RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.60366
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Schoneveld),
en
(gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Verweerder heeft op 6 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 17 december 2025 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1993 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 29 oktober 2025.
4. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat geen sprake is van een concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Uit de voortgangsrapportage blijkt niet dat een zorgvuldige belangenafweging is gemaakt. De Marokkaanse vertegenwoordiging zou reeds op 27 oktober hebben verzocht om het medisch dossier van eiser. Volgens verweerder kon deze informatie niet verschaft worden wegens de AVG. Verweerder heeft na intern overleg besloten om de zaak op te schalen. Eiser is tijdens de vertrekgesprekken niet op de hoogte gesteld van het verzoek om zijn medische gegevens. Eiser heeft zijn medisch dossier eerder aan de rechtbank toegestuurd, waaruit blijkt dat hij bereid is om zijn gegevens met verweerder te delen. Hij is ook bereid dit met de Marokkaanse autoriteiten te delen. Verweerder heeft slechts eenmaal gerappelleerd en handelt daarmee onvoldoende voortvarend. Ook is het van belang dat verweerder inzichtelijk maakt dat en op welke wijze een belangenafweging heeft plaatsgevonden. De enkele opmerking in het verslag van het vertrekgesprek dat eiser geen omstandigheden heeft aangevoerd naar aanleiding waarvan de bewaringsmaatregel niet langer zou kunnen voortduren is een ondeugdelijke motivering. Daarnaast staan de identiteit en nationaliteit van eiser al vast. Hij heeft eerder een geldige verblijfsvergunning gehad. Ook heeft eiser nogmaals de verklaring van zijn moeder overgelegd. Eiser stelt, onder verwijzing naar zijn recente medisch dossier, dat zijn medische situatie verder in kaart is gebracht. Hij beschrijft daarbij welke gevolgen de inbewaringstelling hebben op zijn medische situatie. Ook zijn mentale klachten zijn toegenomen. Tot slot wenst eiser een mondelinge behandeling van zijn zaak ter zitting.
5. Als een beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond is verklaard, kan de rechtbank in een vervolgberoep tegen het voortduren van de maatregel zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Gelet op de inhoud van het digitale dossier acht de rechtbank zich in dit geval voldoende voorgelicht om zonder zitting uitspraak te kunnen doen. De rechtbank ziet daarom geen reden voor een mondelinge behandeling van het vervolgberoep.
6. De rechtbank is vooralsnog van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Uit de voortgangsrapportage en zoals toegelicht in het verweerschrift blijkt voldoende gemotiveerd dat verweerder regelmatig schriftelijk heeft gerappelleerd over de lp-aanvraag. Dat dit deels onder een ander V-nummer is gedaan, doet er niet aan af dat verweerder rappels stuurt en zich daarmee actief inzet om een lp te verkrijgen voor eiser. Het gaat immers om dezelfde vreemdeling met dezelfde vingerafdrukken en overige biometrische gegevens. Daarnaast hebben er twee vertrekgesprekken plaatsgevonden. Ook is niet gebleken dat het zicht op uitzetting naar Marokko is komen te vervallen. Hoewel de rechtbank het met verweerder eens is dat het netter was geweest als eiser geïnformeerd werd over het verzoek om zijn medische gegevens, leidt de enkele omstandigheid dat verweerder de medische informatie van eiser niet heeft gedeeld met de Marokkaanse vertegenwoordiging zonder nadere motivering niet tot de conclusie dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt of dat voor eiser geen lp zal worden afgegeven.
7. Gedurende een inbewaringstelling wordt continue een belangafweging gemaakt. Dit is ook af te leiden uit de vertrekgesprekken van 6 november 2025 en 2 december 2025, waarin eiser de mogelijkheid krijgt om zijn belangen naar voren te brengen en verweerder de conclusie trekt dat in het vertrekgesprek geen omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven om de bewaringsmaatregel niet langer te laten voortduren. Bovendien is verweerder niet gehouden om op ieder moment de afweging van de overige relevante feiten en omstandigheden kenbaar in de voortgangsrapportage op te nemen.
8. Niet is betwist dat de gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, waaruit een risico op onttrekking aan het toezicht blijkt, nog altijd van toepassing zijn. De verklaring van eisers moeder en de medische omstandigheden zijn ook meegenomen in de beoordeling van het eerste beroep tegen de maatregel van bewaring. De update van het medisch dossier van eiser geeft geen aanleiding om anders te oordelen dan al is gedaan. Eiser dient zich te wenden tot de medische dienst in het detentiecentrum, ook voor zijn zorgen over de littekens op zijn buik. Indien specialistische medische zorg nodig blijkt te zijn, kan dat worden gefaciliteerd. Verweerder heeft dan ook kunnen concluderen dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, aanleiding hadden moeten geven om eisers belang zwaarder te laten wegen en de bewaring op te heffen.
9. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 22 december 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.