RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/694386 / FA RK 25-8485
Datum beschikking: 20 november 2025
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie GGZ [locatie] te [plaats],
advocaat: mr. S.V. Jansen te Zoetermeer.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 5 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een niet ingevulde zorgkaart;
- een zorgplan van 28 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 10 november 2025;
- een brief van de officier van justitie van 23 oktober 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de psychiater, [naam 2];
- de verpleegkundige in opleiding tot specialist, [naam 3].
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank betrokkene gesproken in zijn kamer. Betrokkene heeft tijdens dit gesprek aangegeven dat hij niet bij de zitting aanwezig wilde zijn. Hij heeft zijn advocaat gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De mondelinge behandeling heeft daarom in een aparte ruimte zonder aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
De advocaat refereert zich namens betrokkene primair aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene wil geholpen worden en accepteert alle hulp in de hoop dat hij daardoor beter wordt. Subsidiair bepleit de advocaat om de duur van het verzoek te bekorten tot zes maanden. In de aankomende tijd wordt immers nader onderzoek gedaan naar de onderliggende stoornis. Indien de uitkomst van dit onderzoek bekend is, zal er moeten worden gekeken naar een vervolgplek. Een herbeoordeling over zes maanden zal in dit geval passend zijn.
De verpleegkundige i.o. tot specialist heeft naar voren gebracht dat tot op heden niet duidelijk is wat de onderliggende stoornis is bij betrokkene. Betrokkene heeft al vele behandelingen gekregen en is tijdens de opname medicamenteus behandeld voor een depressieve stoornis, maar dit heeft geen effect gehad. Inmiddels zijn de behandelmogelijkheden uitgeput. De primaire aanname is dat er naast een psychische stoornis sprake is van een dementieel beeld. Op de hersenscan in het ziekenhuis zijn degeneratieve kernmerken waargenomen, maar vooralsnog zijn de afwijkingen onvoldoende om een diagnose te kunnen stellen. In de aankomende twee maanden zal er nogmaals een hersenscan worden uitgevoerd om te beoordelen of de degeneratieve kernmerken toenemen. Er is bij betrokkene sprake van heel veel aanvallen van dwangmatig handelen waarop hij geen invloed lijkt te hebben en daarom niet kan controleren. Om de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving te kunnen waarborgen is het noodzakelijk om meermaals per week in te grijpen door middel van interventies van verplichte zorg. Indien betrokkene geen zorg ontvangt, zijn de risico’s en de kans op overlijden enorm.
De psychiater heeft hierop aangevuld dat er bij betrokkene sprake is van ernstige impulscontrolestoornissen waarvoor hij behandeld wordt met antipsychotica. De Wvggz is volgens de psychiater dan ook van toepassing. Er is eerder geprobeerd om deze medicatie af te bouwen, maar de dwangmatige handelingen namen toe. Betrokkene drinkt bijvoorbeeld ruim tien liter water in heel korte tijd, waardoor hij op de IC moest worden opgenomen met een insult en na terugkeer in de kliniek het water in zijn kamer moest worden afgesloten. Ook gooit hij warme thee of eten over medebewoners. De medicatie lijkt enig effect te hebben op de agressie en het dwangmatig handelen. Dat neemt niet weg dat de agitatie bij betrokkene met regelmaat zo hoog oploopt dat hij door de verpleging ‘in the holding’ moet worden genomen, en soms ook uren gehouden, tot hij rustiger is teneinde ernstig gevaar voor zichzelf en zijn omgeving te voorkomen. Het is vooralsnog onduidelijk wat de reden is van de gedragsproblematiek bij betrokkene. De verzochte verplichte vormen van zorg zijn alle voorzienbaar en noodzakelijk. Er wordt wekelijks verplichte zorg aangezegd om de situatie rondom betrokkene veilig te houden. Betrokkene is afhankelijk van intensieve zorg, veelal met meer personen van de verpleging tegelijk, en de verwachting is dat de intensiviteit in de aankomende periode niet zal afnemen. Daarbij heeft betrokkene geen idee wat er aan de hand is en is hij volledig wilsonbekwaam. Gelet op het verloop van de opname is het niet te verwachten dat het beeld op korte termijn zal stabiliseren.
Beoordeling
Op 3 januari 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 3 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een impulsbeheersingsstoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene inmiddels een jaar onafgebroken is opgenomen binnen de GGZ. Hierbij is sprake een onbegrepen beeld van impulsieve ernstiger suïcidepogingen, katatone symptomen, depressieve symptomen en geheugenproblemen. Ondanks verschillende behandelingen is er geen verbetering zichtbaar in het beeld en het functioneren van betrokkene. Op dit moment is er nog steeds sprake van gevaarlijk impulsief gedrag waarbij betrokkene recent opgenomen is geweest in het ziekenhuis vanwege een waterintoxicatie waarbij hij in korte tijd dwangmatig dusdanig veel dronk dat hij een insult kreeg. Betrokkene laat daarnaast agressief gedrag zien en heeft pogingen gedaan om medepatiënten te stranguleren. Hierbij laat hij fysieke agressie zien richting anderen waarbij hij ook het risico loopt om agressie over zichzelf af te roepen.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Ondanks dat betrokkene coöperatief – of eerder passief - is in de behandeling, dient er wekelijks verplichte zorg te worden aangezegd vanwege ernstige impulsdoorbraken. Betrokkene heeft hierop geen enkele invloed. Om zijn leven te beschermen en de veiligheid van hemzelf en zijn omgeving te kunnen waarborgen, is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank stelt vast dat er in de afgelopen periode geen enkel herstel is gezien in het beeld van betrokkene. Het is aldus de behandelaars ook niet te verwachten dat de situatie op korte termijn zal veranderen. Om de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving te kunnen waarborgen, moeten zijn vrijheden worden ingeperkt. Er zijn op dit moment geen andere mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. Het dwangmatig handelen van betrokkene laat zien dat er geen sprake is van consistente bereidheid de behandeling te accepteren. Daarom is een behandeling op basis van vrijwilligheid op dit moment niet haalbaar. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 november 2026.