Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 14 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Tülü in Alkmaar.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Hoogeveen in Gouda .
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
Deze afspraken zijn neergelegd in een proces-verbaal.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
althans een beslissing te nemen die de rechtbank juist acht.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
subsidiair:
voor het geval [minderjarige] voorlopig aan de vrouw wordt toevertrouwd, te bepalen dat [minderjarige] wekelijks van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur bij de man verblijft.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aan de Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningen procedure Nederlands recht toe.
Voorlopige zorgregeling, toevertrouwing [minderjarige] en uitsluitend gebruik echtelijke woning
De rechtbank ziet aanleiding om de verzoeken met betrekking tot de toevertrouwing van [minderjarige] , de voorlopige zorgregeling en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning eerst te bespreken.
Voorlopige zorgregeling
Uit de stukken en wat op zitting is besproken, is het volgende gebleken.
Beide partijen zijn zeer betrokken bij [minderjarige] . Op de zitting, waarbij [minderjarige] aanwezig was, was zichtbaar dat [minderjarige] om de beurt met partijen contact zocht. Partijen hebben ook niet aangevoerd dat de ander ongeschikt is om voor [minderjarige] te zorgen, anders dan dat de man aanvoert dat de taalontwikkeling van [minderjarige] vertraging oploopt bij de vrouw, omdat zij geen Nederlands met haar spreekt.
De man werkt 36 uur per week en heeft werktijden van 8.00 uur tot 16.45 uur. Op vrijdag werkt de man een korte dag. Daarom is [minderjarige] – anders dan tijdens de zitting in kort geding overeengekomen – op vrijdag vanaf 13.30 uur bij de man. Op de zitting heeft hij aangegeven dat hij informatie heeft vergaard voor de opvang van [minderjarige] , maar dat hij dit nog niet daadwerkelijk heeft geregeld. De vrouw heeft aangegeven dat zij niet werkt en door de week voor [minderjarige] kan zorgen. [minderjarige] kan dan ook weer drie ochtenden in de week naar de voorschoolse educatie waar zij eerder ook heen ging.
De rechtbank stelt vast dat als [minderjarige] door de week bij de man zou verblijven, er op de korte termijn voor haar geen opvang is. Daarom zal de rechtbank de huidige zorgregeling voorlopig handhaven, waarbij [minderjarige] wekelijks bij de man is van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur. De rechtbank zal het meer of anders verzochte met betrekking tot de voorlopige zorgregeling afwijzen.
Toevertrouwing [minderjarige]
Nu het zwaartepunt van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige] – in ieder geval voorlopig – bij de vrouw ligt, ziet de rechtbank aanleiding om [minderjarige] aan de vrouw toe te vertrouwen. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de vrouw om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen zal toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de man.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Ten aanzien van de verzoeken over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning overweegt de rechtbank als volgt.
Op de zitting is gebleken dat de woning met één slaapkamer in de huidige omstandigheden, waarbij sprake is van grote spanningen tussen partijen, niet geschikt is voor een verblijf van partijen samen met [minderjarige] .
De vrouw verblijft op dit moment in een logeerkamer van een moskee in [plaats 3] , en zij heeft gesteld dat zij daar niet lang meer kan verblijven. Daarnaast is de vrouw pas sinds 2022 in Nederland en heeft zij een beperkt netwerk. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee haar belang in het verblijf van de woning gegeven.
Het belang van de man in de woning hangt mede samen met zijn werk. Hij werkt als monteur bij KPN in de omgeving van [plaats 2] en heeft een vaste parkeerplek nodig voor zijn auto, omdat daarin ’s nachts de leveringen voor de volgende werkdag worden geplaatst. Het is van belang dat de man zijn baan behoudt, mede omdat partijen schulden hebben.
Los van het belang van [minderjarige] om in een rustige omgeving met zowel de vrouw als de man tijd door te brengen, is het in het belang van [minderjarige] om terug te keren naar de echtelijke woning, omdat zij in (de omgeving) [plaats 2] drie ochtenden in de week voorschoolse educatie genoot.
De rechtbank is van oordeel dat alle belangen afwegende de verzoeken van beide partijen gedeeltelijk moeten worden toegewezen, in die zin dat partijen voorlopig allebei afwisselend gerechtigd zijn tot het uitsluitend gebruik van de woning, waarbij met betrekking tot [minderjarige] een birdnestingregeling zal gelden. De rechtbank zal bepalen dat de ouder bij wie [minderjarige] volgens de voorlopige zorgregeling zal zijn op dat moment het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning heeft. Dit betekent dat de vrouw van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30 uur elders zal moeten verblijven, en de man van zondag 19.30 uur tot vrijdag 13.30 uur elders zal moeten verblijven. Dit idee is op de zitting met partijen besproken en zij stonden daar niet voor open. Desondanks is rechtbank van oordeel dat deze regeling het meeste in het belang is van [minderjarige] . Het is in haar belang dat zij partijen wekelijks voldoende kan blijven zien en weer naar voorschoolse educatie kan.
De rechtbank gaat ervan uit dat het voor de man mogelijk zal zijn om een vaste andere parkeerplek voor zijn auto te vinden. Daarnaast gaat de rechtbank ervan uit dat, nu de man geboren en getogen is in [plaats 2] , hij in staat is daar binnen zijn netwerk een tijdelijk verblijfadres te vinden voor de dagen dat hij niet in de echtelijke woning kan verblijven.
De rechtbank gaat ervan uit dat beide partijen zich zullen inzetten om zo snel mogelijk geschikte vervangende woonruimte te vinden in (de omgeving van) [plaats 2] , omdat birdnesting geen duurzame oplossing is.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen. Het meer of anders verzochte met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning zal de rechtbank afwijzen.
Ouderschapsbemiddeling
Op de zitting is de rechtbank gebleken dat het partijen niet lukt om met elkaar te communiceren in het belang van [minderjarige] en om samen afspraken te maken over [minderjarige] . Daarom heeft de rechtbank deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling besproken. Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen dit traject. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Op 7 november 2025 is dit proces-verbaal per e-mail verzonden naar Enver voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking ook per post zenden aan Enver.
De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om de eindrapportage over het verloop van het traject in te dienen in de bodemprocedure onder zaak- en rekestnummer C/09/692974 en FA RK 25-7725 op de hierna vermelde wijze, nu in de onderhavige procedure een eindbeslissing wordt genomen.
Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen, eveneens ten behoeve van de bodemprocedure in de echtscheidingszaak. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
Voorlopige kinder- en partneralimentatie
De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw om een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen, afwijzen. De vrouw heeft haar verzoeken op geen enkele wijze onderbouwd, niet ten aanzien van de behoefte en ook niet ten aanzien van de draagkracht. Bovendien heeft de vrouw niet weersproken dat er vele schulden zijn en er beslag ligt op het inkomen van de man.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] aan de vrouw zal
worden toevertrouwd;
*
bepaalt als voorlopige zorgregeling met betrekking tot [minderjarige] dat sprake zal zijn van een
birdnesting-regeling, waarbij zij bij de man verblijft van vrijdag 13.30 uur tot zondag 19.30
uur en de overige dagen bij de vrouw.
*
bepaalt dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 1] ( [postcode 1] ) in [plaats 2] : gedurende de tijd dat [minderjarige] volgens de voorlopige zorgregeling bij de man zal zijn;
*
bepaalt dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 1] ( [postcode 1] ) in [plaats 2] : gedurende de tijd dat [minderjarige] volgens de voorlopige zorgregeling bij de vrouw zal zijn;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw] , (de vrouw)
wonende in [plaats 2] ( [postcode 1] ), aan de [adres 1] ,
en
[de man] , (de man)
wonende in [plaats 2] ( [postcode 1] ), aan de [adres 1] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Enver voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar Enver, Omgangsbegeleiding, [adres 2] , [postcode 2] [plaats 2] , en de Raad;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/692974 en rekestnummer FA RK 25-7725 (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide partijen en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad stuurt;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad toestuurt;
verzoekt de Raad bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.