ECLI:NL:RBDHA:2025:24731

ECLI:NL:RBDHA:2025:24731, Rechtbank Den Haag, 04-11-2025, NL23.37972

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer NL23.37972
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, leeftijdsschouw AVIM niet inzichtelijk en concludent, niet (alsnog) deugdelijk gemotiveerd waarom wordt uitgegaan van leeftijdsregistratie Italië, beroep gegrond.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.37972

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. B.J. Riesebos),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. G. Cambier).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 november 2023 (het bestreden besluit) waarbij de minister de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingewilligd. Het beroep richt zich tegen de vaststelling van de geboortedatum van eiser.

1.1. Eiser heeft op 8 december 2023 gronden ingediend. Op 19 [maand] 2024 heeft eiser laten weten dat hij een originele geboorteakte heeft ontvangen.

1.2. De rechtbank heeft op 26 [maand] 2024 de behandeling van het beroep aangehouden, om de minister in de gelegenheid te stellen de geboorteakte te laten onderzoeken door Bureau Documenten.

1.3. Op 17 april 2024 heeft de minister de resultaten van het onderzoek door Bureau Documenten ingebracht. Eiser heeft daar op 1 mei 2024 op gereageerd.

1.4. De rechtbank heeft op 19 september 2024 de behandeling van het beroep aangehouden, in afwachting van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) over leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat.

1.5. De Afdeling heeft op 9 oktober 2024 uitspraak gedaan.1 Eiser heeft op 21 mei 2025 op de uitspraak gereageerd. De minister heeft op 4 juni 2025 gereageerd.

1.6. Eiser heeft op 1 september 2025 nadere gronden ingediend.

1. ECLI:NL:RVS:2024:3992.

De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, G. Ogbamichael als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vaststelling van de geboortedatum van eiser. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Waar gaat deze zaak over?

4. Eiser heeft op 3 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft daarbij opgegeven dat hij de Eritrese nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum 1] 2007. In de gronden van 8 december 2023 stelt eiser dat hij abusievelijk de verkeerde geboortedag heeft opgegeven, en dat hij is geboren op [geboortedatum 2] 2007. Omdat eiser zijn leeftijd niet met documenten kon onderbouwen, heeft er een leeftijdsschouw plaatsgevonden door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) op 4 juli 2022 en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op 15 mei 2023. De AVIM heeft geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. De IND heeft geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. De minister heeft vervolgens informatie opgevraagd bij de Italiaanse autoriteiten. Uit de verklaringen van eiser blijkt namelijk dat hij in Italië vingerafdrukken heeft afgestaan. Uit informatie van de Italiaanse autoriteiten van 25 juli 2023 blijkt dat eiser daar staat geregistreerd onder de naam [eiser] , geboren op [geboortedatum 2] 2003 en met de Eritrese nationaliteit. De minister heeft naar aanleiding van de registratie in Italië op 27 juli 2023 de geboortedatum van eiser aangepast naar [geboortedatum 2] 2003. In het bestreden besluit heeft de minister het standpunt ingenomen dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser deels geloofwaardig is. De nationaliteit en herkomst van eiser en de illegale uitreis uit Eritrea acht de minister wel geloofwaardig.

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar zijn leeftijd en ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom zijn geboortedatum is vastgesteld op [geboortedatum 2] 2003.

Eiser voert (over het onderzoek naar de leeftijd) aan dat de minister tijdens het aanmeldgehoor (p. 23) heeft toegezegd dat er een medisch leeftijdsonderzoek zou plaatsvinden, en deze toezegging niet is nagekomen. Dat is volgens eiser in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Eiser voert verder aan dat de leeftijdsschouw van het AVIM niet inzichtelijk en concludent is. Het AVIM heeft namelijk niet toegelicht waarom het lichamelijke, uiterlijke kenmerk (“duidelijk zichtbare adamsappel”) en het gedrag ("rustig en meewerkend") typerend zijn voor een meerderjarige. Ook heeft het AVIM niet gespecificeerd welke verklaringen en signalen hebben geleid tot twijfel. Eiser verwijst naar de Werkinstructie (WI) 2023/6, naar diverse rechtbankuitspraken en naar de uitspraken van de Afdeling van 20 augustus 20252. Uit de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025 blijkt dat de minister, ook als de leeftijdsschouw ondeugdelijk is gemotiveerd, nader onderzoek mag doen, maar volgens eiser is het onderzoek van de minister onvoldoende geweest. Uit de brief van de Italiaanse autoriteiten blijkt namelijk dat de registratie in Italië niet op basis van leeftijdsonderzoek is gebeurd en ook niet op basis van andere informatie. De minister heeft ook niet geïnformeerd bij de autoriteiten in Italië onder welke omstandigheden de verklaring van eiser over zijn leeftijd is afgelegd, wat in strijd is met de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, r.o. 7.33.

2 ECLI:NL:RVS:2025:3801 en ECLI:NL:RVS:2025:3991.

Eiser voert (over de motivering) aan dat in het bestreden besluit niet is gemotiveerd waarom de door eiser opgegeven geboortedatum niet geloofwaardig wordt geacht. Dat is in strijd met de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, r.o. 7.2. Ook heeft de minister de verklaringen van eiser over de registratie in Italië niet bij de besluitvorming betrokken. Eiser heeft consistent verklaard dat hij in Italië zijn eigen geboortedatum heeft opgegeven (p. 21 van het aanmeldgehoor en p. 4 van het nader gehoor). Dat er toch een verkeerde geboortedatum is gekoppeld aan zijn naam wijt eiser aan het feit dat zijn gegevens gedeeltelijk zijn verwisseld met die van een vriend van hem. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser toegelicht dat zij nog eens in gesprek is gegaan met eiser, en dat blijkt dat zijn vriend en hij tijdens het wachten op de afname van hun vingerafdrukken hun briefjes met een nummer hebben verwisseld. Dit kan dus eigenlijk geen verklaring zijn, maar de gemachtigde heeft gewezen op de signalering “Nadeel van de twijfel. Leeftijdsbepaling amv’s en leeftijdsregistratie als meerderjarige in EU-lidstaat van eerder verblijf” van de Adviesraad Migratie, waaruit blijkt dat het risico op onregelmatigheden bij leeftijdsregistratie groot is. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij in Italië een paar dagen in een opvangvoorziening voor minderjarigen heeft verbleven (p. 21 van het aanmeldgehoor), wat strookt met zijn verklaring dat hij zijn eigen geboortedatum heeft opgegeven. Ook heeft de minister de wel geloofwaardig geachte verklaringen van eiser met betrekking tot zijn leeftijd en schoolgang niet betrokken bij het besluit. Eiser heeft immers consistent verklaard dat hij in [maand] 2007 is geboren, op ongeveer 8-jarige leeftijd naar school is gegaan in 2015 en 13 jaar was toen hij in augustus 2020 Eritrea verliet. Eiser verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 4 september 2023, r.o. 7.44. Verder had de minister moeten motiveren of eiser het voordeel van de twijfel moet worden gegund. Eiser verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 28 juli 2023, r.o. 165. Dat de geboorteakte vals is bevonden, betekent volgens eiser niet dat daaruit zijn meerderjarigheid blijkt.

Motivering van de meerderjarigheid in het bestreden besluit

6. De rechtbank stelt vast dat in het bestreden besluit over de vaststelling van de geboortedatum van eiser enkel is opgemerkt: “Immers wordt de identiteit van betrokkene niet geloofwaardig geacht, aangezien betrokkene meerderjarig bevonden is. Inmiddels is de geboortedatum van betrokkene dan ook aangepast naar [geboortedatum 2] 2003.” De minister heeft hiermee niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij de door eiser opgegeven geboortedatum niet volgt. Eiser heeft terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, r.o. 7.2. Daaruit volgt dat de minister, als hij twijfel heeft over de minderjarigheid van de vreemdeling, van het vermoeden moet uitgaan dat de vreemdeling minderjarig is. Het is aan de minister om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. De minister zal nader onderzoek moeten doen, eventueel in samenwerking met andere lidstaten. Als de minister na dat onderzoek toch tot de conclusie komt dat de twijfel over de minderjarigheid is weggenomen en hij ervan uitgaat dat de vreemdeling meerderjarig is, dat zal moeten motiveren. Nu de minister dit heeft nagelaten, is sprake van een motiveringsgebrek. Dat betekent dat het beroep gegrond is.

3. ECLI:NL:RVS:2024:3992.

4 ECLI:NL:RBDHA:2023:13712.

5 ECLI:NL:RBDHA:2023:11536.

Kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven?

7. De minister heeft in de brief van 4 juni 2025 het standpunt ingenomen dat de aanwijzingen in de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, r.o. 7.3 in acht zijn genomen, en dat het vermoeden van minderjarigheid is ontzenuwd. Volgens de minister is uiteindelijk op goede gronden [geboortedatum 2] 2003 als registratie van de geboortedatum aangehouden. De minister verwijst daarbij naar het resultaat van het onderzoek op 25 juli 2023 aan de hand van gerichte vraagstellingen aan de Italiaanse autoriteiten en het resultaat van een nader verricht onderzoek door Bureau Documenten naar de geboorteakte uit 2019 (die vals is bevonden), waarbij eiser overigens is uitgegaan van [geboortedatum 2] 2007 als zijn gestelde geboortedatum. De minister stelt ook dat eiser een plausibele verklaring moet geven voor zijn niet-consequente en afwijkende verklaringen. Volgens de minister kan eiser niet in zijn verklaringen worden gevolgd. De minister heeft op de zitting toegelicht dat eisers verklaringen niet worden gevolgd, omdat eiser geen aanknopingspunten naar voren heeft gebracht waarom de Italiaanse autoriteiten het fout hebben gedaan en waarom de fout niet gelijk is hersteld. Ook heeft eiser vaag verklaard over of hij wel of geen vingerafdrukken heeft afgestaan, en op eigen initiatief of niet. En de minister vindt het vreemd dat eiser een document zou hebben ondertekend waar de verkeerde geboortedatum op zou staan.

8. De rechtbank beoordeelt hierna of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit – met de aanvullende toelichting van de minister – in stand kunnen blijven. De rechtbank zal daarbij ook ingaan op de beroepsgronden van eiser.

Afgezien van medisch leeftijdsonderzoek

9. De rechtbank volgt eiser in zijn betoog dat de minister ten onrechte heeft afgezien van medisch leeftijdsonderzoek. Uit het verslag van het aanmeldgehoor van 15 mei 2023 blijkt dat aan eiser een medisch leeftijdsonderzoek is aangeboden, en dat eiser heeft verklaard dat hij zich hiervoor wil opgeven en het model M39-C in tweevoud heeft ondertekend. Uit de brief van 2 augustus 2023 aan de voogd van eiser blijkt dat de minister een leeftijdsonderzoek vervolgens niet langer nodig achtte, omdat uit onderzoek was gebleken dat eiser in Italië als meerderjarig staat geregistreerd. De minister heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van Afdeling van 9 november 20176. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de minister niet afzien van een medisch leeftijdsonderzoek enkel op basis van de registratie in Italië. De Afdeling heeft in de uitspraak van 9 oktober 20247 geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is bij de leeftijdsbeoordeling van vreemdelingen in Italië, en is daarmee teruggekomen op eerdere rechtspraak. Dit betekent dat de minister niet langer in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in Italië. De minister moet steeds zorgvuldig onderzoeken en deugdelijk motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Uit de informatie van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat er geen leeftijdsonderzoek en informatie aan de registratie ten grondslag ligt. De minister heeft op de zitting toegelicht dat hij hieruit opmaakt dat de registratie is gebaseerd op de verklaring van eiser. Er is echter niet gebleken dat de minister, in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, r.o. 7.3, heeft geïnformeerd onder welke omstandigheden eiser de verklaring over zijn leeftijd heeft afgelegd. Zoals in r.o. 12 nader zal worden toegelicht, was de presumptie van minderjarigheid met de registratie in Italië dus niet weerlegd. Er bestond daarom nog altijd aanleiding om het leeftijdsonderzoek te laten uitvoeren.

6. ECLI:NL:RVS:2017:3288.

Registratie in Italië

7 ECLI:NL:RVS:2024:3992.

Leeftijdsschouw AVIM

10. De IND heeft geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. De AVIM heeft geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. De rechtbank overweegt over de leeftijdsschouw van het AVIM volgt. In het proces-verbaal van het gehoor door de AVIM worden in het kader van de leeftijdsschouw verschillende lichamelijke kenmerken opgesomd: “geen opvallende kraaienpoten/rimpels om de ogen, geen terugwijkende haargrens, geen duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken, geen grijze haren, wel een duidelijk zichtbare adamsappel, geen stoppels”. Vervolgens is het gedrag van eiser beschreven als: “rustig en meewerkend”. Daarna staat er als conclusie: “op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordelen wij unaniem dat geconcludeerd kan worden dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Er zal verder onderzoek naar de leeftijd plaatsvinden.” De rechtbank volgt eiser in zijn betoog dat de schouw van het AVIM niet inzichtelijk en concludent is. In het proces-verbaal ontbreekt een verbinding tussen de observaties en de bevindingen en de conclusies die de AVIM daaruit trekt. De schouwers leggen in het proces-verbaal niet uit waarom de lichamelijke kenmerken en het gedrag van eiser typerend zijn voor een meerderjarige en waarom juist niet voor een minderjarige. Ook relateren de schouwers hun observaties niet aan hun tijdens de schouwopleiding opgedane kennis en inzichten over minder- en meerderjarigheid. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal dat de schouwers zich vooral op het uiterlijk hebben gebaseerd en minder op het gedrag van eiser. De rechtbank kan uit het verslag niet opmaken hoe de verklaringen en “signalen” (gedragingen) van eiser hebben bijgedragen aan de conclusie dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd.

11. De minister heeft de leeftijdsschouw van de AVIM dus niet kunnen betrekken bij haar standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die eiser heeft opgegeven. Dat volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025, , r.o. 18.8 De rechtbank volgt de minister dus niet in zijn betoog op de zitting dat toch enige waarde aan de schouw kan worden gehecht, omdat de medewerkers van het AVIM wel expertise hebben om de schouw te doen en kenmerken en gedrag hebben genoteerd.

12. De rechtbank volgt eiser ook in zijn standpunt dat de minister met het onderzoek in Italië niet het vermoeden van minderjarigheid heeft weerlegd. In de brief van 25 juli 2023 hebben de Italiaanse autoriteiten laten weten dat eiser daar staat geregistreerd onder de naam [eiser] , geboren op [geboortedatum 2] 2003 en met de Eritrese nationaliteit. Uit de brief van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat er geen leeftijdsonderzoek aan de registratie ten grondslag ligt, en dat er verder geen informatie is gegeven: “He/She was photofingerprinted for illegal entry under the a/m alias. No age assessment. No other info.” De minister heeft op de zitting toegelicht dat hij hieruit opmaakt dat de registratie is gebaseerd op de verklaring van eiser. De minister heeft tijdens de zitting ook de vragen aan de Italiaanse autoriteiten van 4 juli 2023 geüpload. Daaruit blijkt echter niet dat de minister, in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, r.o. 7.3, heeft geïnformeerd onder welke omstandigheden eiser de verklaring over zijn leeftijd heeft afgelegd. De minister heeft dus niet inzichtelijk gemaakt waarop de Italiaanse autoriteiten de leeftijdsregistratie hebben gebaseerd. Ook heeft de minister niet inzichtelijk gemaakt welk gewicht hij aan de leeftijdsregistratie in Italië heeft toegekend en waarom hij daar gewicht aan heeft toegekend. De rechtbank volgt de minister niet in zijn betoog op de zitting, dat toch enig gewicht aan de registratie van Italië mag worden toegekend. In het geval van eiser is immers niet inzichtelijk geworden waarop de registratie is gebaseerd, en onder welke omstandigheden de verklaring van eiser zou zijn afgelegd.

8. ECLI:NL:RVS:2025:3801.

13. De minister heeft nog verwezen naar de conclusie van Bureau Documenten over de overgelegde geboorteakte. Naar het oordeel van de rechtbank kan hier echter geen doorslaggevende betekenis aan worden toegekend. Uit de omstandigheid dat dit document, waarop als geboortedatum [geboortedatum 2] 2007 staat, vals is bevonden, kan namelijk niet de meerderjarigheid van eiser worden afgeleid.

14. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand blijven. De minister heeft het vermoeden van minderjarigheid met het verrichte onderzoek niet weerlegd en heeft niet (alsnog) deugdelijk gemotiveerd waarom hij uitgaat van de in Italië geregistreerde geboortedatum.

15. De rechtbank volgt eiser echter niet in zijn verzoek om zijn geboortedatum vast te stellen op [geboortedatum 2] 2007. Daarbij is van belang dat eiser bij aankomst in Nederland heeft verklaard dat zijn geboortedatum [geboortedatum 1] 2007 is. Verder is de geboorteakte, waarin [geboortedatum 2] 2007 staat vermeld, vals bevonden. De rechtbank kan dus niet zonder meer uitgaan van de (gewijzigde) verklaring van eiser over zijn leeftijd.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit van 10 november 2023, voor zover daarin de leeftijd van eiser is vastgesteld op [geboortedatum 2] 2003;

draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen over de geboortedatum, waarbij de minister de motivering van deze uitspraak moet betrekken;

veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

04 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M. Dijksterhuis

Griffier

  • mr. S.J. Valk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?