ECLI:NL:RBDHA:2025:24828

ECLI:NL:RBDHA:2025:24828, Rechtbank Den Haag, 08-09-2025, NL25.15595

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-09-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer NL25.15595
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

machtiging tot voorlopig verblijf (mvv); jongvolwassenenbeleid; bijkomende elementen van afhankelijkheid (BEVA); beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),

en

de minister van Asiel en Migratie , verweerder

(gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 28 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 maart 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2. De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] (referent), [naam 2] (moeder van eiser en van referent), de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1997 en heeft de Syrische nationaliteit. De toen minderjarige broer van eiser, referent, heeft namens eiser op 4 maart 2022 een aanvraag ingediend voor een mvv voor verblijf als familie- of gezinslid bij referent. Aan referent is op 7 december 2022 een verblijfsvergunning asiel verleend. Referent heeft gelijktijdig met de aanvraag voor eiser ook voor zijn moeder, vader en drie zussen een aanvraag ingediend. De aanvragen voor zijn moeder en twee van zijn (toen) minderjarige zussen, [naam 3] en [naam 4], zijn toegewezen. De rechtbank heeft het beroep van de vader van eiser en het beroep van de zus van eiser behandeld op dezelfde zitting, onder zaaknummers NL25.15605 en NL25.15597.

4. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen. Met betrekking tot de identiteit van eiser geeft verweerder eiser in het bestreden besluit het voordeel van de twijfel, maar biedt hij eiser en referent geen DNA-onderzoek aan om de familierechtelijke relatie vast te kunnen stellen omdat er volgens verweerder - ook als hij de oudere broer van referent zou zijn - geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Volgens verweerder is er daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van beschermingswaardig familie- of gezinsleven tussen eiser en zijn moeder, omdat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder neemt ook niet aan dat sprake is van beschermingswaardig familie- of gezinsleven tussen eiser en zijn twee jongste zussen wiens aanvragen zijn toegewezen, omdat er eveneens geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiser en referent, omdat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden. Ook stelt verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt dat hij geen belangenafweging hoeft te maken omdat het familie- of gezinsleven tussen eiser enerzijds en zijn moeder, zijn twee hiervoor genoemde jongste zussen en referent anderzijds niet is aangetoond.

Wat vindt eiser in beroep?

5. Eiser meent dat het jongvolwassenenbeleid ten onrechte niet van toepassing wordt geacht. De verklaring van eiser dat hij acht à negen maanden met vrienden in [plaats] heeft gewoond is onjuist. Het is onlogisch dat eiser naar [plaats] zou gaan verhuizen voor de taalcursus die eiser in collegejaar 2018-2019 volgde bij de universiteit in Istanboel. De taalcursus kon op afstand worden gevolgd. Eiser heeft al die tijd met zijn gezin samengewoond. Daarbij voorzag eiser niet in zijn eigen levensonderhoud. De moeder van eiser deed inpakwerk in Turkije en eiser hielp haar daarmee door de cadeaus die zij inpakte te bezorgen. Hij droeg daarmee, net als de rest van het gezin, bij aan het gezinsinkomen.

Daarnaast heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat er geen sprake is van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. Dat eiser thuis woonde is een aanwijzing voor meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. Daarbij hebben eiser en zijn gezin moeten vluchten uit hun land van herkomst vanwege de oorlogssituatie en daarbovenop hebben zij in Turkije samen een aardbeving meegemaakt. Hierdoor heeft eiser een sterke emotionele binding met zijn gezin. Er is sprake van een relatie tussen het moeten missen van zijn gezin en de mentale klachten die eiser ervaart. Verweerder gaat hier onvoldoende op in. Verweerder hanteert ook een te strenge maatstaf met de overweging dat pas sprake is van gezinsleven tussen ouders en hun minderjarige kinderen indien de banden zo sterk zijn dat de moeder als gevolg van de scheiding niet in staat is te functioneren. Daarnaast is ook de medische situatie van de moeder niet deugdelijk beoordeeld en gewogen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Jongvolwassenenbeleid

7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid en overweegt daartoe als volgt.

Verweerder gebruikt het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van het EVRM zonder dat verweerder daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid vereist. Het jongvolwassenenbeleid in paragraaf B7/3.8.1 van de Vc bevat vier inhoudelijke cumulatieve vereisten: het meerderjarig kind moet jongvolwassen zijn, met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in zijn eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. Dit betekent dat, als het meerderjarig kind niet voldoet aan een of meer van deze vereisten, het niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid.

De rechtbank overweegt dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij altijd bij zijn moeder heeft gewoond. Verweerder heeft daarbij mogen tegenwerpen dat eiser tijdens het gehoor op 17 juli 2023 gedetailleerd heeft verklaard dat hij 8 à 9 maanden in [plaats] heeft gewoond. Zo heeft eiser verklaard dat hij in [plaats] woonde ter voorbereiding op de universiteit en om de Turkse taal te leren. Eiser heeft ook verklaard dat hij daar een woning had, met vrienden woonde, een beurs kreeg en wat hij aan huur betaalde. Niet is in te zien dat eiser daarover onjuist zou hebben verklaard omdat hij “een beetje in de war” is geraakt door de aardbeving die hij heeft meegemaakt, zoals zijn moeder in het gehoor van 20 januari 2025 heeft verklaard. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat de door eiser in bezwaar overgelegde stukken, waaronder de verschillende inschrijvingen bij de universiteit en het certificaat voor het behalen van een taalcursus in het academisch jaar 2018-2019, niet weerleggen dat eiser in [plaats] heeft gewoond. Verweerder heeft mogen betrekken dat niet blijkt waarom eiser, in voorbereiding op zijn opleiding aan de universiteit, niet in [plaats] zou wonen. Verweerder heeft er daarbij op kunnen wijzen dat het volgen van de taalcursus aan de Universiteit Istanboel in datzelfde jaar daaraan niet afdoet, juist omdat de cursus op afstand kon worden gevolgd.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet werkt en dus niet in zijn eigen onderhoud voorziet. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser heeft verklaard dat hij in Turkije verschillende werkzaamheden heeft verricht, dat hij daarmee naar eigen zeggen gemiddeld 6.000 Turkse Lira per maand verdiende en dat hij thuis de kostwinner was. De moeder van eiser heeft verklaard dat de verklaring van eiser niet klopt, omdat hij vanwege zijn geestelijke toestand niet stabiel genoeg was om een juiste verklaring af te geven. Verweerder heeft deze verklaring, zoals hiervoor al kort overwogen, niet hoeven volgen. In dat kader heeft verweerder mogen overwegen dat tijdens en in de aanloop naar het gehoor niet is aangegeven dat eiser niet in staat zou zijn te worden gehoord. In zijn brief van 30 juni 2024 aan de IND komt hij ook niet op zijn verklaring terug. Daarbij blijkt ook niet uit het rapport van de psycholoog dat eiser uit verwardheid onjuist zou hebben verklaard. Daarnaast leidt de stelling van eiser in beroep, dat hij zijn moeder hielp met haar werk en daarmee bijdroeg aan het gezinsinkomen en af en toe werkte op de markt of in een restaurant, niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft erop mogen wijzen dat niet is gebleken dat eiser niet kan werken of nooit heeft gewerkt. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser nadrukkelijk heeft verklaard kostwinner te zijn van het gezin.

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

8. Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt verweerder op grond van paragraaf B7/3.8.1 van de Vc of dat kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven hebben op basis van het criterium van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, waarin hij alle individuele omstandigheden van het geval betrekt. Elementen zoals samenwoning, de financiële en materiële afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen, de mate van emotionele afhankelijkheid en de banden met het land van herkomst moeten, voor zover zij zijn aangevoerd, in die beoordeling een rol spelen.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hoewel de rechtbank ziet dat tussen eiser, zijn moeder en de rest van het gezin hecht zijn, gelet op wat zij hebben meegemaakt door hun vlucht uit Syrië, de aardbeving in Turkije en de vermissing van de vader van eiser, betekent dit nog niet dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij altijd in gezinsverband heeft samengewoond met zijn moeder, zoals hiervoor overwogen, en dat hij geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat eiser niet zonder zijn moeder kan wonen of zijn moeder niet zonder hem.

Ten aanzien van de materiële afhankelijkheid heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat daar geen blijk van is. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat van een volwassene zoals eiser verwacht mag worden dat hij zich in beginsel zonder zijn ouder(s) in praktische zin kan redden. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat niet aannemelijk is geworden dat eiser zich in praktische zin niet kan redden zonder fysieke aanwezigheid van zijn moeder of dat zijn moeder zich in praktische zin niet kan redden zonder hem. Verweerder heeft er daarbij op mogen wijzen dat de moeder van eiser in Nederland volwassen kinderen heeft die haar kunnen helpen indien nodig.

Ten aanzien van de financiële afhankelijkheid heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiser niet in zijn eigen levensonderhoud voorziet en dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiser voor zijn financiën van zijn moeder afhankelijk is. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat financiële steun van de moeder of van familie in Duitsland ook op afstand kan plaatsvinden en niet zonder meer duidt op familieleven.

Met betrekking tot de gezondheid van eiser en zijn moeder heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat er niet is gebleken van afhankelijkheid vanwege medische redenen. In beroep zijn geen medische stukken overgelegd die betrekking hebben op de moeder van eiser. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat niet is gebleken dat de moeder van eiser vanwege haar gezondheidsproblemen afhankelijk is van de fysieke aanwezigheid van eiser. Eiser stelt daarnaast dat hij psychologische begeleiding heeft gehad, nadat hij bij de aardbeving in Turkije gewond is geraakt. Eiser heeft daartoe een verklaring van zijn psycholoog overgelegd van 19 augustus 2024. Verweerder heeft daarover mogen opmerken dat eiser geen recente medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat eiser zich nu vanwege medische of psychische problematiek niet zonder de aanwezigheid van zijn moeder kan redden.

Hoewel het samen meemaken van de oorlog in Syrië en de aardbeving in Turkije bijzonder heftige tijden moeten zijn geweest die invloed kunnen hebben op de hechtheid van een gezin, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat dit op zichzelf niet voldoende is om ook nu nog een mate van emotionele afhankelijkheid aan te nemen die het gebruikelijke overstijgt. Verweerder heeft daarbij mogen tegenwerpen dat in de verklaring van de psycholoog van eiser weliswaar staat vermeld dat eiser zijn familie erg mist, maar dat niet is geconcretiseerd in welk opzicht eiser vanwege emotionele problematiek niet zonder de aanwezigheid van zijn moeder kan.

Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiser vanwege het ontbreken van banden met Turkije afhankelijk is van zijn moeder.

10. Eiser heeft niet betwist dat er geen sprake is van familieleven tussen eiser en zijn twee jongste zussen, [naam 4] en [naam 3], wiens aanvragen zijn toegewezen. Eiser heeft ook niet betwist dat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen hem en referent. De rechtbank zal hier daarom niet verder op ingaan.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft

12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.I.H. Kerstens-Fockens

Griffier

  • mr. L.W.H. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?