[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder
(gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 28 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [referent] (referent), [moeder eiseres] (moeder van eiseres en van referent), de gemachtigde van eiseres, en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1988 en heeft de Syrische nationaliteit. De toen minderjarige broer van eiseres, referent, heeft namens eiseres een aanvraag voor een mvv ingediend voor verblijf als familie- of gezinslid bij referent. Aan referent is op 7 december 2022 een verblijfsvergunning asiel verleend. Referent heeft gelijktijdig met de aanvraag voor eiseres ook voor zijn moeder, vader, broer en twee andere zussen een aanvraag ingediend. De aanvragen voor zijn moeder en twee van zijn (toen) minderjarige zussen, [naam 1] en [naam 2] , zijn toegewezen. De rechtbank heeft het beroep van de vader van eiseres en het beroep van de broer van eiseres behandeld op dezelfde zitting, onder zaaknummers NL25.15605 en NL25.15595.
4. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Verweerder acht de familierechtelijke relatie tussen referent, eiseres en hun moeder voldoende aangetoond. Volgens verweerder is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen eiseres en haar moeder, omdat eiseres niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en haar moeder. Verweerder neemt ook niet aan dat er sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen eiseres en twee van haar jongere zussen, omdat er eveneens geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen eiseres en referent, omdat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat hij geen belangenafweging hoeft te maken, omdat het familie- of gezinsleven tussen eiseres, haar moeder, haar twee zussen en referent niet is aangetoond.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Verweerder heeft ten onrechte geen bijkomende elementen van afhankelijkheid aangenomen. Eiseres en het gezin hebben tot het vertrek van haar moeder naar Nederland hun hele leven samengewoond. Het gezin is gevlucht en de vader van eiseres raakte vermist, waardoor samenleven noodzakelijk was en ze samen rond moesten komen. Eiseres had als oudste kind bijzondere verantwoordelijkheden voor het gezin, waaronder het opvoeden van de andere kinderen en helpen in het huishouden, wat verder gaat dan de gebruikelijke band tussen een gezin en een meerderjarig kind. Eiseres heeft het daarnaast financieel zwaar. Haar broer, [naam 3] , heeft af en toe werk maar niet structureel. Eiseres wordt ondersteund door haar familie in Nederland. Verweerder heeft ook onvoldoende bij de besluitvorming betrokken dat de vragenlijst, waarin staat dat de familie in Turkije financiële hulp kreeg van een broer en zus in Duitsland, ziet op een periode dat de moeder nog niet in Nederland was. Verder heeft verweerder onvoldoende betrokken dat de moeder van eiseres in het verleden een hartoperatie heeft gehad en eiseres haar helpt met haar gezondheidsproblemen. Verder is de emotionele afhankelijkheid tussen de gezinsleden groot doordat zij moesten vluchten uit hun land van herkomst en hun vader vermist was. Verweerder hanteert daarnaast een te strenge maatstaf door te stellen dat enkel sprake is van gezinsleven tussen ouders en hun meerderjarige kinderen indien de banden zo sterk zijn dat de moeder als gevolg van de scheiding niet in staat is om zelfstandig te functioneren. Er is daarnaast sprake van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en de broers en zussen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Bijkomende elementen van afhankelijkheid
7. Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt verweerder op grond van paragraaf B7/3.8.1 van de Vc of dat kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven hebben aan de hand van het criterium van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, waarin hij alle individuele omstandigheden van het geval betrekt. Elementen zoals samenwoning, de financiële en materiële afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen, de mate van emotionele afhankelijkheid en de banden met het land van herkomst moeten, voor zover zij zijn aangevoerd, in die beoordeling een rol spelen.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hoewel de rechtbank ziet dat eiseres, haar moeder en de rest van het gezin hecht zijn, gelet op wat zij hebben meegemaakt door hun vlucht uit Syrië, de aardbeving in Turkije en de vermissing van de vader van eiseres, betekent dit nog niet dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat samenwonen niet zonder meer op afhankelijkheid duidt, omdat volwassenen ook kunnen samenwonen zonder daarbij afhankelijk van elkaar te zijn. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres ten tijde van de aanvraag al heel ruim meerderjarig was en dat niet aannemelijk is geworden dat het voor haar noodzakelijk was of is om met haar moeder te blijven samenwonen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat het voor de moeder van eiseres noodzakelijk was en is om met eiseres samen te wonen. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres hiermee niet heeft geconcretiseerd waarom zij op dit moment afhankelijk is van referent en haar moeder voor een woning.
Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat er geen blijk is van materiële (praktische) afhankelijkheid tussen eiseres en haar moeder. Daarbij heeft verweerder erop mogen wijzen dat van een volwassene zoals eiseres verwacht mag worden dat zij zich in beginsel zonder haar ouder(s) in praktische zin kan redden. Uit haar verklaringen blijkt dat eiseres in staat was te studeren, te werken en het huishouden te doen. Eiseres stelt daarnaast dat zij niet is getrouwd omdat zij de plicht voelt bij het gezin te blijven, zij stelt de kinderen op te voeden, te helpen in het huishouden en heeft referent leren lezen en schrijven. De rechtbank merkt daarbij op dat de stelling dat eiseres een moederrol vervult niet zonder meer valt te rijmen de stelling dat zij zelf afhankelijk is van haar moeder.
Ten aanzien van de financiële afhankelijkheid heeft verweerder mogen concluderen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres voor haar levensonderhoud alleen op haar moeder is aangewezen. Verweerder heeft er daarbij op mogen wijzen dat de broer van eiseres heeft verklaard dat hij de kostwinner is van het gezin. Verder heeft verweerder erop mogen wijzen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres niet zelf zou kunnen werken om in haar eigen onderhoud te voorzien. Eiseres heeft bovendien verklaard dat zij tijdens haar studie privéles gaf waarmee zij zakgeld verdiende. Eiseres heeft ook verklaard dat ze van 2014 tot 2021 fulltime als tolk heeft gewerkt voor Unicef, waarmee zij de eerste drie jaar 1.500 Turkse Lira verdiende en de laatste paar jaar 2.000 Turkse Lira. Ook heeft verweerder mogen opmerken dat de geldovermakingen van de moeder op de huidige manier doorgang kunnen vinden.
Met betrekking tot de medische gezondheid van eiseres en haar moeder heeft verweerder mogen concluderen dat er niet is gebleken van afhankelijkheid vanwege medische redenen. In beroep zijn geen medische stukken overgelegd, ook niet met betrekking tot de gestelde hartoperatie van de moeder van eiseres. Verweerder heeft zich daarom niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de moeder van eiseres vanwege haar gezondheidsproblemen afhankelijk is van de fysieke aanwezigheid van eiseres.
Hoewel het samen meemaken van de oorlog in Syrië en de aardbeving in Turkije bijzonder heftige tijden moeten zijn geweest die invloed kunnen hebben op de hechtheid van een gezin, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat dit op zichzelf niet voldoende is om ook nu nog een mate van emotionele afhankelijkheid aan te nemen die het gebruikelijke overstijgt.
Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres vanwege het ontbreken van banden met Turkije afhankelijk is van haar moeder.
8. Niet betwist is dat er geen sprake is van familieleven tussen eiseres en haar twee jongere zussen, [naam 2] en [naam 1] , wiens aanvraag is toegewezen, omdat eiseres geen beroepsgronden daartegen heeft aangevoerd. De rechtbank zal hier daarom niet verder op ingaan.
Hechte persoonlijke banden tussen eiseres en referent
9. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en referent.
Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van referent niet aannemelijk maken dat de band tussen eiseres en referent de gebruikelijke band tussen een broer en zijn meerderjarige zus overstijgt. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres een ouderrol jegens referent vervuld, omdat niet met stukken is onderbouwd welke hulp referent precies van haar nodig heeft. Verweerder heeft mogen meewegen dat het helpen met schoolopdrachten, verzorging en het leren van normen en waarden, normale hulp is die een oudere zus aan haar jongere broertje kan geven. Verweerder heeft er ook op kunnen wijzen dat niet met medische stukken is onderbouwd dat referent zonder de aanwezigheid van eiseres depressief is. Eiseres heeft verklaringen overgelegd van begeleiding Yoin en de school, waarin is vermeld dat referent veel bezig is met zijn familie, dat dat veel stress veroorzaakt en dat hij zich moeilijk kan focussen op school. De verklaringen van begeleiding Yoin en de school hebben verweerder niet anders hoeven doen concluderen, omdat de verklaring niet aannemelijk maakt dat er sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en referent.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.