RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/4441
V-nummer: [V-nummer] ,
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 juni 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot afgifte van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 18 augustus 2025 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
Verzoeker heeft beroep (AWB 22/5625) ingesteld tegen het besluit van 18 augustus 2025. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het verzoek te gelden als gedaan hangende het beroep.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 22/5625 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.