Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 11 september 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Soytekin te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.K. Gopal te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
14 november 2024;
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening over de verzoeken te geven in een gesprek met de kinderrechter. Zij hebben daar geen gebruik van gemaakt, maar hebben wel beiden via de vrouw een brief naar de kinderrechter gestuurd.
Op 22 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de vrouw, de man met zijn advocaat en tolk T. Buyukasik, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vrouw is - volgens mededeling van haar advocaat wegens ziekte - niet op de zitting verschenen.
Feiten
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte kinderalimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig om nevenvoorzieningen tot:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer tegen de verzochte zorgregeling en informatieregeling, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan.
De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om overeenstemming te bereiken over de zorgregeling en de kinderalimentatie. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldoende gebleken dat de ouders niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank partijen toch ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek voor vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen. De man refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen, nu zij dat ook in het belang van de kinderen acht.
Zorgregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek voor vaststelling van een zorgregeling voor de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Partijen staan bij Kracht nog steeds op de wachtlijst, waardoor de hulpverlening nog niet is gestart en de voorlopige zorgregeling zoals vastgesteld in de voorlopige voorzieningenprocedure nog niet is uitgebreid. De man heeft inmiddels een eigen woning met twee slaapkamers, waar hij bedden voor de oudste drie kinderen heeft. De kinderen hebben nog niet bij hem overnacht. Er is op dit moment wekelijks contact tussen de man en de kinderen op zaterdag van 12.00 uur tot 14.00 uur.
Aangezien de hulpverlening via Kracht niet van de grond komt en het de ouders niet lukt om op een goede manier met elkaar te communiceren, is op de zitting gesproken over een verwijzing naar het traject ouderschapsbemiddeling. Namens de vrouw is op de zitting verzocht om een verwijzing naar het hulpverleningstraject ouderschapsbemiddeling. De man heeft op de zitting ook de bereidheid uitgesproken om aan dit traject deel te nemen. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Omdat de rechtbank een eindbeschikking zal wijzen, behoeft de uitvoerende hulpverleningsinstantie geen verslag aan de rechtbank uit te brengen over het verloop en het resultaat van het traject. De rechtbank zal dus ook niet de zogenoemde ‘lus’ naar de Raad opnemen indien het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat. Dat neemt niet weg dat de rechtbank ervan uitgaat dat de ouders zich in het belang van de kinderen tot het uiterste zullen inspannen voor het traject ouderschapsbemiddeling.
Op de zitting is met partijen gesproken over hoe de zorgregeling er op dit moment uit zou moeten zien en welke uitbreiding er al mogelijk is. De ouders hebben daarover afspraken gemaakt. De zitting is daartoe ook kort geschorst geweest, zodat moeder telefonisch door haar advocaat kon worden geraadpleegd. Beide ouders willen dat er wekelijks contact is tussen de man en de kinderen op zaterdag. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen de oudste twee kinderen en de jongste twee kinderen. Voorlopig zullen de kinderen iedere zaterdag om 11.00 uur naar de man gaan, waarbij [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] om 15.00 uur worden teruggebracht en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] om 19.00 uur na het avondeten worden teruggebracht. Op die manier heeft de man extra tijd om iets leuks te gaan doen met de oudste twee kinderen.
In het traject ouderschapsbemiddeling kunnen de ouders afspraken maken over de verdere uitbreiding van de zorgregeling. Daarbij merkt de rechtbank op dat het doel is dat de kinderen uiteindelijk in ieder geval één keer per veertien dagen een heel weekend bij de man zijn van vrijdag tot en met zondag. Met de hulpverlening kunnen de ouders ook afspraken maken over de (invulling van de) vakantieregeling. De rechtbank zal hierover vaststellen dat de vakanties worden verdeeld in onderling overleg. Als er geen afspraken over een (school)vakantie worden gemaakt zal de reguliere zorgregeling doorlopen.
Op de zitting is ook afgesproken dat de vrouw op korte termijn bij de woning van de man komt kijken, zodat zij kan zien waar de kinderen zullen verblijven als zij bij de man zijn. De man heeft aangeboden om zijn sleutel af te geven, zodat de vrouw rustig kan komen kijken wanneer de man niet thuis is. De vrouw mag daarbij ook iemand meenemen.
Informatie- en consultatieregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek voor vaststelling van een informatie- en consultatieregeling.
Inhoudelijke beoordeling
De man wil op de hoogte gehouden worden van alle zaken met betrekking tot de kinderen en verzoekt daarvoor maandelijks een e-mail van de vrouw te ontvangen. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat de man op de hoogte wordt gehouden over wat er speelt in het leven van de kinderen en zal daarom hiervoor een regeling vaststellen. Op de zitting is besproken dat de ouders hiervoor hun e-mailadressen moeten uitwisselen.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu partijen en de kinderen in Nederland wonen, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van de Alimentatieverordening rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.
Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal de rechtbank, op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is gebleken dat partijen het eens zijn over de behoefte de kinderen zoals deze is berekend door de man, te weten: € 1.091,- per maand, dat is € 273,- per maand per kind, zodat de rechtbank hiervan ook zal uitgaan. De man heeft hiervan een berekening overgelegd en op de zitting is namens de vrouw bevestigd het hiermee eens te zijn.
Ten aanzien van de draagkracht staat vast dat de man (nog steeds) een WIA-uitkering ontvangt, waardoor er voor hem een minimale draagkracht geldt van € 50,- per maand, zoals ook in de voorlopige voorzieningenprocedure is vastgesteld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om ook de draagkracht van de vrouw te berekenen. Op de zitting hebben partijen aangegeven dat de kinderalimentatie zoals vastgesteld in de voorlopige voorzieningenprocedure inmiddels is geïndexeerd naar € 53,- per maand, dat de man ook dat bedrag per maand betaalt en dat hij dat zal blijven betalen. De rechtbank zal daarom vaststellen dat de man € 53,- per maand aan kinderalimentatie moet betalen. Als ingangsdatum zal de rechtbank de datum van deze beschikking hanteren.
Huurrecht echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De echtelijke woning van de vrouw en de man ligt in Nederland. Gelet op artikel 4 lid 3, aanhef en sub a Rv komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van de woning.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan haar toe te wijzen. De man refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 22 november 2016 in
's-Gravenhage;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw] (de moeder),
wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [plaats] ,
en
[de man] (de vader),
briefadres: [adres 2] , [postcode 2] in [plaats] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
stelt als zorgregeling tussen de man en de kinderen vast dat:
welke regeling via het traject ouderschapsbemiddeling zal worden uitgebreid naar een zorgregeling waarbij de kinderen in ieder geval één keer per veertien dagen bij de man zijn van vrijdag tot en met zondag;
*
stelt vast dat de vrouw met ingang van heden de man elke maand per e-mail schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van de kinderen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden, een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 53,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres 1] te ( [postcode 1] ) [plaats] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.