ECLI:NL:RBDHA:2025:24768

ECLI:NL:RBDHA:2025:24768, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL24.31314

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer NL24.31314
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Regulier, MVV, aanvaardbare toekomst in Turkije, geen familieleven 8 EVRM, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiser 1] , v-nummer: [nummer 1] ,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.31314

[eiser 2] , v-nummer: [nummer 2] ,

Samen: eisers

(gemachtigde: mr. I. Özkara),

en

(gemachtigde: mr. B.J.W. Immink).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eisers. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvragen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvragen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvragen van eisers terecht heeft afgewezen omdat niet aannemelijk is dat zij geen aanvaardbare toekomst meer hebben in Turkije en omdat geen sprake is familieleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben aanvragen ingediend voor verblijf als familie- of gezinslid bij hun oom, [referent] (referent). De minister heeft deze aanvragen met het besluit van 24 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 juli 2024 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 6 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

De rechtbank heeft het onderzoek bij beslissing van 7 oktober 2025 heropend.

Eisers hebben nadere stukken ingediend. De minister heeft op deze stukken gereageerd.

Omdat partijen niet hebben aangegeven nog een nadere zitting te willen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond van de aanvragen

3. Eisers zijn broertjes en referent is hun oom. Zij zijn van Turkse nationaliteit en waren ten tijde van de aanvragen respectievelijk 14 en 16 jaar oud. De ouders van eisers zijn in 2012 gescheiden en in 2014 is hun moeder overleden. Sindsdien wonen zij bij hun opa en oma. De vader van eisers is niet meer bij hun opvoeding betrokken. Referent heeft mede voor eisers gezorgd, maar is in 2018 naar Nederland vertrokken. In 2019 en 2020 is het slechter gegaan met de gezondheid van de oma van eisers en heeft eisers biologische vader bovendien de voogdij aangevochten. Deze rechtszaak heeft de biologische vader verloren, maar de oma van eisers kampt sinds die periode met gezondheidsproblemen. De oma van eisers heeft daarom aangegeven dat referent de voogdij mag krijgen over eisers. Bij uitspraak van de Turkse rechter van 10 januari 2023 is de voogdij van eisers daadwerkelijk aan referent overgedragen.

Het bestreden besluit

4. De minister heeft de aanvragen van eisers afgewezen omdat eisers volgens de minister niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Turkije geen aanvaardbare toekomst meer hebben zoals bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Verder stelt de minister zich op het standpunt dat geen belangenafweging hoeft te worden gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM omdat niet is gebleken dat tussen referent en eisers hechte persoonlijke banden bestaan, waardoor geen sprake is van familieleven zoals bedoeld in dit artikel.

Wat is het toetsingskader?

5. In artikel 3.28, eerste lid, van het Vb 2000 is bepaald dat de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid kan worden verleend aan de minderjarige vreemdeling:

a. die als pleegkind in Nederland wil verblijven in het gezin van één of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf, als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet; en

b. die naar het oordeel van Onze Minister in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft.

Uit paragraaf B7/7.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) volgt dat de minister als buitenlandse pleegkinderen beschouwt vreemdelingen die om andere redenen dan adoptie in hun belang naar Nederland worden overgebracht en worden geplaatst in een pleeggezin waarbij de pleegouders feitelijk de plaats van de biologische of juridische ouders innemen.

Uit paragraaf B7/3.7.1 van de Vc 2000 volgt dat de minister aanneemt dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000 is weggelegd in het land van herkomst, als sprake is van zodanige omstandigheden, dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd. Onder naaste bloed- of aanverwanten worden verstaan de ouders, grootouders, broers of zusters, van het buitenlandse pleegkind of de broers of zusters van de ouders van het buitenlandse pleegkind. De minister neemt niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst als het kind verblijft bij zijn ouders in minder welvarende omstandigheden, voor zover die omstandigheden ter plaatse als normaal zijn te beschouwen.

Heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij geen aanvaardbare toekomst meer heeft in Turkije?

6. Eisers betogen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen aanvaardbare toekomst meer hebben in Turkije. Eisers betogen dat er weliswaar familieleden in Turkije zijn, maar dat zij niet of niet langer in staat zijn om voor hen te zorgen. Daarbij stelt de minister zich volgens eisers ten onrechte op het standpunt dat uit de uitspraak van de Turkse rechter niet zou blijken dat de oma van eisers niet langer in staat is om voor hen te zorgen. Daarin staat volgens eisers juist dat de oma van eisers vanwege haar leeftijd, open wonden en algemene gezondheid niet langer in staat is om de wettelijke verantwoordelijkheid voor eisers te dragen. Dat houdt volgens eisers in dat hun oma de dagelijkse opvoedingstaken niet op zich kan nemen. De minister werpt hen dan ook ten onrechte tegen dat zij inmiddels 14 respectievelijk 16 jaar zijn en ook voor zichzelf of voor hun oma kunnen zorgen. Dat neemt volgens eisers namelijk hoe dan ook niet weg dat hun opa en oma niet meer voor hen kunnen zorgen. Eisers wijzen verder op de psychologische rapporten zoals overgelegd in bezwaar en in beroep waaruit volgt dat de situatie zoals die nu is in Turkije niet goed is voor hun ontwikkeling. Eiser wijzen erop dat deze rapportages afkomstig zijn van officiële instanties en dat deze te controleren zijn op echtheid en betrouwbaarheid. Naar aanleiding van de zitting en de heropening hebben eisers nog een rapportage van Social Services Specialist Murat Ates overgelegd die ten grondslag heeft gelegen aan de uitspraak van de Turkse rechtbank van 10 januari 2023.

De rechtbank stelt voorop dat de rechtbank de situatie beoordeelt zoals deze was ten tijde van de beslissing op bezwaar, dus op 17 juli 2024. Dit betekent dat de stukken die in beroep zijn overgelegd waaruit blijkt dat de gezondheidssituatie van de oma van eisers nadien verder is verslechterd en de stukken waaruit volgt dat haar linkerbeen inmiddels is geamputeerd, in beginsel niet worden meegenomen in de beoordeling door de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Turkije geen aanvaardbare toekomt meer hebben als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000. Dat legt de rechtbank hieronder uit.

Vaststaat dat eisers met hun opa en oma in Turkije wonen en dat hun biologische vader niet meer in beeld is. Zij worden vanaf 2014 door hun opa en oma verzorgd. De minister heeft in zijn beoordeling terecht tot uitgangspunt genomen dat de opa en oma in beginsel de eerst aangewezen personen zijn om voor eisers te zorgen en dat zij dit tot op heden ook hebben gedaan.

Uit de omstandigheid dat de Turkse rechtbank in haar van uitspraak 21 september 2022 referent heeft aangewezen als voogd heeft de minister, anders dan eisers betogen, niet hoeven af te leiden dat opa en/of oma niet meer voor eisers kunnen zorgen. De minister wijst er in dit kader allereerst terecht op dat het feit dat de oma van eisers niet langer de wettelijke verantwoordelijkheid als voogd kan dragen niet zonder meer betekent dat zij ook de dagelijkse zorg van eisers samen met opa niet meer op zich kan nemen. In de uitspraak van de Turkse rechtbank van 10 januari 2023 en het onderliggende Expert Social Assessment van 26 augustus 2022 van de Social Services specialist die door de rechtbank is aangewezen, wordt in de gezondheidsproblemen van oma weliswaar reden gezien om aan te nemen dat zij haar wettelijke plichten als voogd niet meer kan vervullen, maar over de opa van eisers wordt in dit rapport dan wel in de uitspraak niets gezegd. De minister merkt dan ook terecht op dat de uitspraak en het rapport geen inzicht geven in de opvoedende en verzorgende taken die de opa kan vervullen ten aanzien van eisers. Bovendien blijkt uit het rapport van de Social Services specialist dat eisers gezond zijn en zich goed kunnen uiten: ‘that they can express themselves confortably, have no health problems or disabilities […]’. Ook dit duidt er niet op dat de verzorging door opa en oma tot aan het moment van de uitspraak onvoldoende is geweest.

De minister heeft verder terecht gewezen op de leeftijd van eisers, waardoor de dagelijkse verzorging van eisers minder ondersteuning vergt. Uit de overige stukken blijkt niet dat de situatie na de uitspraak van de Turkse rechtbank wezenlijk is gewijzigd, in zoverre dat weliswaar de gezondheidssituatie van oma verder is verslechterd maar niet dat opa eisers niet langer kan verzorgen. De rechtbank zal hierna de door eisers overgelegde stukken bespreken.

Eisers hebben in bezwaar en in beroep een tweetal psychologische rapporten overgelegd. De rechtbank bespreekt als eerste het rapport van [persoon A] van 11 oktober 2024. Dit rapport bevat ook een aantal interviews met eisers vanaf 25 juni 2024 die aan dit rapport ter grondslag hebben gelegen. In dit rapport schrijft de heer [persoon A] dat oma door haar toegenomen gezondheidsproblemen weinig kan betekenen in de dagelijkse verzorging van eisers. Opa neemt weliswaar de dagelijkse zorg voor het huishouden en voor de oma van eisers voor zover mogelijk voor zijn rekening, maar kan niet tegemoetkomen aan de ontwikkelingsbehoeften van eisers op emotioneel en sociaal vlak. Ook blijkt uit dit rapport dat de schoolprestaties van eisers achteruit zijn gegaan nadat hun oma ziek werd. De heer [persoon A] schrijft dat het voor de toekomst van eisers beter is als ze bij referent verblijven. Een soortgelijk beeld komt naar voren uit het in bezwaar overgelegde rapport van ‘Psychological Counselor’ [persoon B] . De heer [persoon B] komt tot de conclusie dat de leefomstandigheden van eisers in Turkije inadequaat zijn en dat het voor hun psychologische, cognitieve en emotionele ontwikkeling beter is dat zij bij hun oom verblijven.

De minister heeft over beide rapporten allereerst terecht opgemerkt dat niet is gebleken wie de opdracht tot het schrijven van deze rapporten heeft gegeven en wat deze opdracht precies inhoudt. Weliswaar komen beide opstellers tot de conclusie dat het voor de ontwikkeling van eisers beter zou zijn als zij bij referent zouden verblijven, maar de rapporten geven geen blijk van onderzoek naar de gevolgen die een verhuizing naar Nederland voor eisers zou hebben. De minister merkt dan ook terecht op dat de rapporten op dit punt onvolledig zijn. Bovendien is in beide rapporten niet onderzocht of en hoe de huidige situatie, eventueel met behulp van instanties, in Turkije beter gemaakt kan worden. De minister heeft hierover terecht opgemerkt dat uit de rapporten weliswaar blijkt dat eisers op bepaalde punten botsen met hun opa qua opvattingen, maar dat hieruit niet zonder meer kan worden afgeleid dat de door opa geleverde zorg onvoldoende is. Daar komt bij dat de minister er terecht op wijst dat de financiële en mentale steun die referent tot op heden vanuit Nederland heeft gegeven, kan worden voortgezet.

De overige door eiser overgelegde stukken over de medische situatie van de oma van eisers voor het bestreden besluit, de foto’s van eisers en referent en de brief van referent maken het oordeel van de rechtbank niet anders. De rechtbank begrijpt uit deze stukken en de toelichting van referent op zitting dat de situatie voor eisers in Turkije niet makkelijk is door de medische klachten van oma en dat referent een grote steun is voor hen. Eisers en referent hebben ook duidelijk gemaakt dat zij graag bij elkaar willen verblijven in Nederland. Deze begrijpelijke wens betekent echter niet dat de minister dit verblijf ook moet toestaan. Dit is alleen het geval als eisers in Turkije een onaanvaardbare toekomst hebben. De minister heeft zich, alhoewel de situatie niet makkelijk is, niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat hiervan niet gebleken is. De beroepsgrond slaagt niet.

Had de minister aan eisers verblijf moeten toestaan op grond van artikel 8 van het EVRM?

7. Eisers betogen onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling van 25 augustus 2023 dat er ten onrechte geen deugdelijke toets aan artikel 8 van het EVRM heeft plaatsgevonden. Ter zitting hebben eisers voor het eerst expliciet aangegeven dat volgens hen wel degelijk hechte persoonlijke banden bestaan tussen hen en referent. Naast de stelling van eisers ter zitting hebben zij in bezwaar foto’s overgelegd van eisers samen met referent en ook betalingsbewijzen en overzichten van telefoongesprekken met referent. Volgens eisers heeft de minister bovendien ten onrechte geen belangenafweging verricht en kan hij niet volstaan met het standpunt dat tussen referent en eisers geen hechte persoonlijke banden bestaan. Eisers hebben verder gewezen op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 26 februari 2025. Volgens eiser volgt uit deze uitspraak dat de minister de belangen van het kind als bedoeld in het IVRK onvoldoende heeft meegenomen in deze uit te voeren belangenafweging en dat daarom sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek.

Het antwoord op de vraag of familieleven bestaat tussen referent en eisers als minderjarige kinderen, is van feitelijke aard en hangt af van het bestaan van daadwerkelijke hechte persoonlijke banden.

De minister heeft zich allereerst terecht op het standpunt gesteld dat tussen eisers en referent niet is gebleken van hechte persoonlijke banden. De minister legt aan dit standpunt terecht ten grondslag referent nooit een gezinsband met eisers heeft gehad en zij na het overlijden van hun moeder zijn opgevoed door hun oma en opa. De enkele stelling op zitting dat er wel hechte persoonlijke banden bestaan tussen hen en referent is geen gemotiveerde betwisting van dit standpunt en de door eisers overgelegde documenten zijn voor de rechtbank onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van hechte persoonlijke banden.

Verder heeft de Afdeling heeft in haar uitspraken van 27 maart 2024 geoordeeld dat bij ontbreken van hechte persoonlijke banden geen belangenafweging hoeft te worden verricht. De rechtbank volgt daarom het betoog van eiser dat een belangenafweging had moeten worden verricht, waarbij meer rekening had moeten worden gehouden met de belangen van het kind, niet. Ook volgt de rechtbank daarom niet de verwijzing van eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg. Bovendien is geen sprake van een vergelijkbare zaak. In die zaak was onbetwist sprake van hechte persoonlijke banden en dus ook van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Dat is in deze zaak niet het geval.

De rechtbank wijst er tot slot en wellicht ten overvloede op dat de minister in het primaire beluit en in het bestreden besluit bovendien expliciet aandacht heeft besteed aan de belangen van eisers als minderjarige kinderen. Eisers hebben ook niet concreet gemaakt met welke belangen volgens hen niet voldoende rekening is gehouden door de minister.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvragen van eisers in stand blijven. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Gaastra

Griffier

  • mr. R.C. Lubbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?