ECLI:NL:RBDHA:2025:24761

ECLI:NL:RBDHA:2025:24761, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL23.40792

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer NL23.40792
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

tijdelijke bescherming, Oekraïne, terugkeerbesluiten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.40792

(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),

en

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de aan eiseres toegekende facultatieve tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (Richtlijn) en de oplegging van meerdere terugkeerbesluiten. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht de aan eiseres toegekende facultatieve tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 heeft beëindigd en per die datum een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft eiseres bij besluit van 31 augustus 2023 in kennis gesteld van de beëindiging van de aan haar toegekende tijdelijke bescherming per 4 september 2023. Dit besluit geldt ook als terugkeerbesluit. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Ook heeft zij verzocht een voorlopige voorziening te treffen (NL23.40793). Op 24 januari 2024 heeft de minister het besluit van 31 augustus 2023 ingetrokken.

Op 7 februari 2024 heeft de minister een nieuw terugkeerbesluit genomen waarin aan eiseres is meegedeeld dat de aan haar toegekende tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 eindigt. Eiseres heeft hiertegen op 15 maart 2024 beroep ingesteld. Op 12 april 2024 is dit beroep ingetrokken.

Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats het verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening te treffen (NL23.40793) toegewezen en bepaald dat eiseres moet worden behandeld alsof het recht op tijdelijk bescherming op haar van toepassing is, tot uitspraak is gedaan op het beroep.

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister eiseres medegedeeld dat zij een nieuw terugkeerbesluit krijgt. In reactie op dit nieuwe terugkeerbesluit heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank op 8 september 2025 laten weten niet in staat te zijn om aanvullende gronden tegen dit terugkeerbesluit in te dienen.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en inleidende opmerkingen

3. Eiseres komt uit Zuid-Afrika. Zij had in Oekraïne een tijdelijke verblijfsvergunning op het moment dat de Russische strijdkrachten op 24 februari 2022 begonnen met een grootschalige invasie van Oekraïne. Eiseres is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier als zogeheten derdelander facultatieve tijdelijke bescherming verkregen op grond van de Richtlijn en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/38 van 4 maart 2022 (Uitvoeringsbesluit). Ook heeft zij, om deze tijdelijke bescherming te kunnen krijgen, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is op 31 augustus 2023 buiten behandeling gesteld. Hiertegen is geen beroep ingesteld.

De minister heeft aanvankelijk bepaald dat de facultatieve tijdelijke bescherming met ingang van 4 september 2023 eindigt. Dit heeft de minister aan eiseres bij besluit van 31 augustus 2023 bekendgemaakt. Met dit besluit is aan eiseres ook een terugkeerbesluit opgelegd. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld. Dit besluit heeft de minister ingetrokken nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) bij uitspraak van 17 januari 2024 had bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning van rechtswege niet op deze datum kon eindigen, maar van rechtswege zou eindigen op 4 maart 2024. In een brief van 24 januari 2024 heeft de minister eiseres gewezen op deze beëindiging van rechtswege op 4 maart 2024. Eiseres heeft haar beroep echter gehandhaafd.

De minister heeft op 7 februari 2024 opnieuw een terugkeerbesluit opgelegd en vastgesteld dat eiseres met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en de Europese Unie moet verlaten. Tegen dit besluit heeft eiseres ook beroep ingesteld. Zoals onder 2.1. is opgenomen heeft eiseres dit beroep op 12 april 2024 ingetrokken.

Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, en de Afdeling hebben op 29 maart 2024 en 25 april 2024 prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Deze vragen zijn beantwoord in een arrest van 19 december 2024 (arrest Kaduna). Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het Unierecht het een lidstaat toestaat om de verleende facultatieve tijdelijke bescherming op een eerder tijdstip in te trekken dan dat waarop de verplichte tijdelijke bescherming geen rechtsgevolgen meer heeft. Ook heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het lidstaten niet is toegestaan een terugkeerbesluit te nemen voordat de tijdelijke bescherming is beëindigd.

De Afdeling heeft in haar uitspraken van 23 april 2025 uitgelegd hoe het arrest van het Hof van Justitie dient te worden toegepast en bevestigd dat de tijdelijke bescherming voor derdelanders op 4 maart 2024 is geëindigd. Bij brief van 3 juni 2025 heeft de minister meegedeeld dat hij besloten heeft om naar aanleiding van deze Afdelingsuitspraken de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 te beëindigen. Op 10 juli 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, naar aanleiding van het arrest van 19 december 2024 einduitspraak gedaan.

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister eiseres een (nieuw) terugkeerbesluit opgelegd.

Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming/terugkeerbesluit per 4 september 2023

4. De minister heeft het besluit van 31 augustus 2023 tot beëindiging per 4 september 2023 van de aan eiseres toegekende tijdelijke bescherming en tot oplegging van een terugkeerbesluit ingetrokken. Dat betekent in beginsel dat eiseres geen belang meer heeft bij een beoordeling van het tegen dit besluit gerichte beroep. Eiseres heeft ook geen omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel moeten leiden. Daarom is het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2023 niet-ontvankelijk.

Beroep tegen het terugkeerbesluit van 7 februari 2024

5. Het tegen het besluit van 30 augustus 2023 gehandhaafde beroep is ook gericht tegen het alsnog op 7 februari 2024 genomen terugkeerbesluit. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft eerder overwogen dat dit naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024 genomen terugkeerbesluit op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege bij de beoordeling van dat beroep moet worden betrokken. De rechtbank ziet nu geen aanleiding voor een ander oordeel. Dit besluit van 7 februari 2024 heeft namelijk een gelijke strekking en is gebaseerd op dezelfde bevoegdheidsgrondslag en feitelijke grondslag als het eerdere besluit van 30 augustus 2023 en vertoont daarmee dus een onlosmakelijke samenhang. Die samenhang volgt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024, waarin zowel op de verblijfsbeëindiging per 4 september 2023 als die per 4 maart 2024 wordt ingegaan. Verder heeft het besluit van 7 februari 2024 ook rechtsgevolg, omdat het de reikwijdte van het besluit van 31 augustus 2023, namelijk de datum waarop het rechtmatig verblijf van eiseres eindigt en vanaf wanneer een vertrekplicht ontstaat, wijzigt. Het tijdsverloop tussen het moment van intrekking (24 januari 2024) van het eerdere terugkeerbesluit en het vervangende terugkeerbesluit van 7 februari 2024 betekent niet dat artikel 6:19 van de Awb niet kan worden toegepast. Het aanmerken van het besluit van 7 februari 2024 als een 6:19-besluit dient ook de proceseconomie: de rechtzoekende kan zijn bezwaren tegen het nieuwe besluit in de al aanhangig gemaakte procedure naar voren brengen en hoeft dus geen afzonderlijk rechtsmiddel in te dienen.

De rechtbank is echter van oordeel dat eiseres geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van dit besluit. De rechtbank begrijpt dat de minister het prematuur genomen terugkeerbesluit van 7 februari 2024, als gevolg van het arrest Kaduna en de uitspraken van de Afdeling van 23 april 2025, heeft vervangen door het terugkeerbesluit van 21 juli 2025. Eiseres heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die meebrengen dat zij toch een belang heeft bij het tegen het besluit van 7 februari 2024 gerichte beroep. Daarom is het beroep ook in zoverre niet-ontvankelijk.

Beroep tegen het terugkeerbesluit van 21 juli 2025

Kwalificatie van het besluit van 21 juli 2025

6. De rechtbank begrijpt het besluit van 21 juli 2025 zo dat de minister hiermee het eerdere terugkeerbesluit van 7 februari 2024 heeft willen intrekken en vervangen door het met dat besluit opgelegde terugkeerbesluit. De rechtbank zal dit besluit aanmerken als een besluit tot vervanging, als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb, van het eerdere terugkeerbesluit. Zoals hierboven ook uiteengezet heeft de Afdeling in haar uitspraken van 23 april 2025 geoordeeld dat de minister de facultatieve tijdelijke bescherming voor derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne mocht beëindigen op 4 maart 2024. De rechtbank verklaart het beroep voor zover dat zich richt tot het vervangingsbesluit daarom ongegrond.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep, voor zover gericht tegen de besluiten van 31 augustus 2023 en 7 februari 2024, is niet-ontvankelijk. Het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 21 juli 2025, is ongegrond.

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 bestaande uit een punt voor het beroep tegen het ingetrokken besluit van 31 augustus 2023 en een punt voor de aanvullende gronden gericht tegen het ingetrokken besluit van 7 februari 2024, met een waarde per punt van € 907 en wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2023 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 februari 2024 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 21 juli 2025 ongegrond;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay-Cenik, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Y. Yeniay-Cenik

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?