ECLI:NL:RBDHA:2025:24729

ECLI:NL:RBDHA:2025:24729, Rechtbank Den Haag, 10-10-2025, NL25.888

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-10-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer NL25.888
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

VK – regulier, mvv, referent heeft geen rechtmatig gezag, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.888

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. W. Hoebba),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. G. Cambier).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij haar vader [referent] (referent). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 19 februari 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het besluit van 17 december 2024 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Mocht de minister tegenwerpen dat referent niet het rechtmatig gezag heeft?

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de mvv-aanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Waar gaat deze zaak over?

4. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] 2006 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Zij is de dochter van referent en woont bij haar oma (de moeder van referent) in Suriname. Op de zitting is gebleken dat aan eiseres een tijdelijk visum is verleend, zodat zij bij haar jongere zus kan zijn, die een longtransplantatie moet ondergaan. Referent is geboren op [geboortedatum 2] 1978 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Aan hem is een verblijfsvergunning verleend. Referent heeft op 9 oktober 2023 een aanvraag voor een mvv ingediend, met als doel dat eiseres bij hem in Nederland zou kunnen verblijven. De moeder van eiseres, [naam] , verblijft ook in Nederland.

5. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat geen documenten zijn overgelegd waaruit blijkt dat referent het ouderlijk gezag heeft over eiseres. Ook heeft referent op de hoorzitting van 9 oktober 2024 verklaard dat de moeder van eiseres wettelijk het gezag heeft. Uit artikel 3.14, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) volgt dat er dan geen mvv wordt verleend. De minister heeft verder opgemerkt dat iedereen recht heeft op familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De minister heeft in dat kader een belangenafweging gemaakt. Volgens de minister heeft eiseres in bezwaar geen andere omstandigheden aangevoerd. De minister heeft daarom verwezen naar het primaire besluit. Daar is in het nadeel van eiseres betrokken dat het een eerste toelating betreft, en is opgemerkt dat het economische belang voor de Nederlandse overheid zwaar weegt. Verder is er geen objectieve belemmering om het gezinsleven in Suriname uit te oefenen. Ook is op afstand contact en bezoek mogelijk. Verder is eiseres in Suriname geboren en opgegroeid. Zij heeft behalve referent geen banden met Nederland.

6. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat referent geen officiële gezagsbeslissing heeft. Volgens eiseres is sprake van excessief formalisme, en heeft de minister geen rekening gehouden met de daadwerkelijke verhoudingen en relevante feiten en omstandigheden. Tijdens de hoorzitting waren namelijk zowel referent als de moeder van eiseres aanwezig en is duidelijk naar voren gekomen dat beide ouders in Suriname en vanuit Nederland de opvoeding en verzorging op zich namen en nemen. Er is ook duidelijk naar voren gekomen dat eiseres reeds in Suriname behoorde en nog steeds behoort tot het gezin van referent. Verder is gebleken dat zowel referent als de moeder van eiseres belast waren en zijn met belangrijke gezagsbeslissingen aangaande eiseres. Ook is in bezwaar een DNA-test overlegd waaruit blijkt dat referent de biologische vader is. Een officiële gezagsbeslissing voegt niets toe aan de bestaande verhoudingen. Tijdens de zitting heeft eiseres er ook op gewezen dat per 1 januari 2023 wetgeving is gewijzigd, waardoor erkenning automatisch leidt tot gezag. De gedachte daarachter is dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen kinderen die zijn geboren uit een huwelijk en kinderen die niet zijn geboren uit een huwelijk. Ook blijkt uit de memorie van toelichting dat sprake moet zijn van daadwerkelijke opvoedingstaken (waarvan in het geval van eiseres sprake is). Verder heeft de gemachtigde gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:110. Volgens eiseres gaat het in deze uitspraak om de invulling van het begrip gezag, en ging het daarbij ook om de feitelijke invulling van het gezinsleven. Volgens eiseres is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2, 7:2, 7:11 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

7. De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat referent de biologische vader is van eiseres. Uit artikel 3.14, aanhef en onder c, van het Vb volgt dat de minister een mvv verleent aan het minderjarige biologische of juridische kind van de hoofdpersoon, dat naar het oordeel van onze minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van die hoofdpersoon, én dat onder het rechtmatige gezag van die hoofdpersoon staat. Dat rechtmatig gezag een voorwaarde is, volgt ook uit artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gezinsherenigingsrichtlijn (Gri): “De lidstaten geven uit hoofde van deze richtlijn, en op voorwaarde dat aan de in hoofdstuk IV en artikel 16 gestelde voorwaarden is voldaan, toestemming tot toegang en verblijf aan de volgende gezinsleden: (…) de minderjarige kinderen, met inbegrip van geadopteerde kinderen, van de gezinshereniger, indien de gezinshereniger het gezag over de kinderen heeft en dezen te zijnen laste komen.” Tussen partijen is niet in geschil dat referent niet het rechtmatig gezag heeft. De hiervoor genoemde regelgeving biedt geen ruimte om een mvv te verlenen als niet aan de voorwaarde van rechtmatig gezag is voldaan. De omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd (dat referent de biologische vader is, dat eiseres behoort tot zijn gezin, dat referent de opvoeding en verzorging samen met de moeder van eiseres op zich neemt en dat zij samen belangrijke gezagsbeslissingen nemen) hoefden voor de minister daarom geen aanleiding te zijn om een mvv te verlenen. Ook de op de zitting benoemde wetswijziging en uitspraak van de Afdeling leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft niet toegelicht welke regels / bepalingen precies zijn aangepast, en waarom dit ertoe zou leiden dat de voorwaarde van rechtmatig gezag in het Vb niet langer van toepassing is.

Verder is de genoemde uitspraak niet relevant voor deze zaak, omdat het een geschil met de Belastingdienst/Toeslagen betreft en er uitleg wordt gegeven aan het begrip ‘gastouder’ uit de Wet kinderopvang. De uitspraak gaat dus niet over gezag en/of feitelijke invulling van gezinsleven. Er is dus geen sprake van een motiveringsgebrek of excessief formalisme.

Eiseres heeft verder niet toegelicht waarom het bestreden besluit in strijd zou zijn met de artikelen 3:2, 7:2 en 7:11 van de Awb. De beroepsgrond slaagt niet.

8. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres geen beroepsgronden heeft gericht tegen het standpunt van de minister dat de afwijzing van de mvv-aanvraag niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

10 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M. Dijksterhuis

Griffier

  • mr. S.J. Valk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?