RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37545
V-nummer: [v-nummer 1] ,
[naam 2] , eiser,
V-nummer: [v-nummer 2] ,
hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ongegrond is verklaard.
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Procesverloop
3. Op 11 april 2024 is door referente een aanvraag voor een mvv ingediend met als doel verblijf voor eisers als familie- en gezinslid bij referente. De minister heeft de aanvraag in de beschikking van 19 september 2024 afgewezen. Eisers hebben hiertegen een bezwaarschrift ingediend. Referente en de gemachtigde van eisers hebben het bezwaar op 23 april 2025 toegelicht op een hoorzitting van een ambtelijke commissie. Op 27 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van eisers ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de aanvraag in stand is gelaten. Eisers zijn het hier niet mee eens en hebben hiertegen beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eisers, een tolk en de gemachtigde van de minister.
De totstandkoming van het besluit
5. Referente is de moeder van eisers. Eiseres is de 26-jarige dochter van referente en eiser haar 24-jarige zoon. De moeder van eisers is in 2019 op een toeristenvisum naar Nederland vertrokken om haar zus te bezoeken. Eisers zijn in Uganda gebleven. Referente heeft op 8 juni 2020 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend. In de beschikking van 3 december 2020 heeft de minister deze aanvraag afgewezen. Het hiertegen ingestelde beroep is door de rechtbank in de uitspraak van 26 augustus 2021 ongegrond verklaard. Ook het hiertegen ingestelde hoger beroep is door de Afdeling in de uitspraak van 15 oktober 2021 ongegrond verklaard. In 2024 heeft referente vervolgens een vergunning onder de beperking “niet-tijdelijke humanitaire gronden” gekregen onder verwijzing naar een advies van het Bureau Medische Advisering van 9 februari 2024. Daarin is geconcludeerd dat er in Uganda bepaalde medicatie niet beschikbaar is die nodig is om binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden een medische noodsituatie voor referente te voorkomen. Eisers beogen gezinshereniging met hun moeder in Nederland. De minister heeft de aanvraag van eisers afgewezen, omdat er geen sprake is van familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM.
6. Het tegen dat besluit ingediende bezwaar heeft de minister met het bestreden besluit van 27 juli 2025 ongegrond verklaard. In dat besluit handhaaft de minister het standpunt dat er geen familie- en gezinsleven bestaat tussen eisers en hun moeder zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid, omdat referente en eisers niet in gezinsverband samenwonen. In het besluit heeft de minister overwogen dat referente met een toeristenvisum naar Nederland is gereisd en er geen enkel aanknopingspunt is dat het vertrek gedwongen is geweest. Daarbij is gewezen op het doorlopen van een asielprocedure, zonder dat dit heeft geleid tot een verblijfsvergunning asiel. Ook is volgens de minister niet gebleken dat er een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen referente en haar kinderen. De minister legt daaraan ten grondslag dat niet is gebleken dat eisers en hun moeder meer dan normaal afhankelijk zijn van elkaar en niet zonder elkaars nabijheid kunnen functioneren. De minister betrekt daarbij de leeftijd van eisers en dat referente al sinds haar vertrek in 2019 niet meer samen is met haar kinderen. Niet is gebleken dat eisers zich in deze periode niet staande hebben kunnen houden. De minister stelt zich op het standpunt dat niet is gebleken dat eisers volledig financieel afhankelijk zijn van hun moeder. De minister gaat er daarbij vanuit dat eisers in staat zijn om in Uganda een financieel onafhankelijk bestaan op te bouwen, omdat zij een goede opleiding volgen dan wel hebben gevolgd. Er is niet gesteld of gebleken dat eisers gezondheidsproblemen hebben of medisch afhankelijk zijn van hun moeder. Tot slot betrekt de minister in de beoordeling dat eisers hun hele leven in Uganda hebben gewoond en geen banden hebben met Nederland.
De gronden van beroep
7. Eisers stellen zich op het standpunt dat de minister op eisers het normale jongvolwassenenbeleid moet toepassen. Volgens eisers was het vertrek van hun moeder in 2019 niet vrijwillig. Dat korte reizen naar Uganda wel mogelijk zijn, levert volgens eisers geen invulling van het gezinsleven op. Bovendien maakt het wel of niet vrijwillige vertrek geen deel uit van de beoordeling van het gezinsleven tussen referente en eisers. Volgens eisers is het gezinsleven na vertrek van hun moeder niet verbroken geweest, althans voortgezet, door middel van wederzijds contact, hulp en (financiële) steun.
Beoordeling door de rechtbank
8. De minister heeft het jongvolwassenenbeleid gebaseerd op arresten van het EHRM. Door het EHRM is in verschillende arresten aangenomen dat er familie- en gezinsleven kan bestaan tussen een meerderjarig kind dat met zijn ouders samenwoont en geen eigen gezin heeft gevormd, zonder bijkomende elementen van afhankelijkheid. Met het jongvolwassenenbeleid wordt hierbij door de minister aangesloten door familie- en gezinsleven aan te nemen tussen een kind en de ouder(s) als dat kind ook na het bereiken van de meerderjarige leeftijd feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder(s). Familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM wordt dan uitsluitend aangenomen als het meerderjarige kind jongvolwassen is, met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft, niet in het eigen onderhoud voorziet en geen zelfstandig gezin heeft gevormd. Als de minister zich op het standpunt stelt dat een meerderjarig kind niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid moet de minister vaststellen of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid op grond waarvan familie- en gezinsleven moet worden aangenomen. De rechtbank mag het onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden en de door de minister gegeven motivering bij de beoordeling of er familie- en gezinsleven bestaat volledig toetsen, maar moet de uitkomst van die beoordeling met enige terughoudendheid toetsen, omdat die uitkomst volgt uit een weging van omstandigheden.
9. In geschil is de vraag of eisers voldoen aan het jongvolwassenenbeleid.
10. De minister stelt zich op het standpunt dat eisers niet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. De minister legt daaraan ten grondslag dat eisers niet (meer) met hun moeder in gezinsverband samenwonen. Voor het vertrek van hun moeder is eiseres gaan studeren en op de campus gaan wonen. Eiser woonde tot het vertrek van zijn moeder met haar samen, maar is na haar vertrek naar kostschool gegaan. Tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht dat eiseres vanwege de reisafstand naar de campus een weekend per twee á vier weken bij haar moeder thuis kwam. Eiser ging na het vertrek van zijn moeder eerst een jaar naar kostschool en is daarna gaan studeren en wonen op de campus waar ook zijn zus studeerde en woonde. Nadat moeder in 2019 naar Nederland is gekomen is zij niet meer terug geweest in Uganda. Van samenleven in gezinsverband is daarom voor eiseres geen sprake meer sinds zij op de campus is gaan wonen en voor eiser niet meer sinds het vertrek van zijn moeder in 2019. Bij de beoordeling van het samenwonen in gezinsverband heeft de minister mogen betrekken dat de scheiding tussen eisers en hun moeder een vrijwillig karakter had. Er is niets aangevoerd dat af kan doen aan de motivering dat het vertrek van moeder vrijwillig is geweest.
11. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat niet wordt voldaan aan het jongvolwassenenbeleid. Vervolgens heeft de minister gemotiveerd uiteengezet dat er ook geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eisers hebben niets aangevoerd dat af kan doen aan de gegeven motivering dat er geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM bestaat. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond. Dat betekent dat het besluit om de aanvraag af te wijzen in stand wordt gelaten.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters – van Luijk, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.