ECLI:NL:RBDHA:2025:24879

ECLI:NL:RBDHA:2025:24879, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL25.22076

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer NL25.22076
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Mvv verblijf bij familie- of gezinslid, beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent en daarmee geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De minister mocht afzien van het maken van een belangenafweging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.22076

geboren op [geboortedatum] ,

van Syrische nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. H.J. Janse),

en

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een mvv. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 14 augustus 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] ’ (referent). De minister heeft deze aanvraag bij besluit van 6 maart 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 april 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Voorgeschiedenis

3. Referent is de zoon van eiseres. Eiseres heeft eerder op 22 december 2017 een mvv aangevraagd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij [naam 2] . In het besluit van 5 maart 2018 is deze aanvraag afgewezen. In het besluit van 17 juli 2018 is het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 5 maart 2018 ongegrond verklaard. Met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2018 is de afwijzing van deze mvv-aanvraag in rechte vast komen te staan.

Feiten en omstandigheden

4. Eiseres verblijft in Syrië. Eiseres lijdt al meer dan dertig jaar aan schizofrenie. In 1995 is referent met eiseres gaan samenwonen en heeft samen met zijn gezin met haar samengewoond tot aan zijn vertrek uit Syrië in oktober 2016. Na het vertrek van referent is eiseres bij haar schoondochter en kleinkinderen blijven wonen. Toen ook de schoondochter en kleinkinderen in 2018 naar Nederland kwamen, is eiseres gaan wonen bij de moeder van haar schoondochter.

Bestreden besluit

5. De minister heeft de mvv-aanvraag afgewezen omdat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn tussen eiseres en referent. Daarom is er geen sprake van beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Ook bestaan tussen eiseres en haar kleinkind [naam 3] geen hechte persoonlijke banden. Gelet hierop is er ook geen familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen [naam 4] en eiseres.

Is tussen eiseres en referent sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid?

6. Tussen partijen is in geschil of de minister zich voldoende gemotiveerd en niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat tussen eiseres en referent geen sprake is van ‘further elements of dependancy, involving more than the normal emotional ties’ (bijkomende elementen van afhankelijkheid). Volgens het EHRM kan pas dan worden gesproken van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen ouders en meerderjarige kinderen. Uit vaste rechtspraak van het EHRM volgt dat de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid feitelijk van aard is en dat de beantwoording daarvan afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden. Elementen die relevant kunnen zijn bij de vraag of hiervan sprake is, zijn of de familieleden hebben samengewoond, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de medische omstandigheden, de banden met het land van herkomst en of de gezinsleden in het land van herkomst behoorden tot hetzelfde gezin. De minister mag bij de beoordeling zwaarwegend, maar niet doorslaggevend, gewicht toekennen aan het antwoord op de vraag of er een reële mogelijkheid bestaat dat ook andere familieleden of derden de door het afhankelijke familielid benodigde zorg geven.

Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat tussen haar en referent geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eiseres wijst erop dat zij en referent 21 jaar hebben samengewoond en dat deze periode van samenwoning enkel is geëindigd omdat referent Syrië heeft moeten ontvluchten vanwege zijn vrees voor vervolging dan wel ernstige schade. Dit element dient in de beoordeling in het voordeel van eiseres te worden meegewogen. Het is op zichzelf juist dat referent vanuit zijn cultuur wordt geacht voor zijn moeder te zorgen, maar ook dit spreekt in het voordeel van eiseres. Het oordeel van de minister dat samenwoning niet noodzakelijk was omdat eiseres zich zonder de afwezigheid van referent en/of zijn gezinsleden zou kunnen redden, doet hier volgens eiseres niet aan af. Eiseres wijst erop dat zij zich niet zelfstandig kon redden, maar de hulp van de schoonmoeder van referent nodig had. Inmiddels is de situatie ingrijpend gewijzigd. De schoonmoeder kan niet langer voor eiseres zorgen en daarom verblijft eiseres nu op straat. De eis van exclusieve afhankelijkheid die de minister aanlegt, is volgens eiseres een te strenge maatstaf. In dit verband verwijst eiseres naar een uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, waaruit volgt dat er geen sprake hoeft te zijn van volledige en exclusieve afhankelijkheid.

Ook bij de beoordeling van de medische omstandigheden hanteert de minister volgens eiseres ten onrechte de maatstaf van volledige en exclusieve afhankelijkheid. Er is bij eiseres sprake van ernstige medische klachten, de behandelend arts geeft aan dat referent de meest geschikte persoon is om de situatie van eiseres te verbeteren en de medische situatie verslechtert door onregelmatig medicijngebruik. Eiseres is afhankelijk van referent, al is het maar om vanuit Nederland de coördinatie van de noodzakelijke zorg te organiseren. Ook dit element moet in het voordeel van eiseres worden meegewogen.

In het kader van de emotionele afhankelijkheid wijst eiseres op de bijzondere band tussen haar en referent. Ook is in het kader van de emotionele afhankelijkheid de band tussen eiseres en haar kleinkinderen onvoldoende meegewogen. Er is sprake van hechte, persoonlijke banden tussen eiseres en haar kleinzoon [naam 4] . Eiseres wijst in dit verband naar de inhoud van een brief van [naam 4] . Ook dit element moet in het voordeel van eiseres worden meegewogen.

Tot slot onderhoudt referent eiseres financieel. Referent heeft nu een goede baan, waardoor hij het verblijf van eiseres bij zijn gezin in Nederland ook daadwerkelijk uit eigen middelen kan bekostigen. Referent voldoet aan de inkomensnorm en hij beschikt over een woning waar eiseres kan verblijven. Aangezien alle elementen in het voordeel van eiseres uitvallen, dient gezinsleven tussen eiseres en referent te worden aangenomen. Om die reden heeft de minister ten onrechte afgezien van het maken van een belangenafweging.

Het betoog van eiseres slaagt niet. De minister heeft zich niet ten onrechte en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat tussen referent en eiseres geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hoewel eiseres en referent in Syrië van 1995 tot het moment van het vertrek van referent in 2016 hebben samengewoond, mocht de minister concluderen dat dit langdurige samenwonen op zichzelf onvoldoende is om te spreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Uit het bestreden besluit blijkt dat de samenwoning in het voordeel van eiseres is meegewogen, maar de minister heeft het niet zwaar in het voordeel van eiseres meegewogen. De minister heeft daarbij rekening mogen houden met het feit dat het in de cultuur van eiseres en referent niet ongebruikelijk is dat meerderjarige kinderen bij hun ouders inwonen. De minister heeft de samenwoning naar het oordeel van de rechtbank niet zwaar in het voordeel van eiseres hoeven meewegen, omdat eiseres zich in de jaren voorafgaand aan de samenwoning en ook in de jaren na het vertrek van referent met hulp van derden heeft kunnen redden. De minister heeft verder terecht opgemerkt dat de verklaring van de schoonmoeder van referent dat ze eiseres op straat heeft gezet, niet gedateerd is en niet is voorzien van een kopie van haar paspoort. Hierdoor kan aan deze verklaring niet de waarde worden toegekend, die eiseres daaraan toegekend wil zien. Ter zitting heeft de minister benadrukt dat niet enkel is beoordeeld of er sprake is van exclusieve afhankelijkheid. Het antwoord op de vraag of eiseres exclusief van referent afhankelijk is, heeft de minister als onderdeel mogen betrekken in de beoordeling.

Ook ten aanzien van de medische situatie van eiseres heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit geen bijkomend element van afhankelijkheid oplevert. De minister heeft van belang mogen achten dat uit de overgelegde verklaring van de arts blijkt dat eiseres sinds 2019 naar de arts gaat en dat de situatie van eiseres lijkt te verslechteren als zij haar medicatie niet inneemt. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat de arts niet heeft onderbouwd waarom referent de meest geschikte persoon zou zijn om deze situatie te verbeteren.

Voor wat betreft de mentale problemen die referent stelt te hebben door de afwezigheid van eiseres, heeft de minister zicht terecht op het standpunt gesteld dat referent deze gestelde mentale problemen met de door hem overgelegde stukken niet heeft onderbouwd. Ook heeft referent zijn stelling dat hij altijd contact heeft onderhouden met eiseres en dat het op dit moment lastig is om contact te onderhouden met eiseres, omdat zij op straat leeft, niet onderbouwd. Daarbij betekent de omstandigheid dat eiseres op straat zou leven ook niet dat het onmogelijk is om contact te onderhouden. De rechtbank is met de minister van oordeel dat het voorstelbaar is dat eiseres en referent een sterke emotionele band hebben, maar dat dit onvoldoende is om bijkomende elementen van afhankelijkheid aan te nemen. Hetgeen is aangevoerd over de band tussen eiseres en haar kleinzoon [naam 4] leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres en [naam 4] hebben in Syrië ongeveer 10 jaar samengewoond, waarbij de ouders van [naam 4] de ouderrol hebben vervuld en eiseres als grootouder voor [naam 4] heeft gezorgd. De minister heeft in dit verband kunnen concluderen dat er geen sprake was van een relatie die de gebruikelijke omgang ontstijgt. Eiseres heeft ook niet onderbouwd dat zij en [naam 4] nog regelmatig contact met elkaar hebben.

Tot slot heeft eiseres niet onderbouwd dat zij financieel afhankelijk is van referent. Uit de door eiseres overgelegde bonnen blijkt niet wie het geld heeft opgenomen en waar het geld naartoe is gegaan. De minister heeft zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit geen bijkomend element van afhankelijkheid oplevert.

7. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat tussen eiseres en referent geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. In die beoordeling zijn alle individuele feiten en omstandigheden van eiseres en referent betrokken. De minister mag volstaan met de vaststelling dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Dat betekent dat hij in dit geval geen belangenafweging hoefde te maken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. Y. van Wijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?