sprake is van intergenerationeel trauma, waar [minderjarige] mee wordt belast. Uit de recente stukken volgt dat de behandelaren van [minderjarige] bij [zorginstantie 2] een getraumatiseerd meisje zien, dat vol zit met angsten. Zij is vooral bang dat zij naar de vader toe moet.
Zoals ook door de Raad op de zitting is benoemd, lijkt de sleutel naar het opnieuw opstarten van contact tussen de vader te liggen in het verbeteren van de relatie tussen de vader en de oma (systeemtherapie). Op de zitting is gebleken dat het in verschillende generaties van de familie van de oma is voorgevallen dat er een contactbreuk ontstaat tussen ouder en kind. Zo heeft de oma geen contact meer met haar eigen vader en is er ook geen contact meer tussen de vader en de oma. Deze problematiek werkt door op [minderjarige], waardoor zij geen ruimte voelt voor contact met de vader. Het is daarom op dit moment onmogelijk om van haar te vragen om wel contact met haar vader aan te gaan, terwijl de personen die voor haar het belangrijkste is – haar oma – weigert om contact te hebben met de vader.
Om de mogelijkheden voor contactherstel tussen de vader en de oma te bespreken, heeft de Raad, op verzoek van de rechtbank en met instemming van de oma en de vader, na de zitting contact opgenomen met [zorginstantie 2] om de hulpvraag voor te leggen. Hieruit is gebleken dat [zorginstantie 2] de noodzaak van systeemtherapie (gesprekken met de oma en de vader, om de relatie en het contact tussen de oma en de vader te herstellen) onderschrijft. Zij zullen allereerst het gesprek hierover aangaan met de oma, zodat een plan kan worden gemaakt. De vader en de oma hebben op de zitting aangegeven dat zij – in het belang van [minderjarige] – bereid zijn om hieraan mee te werken. Tegelijkertijd hebben zij beiden ook aangegeven dat zij het moeilijk vinden om met elkaar in gesprek te gaan.
In afwachting van het verloop van de systeemtherapie en de verdere behandeling van [minderjarige], zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling aanhouden. Met het oog op de complexe problematiek en de weerstand van [minderjarige], ziet de rechtbank daarbij geen mogelijkheden om in de tussentijd omgang op te starten.
Proceskosten
Nu de rechtbank het verzoek tot vaststelling van de omgangsregeling opnieuw aanhoudt, zal zij ook de beslissing over de proceskosten opnieuw aanhouden.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beslissing van deze rechtbank van 26 april 2024:
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling aan tot 1 maart 2026 pro forma, in afwachting van de resultaten van de systeemtherapie voor de vader en oma en traumatherapie voor [minderjarige];
uiterlijk op voornoemde pro formadatum moeten partijen zich schriftelijk uitlaten over het resultaat van de hulpverlening en de voortgang van de procedure en zodra er een (eind)rapportage beschikbaar is, sturen partijen dit aan de rechtbank toe;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling en de proceskosten aan.