Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 21 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende in Katwijk .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman in Leiderdorp.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 6 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en tolk D.A. Ochieng, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoek en verweer
meer subsidiair:
Het verzoek van de vrouw ertoe dat:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig dat:
subsidiair:
- indien de rechtbank het uitsluitend gebruik aan de vrouw toewijst en de kinderen aan de vrouw toevertrouwt, een zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen één weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur zijn,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast.
Uitsluitend gebruik woning en toevertrouwing kinderen
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Op dit moment wonen partijen met de kinderen samen in de echtelijke woning. De vrouw stelt dat partijen een jaar geleden hebben besloten om te scheiden en dat toen is afgesproken dat de man de woning zou verlaten. Dat is nog niet gebeurd en de spanningen lopen steeds verder op. De man geeft aan dat hij al langere tijd op zoek is naar een andere woning, maar dat het nog niet is gelukt om een geschikte woonruimte te vinden. Daarbij speelt voor hem mee dat hij in [plaats 2] werkt en geen rijbewijs en auto heeft, waardoor hij afhankelijk is van het openbaar vervoer. Ook wil hij in de buurt blijven wonen om de kinderen te kunnen zien.
De rechtbank overweegt als volgt. Niet in geschil is dat de man een fulltime baan heeft en dat de vrouw thuis is met de kinderen, behalve op woensdagavond en één weekenddag per maand. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd, omdat zij het grootste deel van de zorg voor hen draagt. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw hiertoe toewijzen. Met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning overweegt de rechtbank dat het, gelet op de spanningen tussen partijen, niet in het belang van de kinderen is dat partijen samen in de woning blijven, zoals de man heeft verzocht.
De rechtbank constateert dat beide partijen belang bij hebben bij het uitsluitend gebruik van de woning. In dit geval is het belang van de kinderen voor de rechtbank doorslaggevend. Aangezien de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd, zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toewijzen, zodat de kinderen in de voor hen vertrouwde woning kunnen blijven. Het is ook belangrijk dat de man andere woonruimte kan regelen (bijvoorbeeld via Divorce Housing, waar de vrouw hem voor heeft aangemeld), zodat dat de man zijn baan kan voortzetten en de kinderen kan zien. De rechtbank zal daarom beslissen dat het uitsluitend gebruik in zal gaan één maand na de datum van deze beschikking, zodat de man een maand de tijd heeft om de woning te verlaten.
De rechtbank heeft op de zitting van partijen gehoord dat er op dit moment geen vorm van communicatie is tussen de ouders. De situatie tussen hen is spanningsvol. Daarop is op de zitting met partijen gesproken over het volgen van een hulpverleningstraject om hun onderlinge communicatie te verbeteren en hun ouderschap beter samen kunnen vormgeven.
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams [regio] voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams [regio] .
Omdat de rechtbank een eindbeschikking zal wijzen, zal de rechtbank niet de zogenoemde ‘lus’ naar de Raad opnemen indien het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat. Dat neemt niet weg dat de rechtbank ervan uitgaat dat de ouders zich in het belang van de kinderen tot het uiterste zullen inspannen voor het traject ouderschapsbemiddeling.
Voorlopige zorgregeling
Op de zitting heeft de vrouw aangeboden, voor het geval dat het uitsluitend gebruik van de woning aan haar wordt toegekend, om een dag en nacht uit de woning te gaan, zodat de man daar omgang met de kinderen kan hebben zolang hij geen geschikte plek heeft om de kinderen te ontvangen. De rechtbank acht dit ook in het belang van de kinderen en zal daarom vaststellen dat de man de kinderen elke week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 10.00 uur in de echtelijke woning ziet. Deze regeling zal ingaan wanneer de man de echtelijke woning heeft verlaten, maar in ieder geval één maand na deze beschikking.
Voorlopige kinderalimentatie
Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro's.
Ingangsdatum
Aangezien de man (uiterlijk) één maand na heden de echtelijke woning zal verlaten, zal de rechtbank in redelijkheid vaststellen dat de voorlopige kinderalimentatie in zal gaan één maand na heden, te weten 20 november 2025.
Behoefte
Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen ten tijde van hun uiteengaan worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget.
De ouders zijn in de tweede helft van 2025 feitelijk uit elkaar gegaan, zodat de rechtbank zal rekenen met de tarieven van 2025-II.
De ouders zijn het erover eens dat er voor de berekening van de behoefte uit wordt gegaan van de inkomensgegevens zoals gebruikt in de berekening die namens de vrouw is overgelegd. De rechtbank zal daarom ook rekenen met die gegevens.
Partijen zijn het erover eens dat de voorlopige behoefte van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] € 343,- per kind per maand bedraagt. De rechtbank zal daarom uitgaan van deze behoefte.
Draagkracht
De behoefte van de kinderen moet door de ouders worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. De financiële draagkracht van de ouders moet conform de aanbevelingen uit het rapport 2025 in beginsel worden vastgesteld aan de hand van de formule 70% x [NBI - (0,3 x NBI + 1.310)].
Zoals hierna zal blijken, bestaat er een tekort aan gezamenlijke draagkracht om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Aangezien de rechtbank onvoldoende gegevens heeft om te rekenen met de werkelijke woonlasten van partijen, zal de rechtbank bij beide partijen uitgaan van het woonbudget.
Draagkracht vrouw
Bij de berekening van de financiële draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van een gemiddeld inkomen van € 880,- per maand, gemiddelde extra inkomsten van € 309,- per maand aan overwerk, € 73,- per maand aan eindejaarsuitkering en € 82,- per maand aan pensioenpremie, zoals volgt uit de salarisstroken van april tot en met juni 2025. Rekening houdend met 8% vakantiegeld, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.185,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.
De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule € 153,- per maand, te weten
70% x [2.185 - (0,3 x 2.185 + 1.310)].
Draagkracht man
Bij de berekening van de financiële draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 2.636,- per maand en een pensioenpremie van € 65,- per maand, zoals volgt uit de salarisstroken van juni tot en met augustus 2025. Rekening houdend met 8% vakantiegeld, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 2.463,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.
De draagkracht van de man bedraagt volgens de formule € 290,- per maand, te weten
70% x [2.463 - (0,3 x 2.463 + 1.310)].
Conclusie
Op de door de man te betalen bijdrage dient in beginsel een zorgkorting in mindering te worden gebracht. De zorgkorting bedraagt een percentage van de behoefte, welk percentage afhankelijk is van de hoeveelheid omgang of zorg. Gelet op de vast te stellen voorlopige zorgregeling ziet de rechtbank aanleiding om rekening te houden met een zorgkorting van 15%. Het bedrag aan zorgkorting bedraagt € 154,- per maand (15% van € 1.029,-).
Op de regel dat de zorgkorting de bijdrage van de man vermindert wordt een uitzondering gemaakt in het geval dat de gezamenlijke draagkracht van partijen onvoldoende is om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De gezamenlijke draagkracht van partijen bedraagt
(€ 153,- + € 290,- =) € 443,- per maand ten opzichte van een totale behoefte van de kinderen van € 1.029,- per maand. Het tekort aan draagkracht bedraagt € 586,- per maand. Nu het tekort aan draagkracht meer dan twee keer zo groot is als de zorgkorting waar de man aanspraak op kan maken, kan de man – conform de aanbevelingen uit het rapport – de zorgkorting niet verzilveren. Dit leidt ertoe dat de volledige draagkracht van de man moet worden aangewend voor de kinderalimentatie. Gelet op het aanzienlijke tekort aan draagkracht zal de rechtbank in redelijkheid de voorlopige kinderalimentatie vaststellen op een bedrag van € 97,- per maand per kind. Het anders verzochte zal de rechtbank afwijzen.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] in ( [postcode 1] ) [plaats 2] en beveelt mitsdien dat de man die woning met ingang van 20 november 2025 dient te verlaten en verder niet mag betreden, behalve gedurende de tijd dat de man de kinderen ziet volgens de voorlopige zorgregeling zolang hij geen geschikte woonruimte heeft om hen te ontvangen;
*
bepaalt dat de man met ingang van 20 november 2025 voorlopig gerechtigd is om de kinderen te zien elke week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 10.00 uur, welk contact in de echtelijke woning zal plaatsvinden zolang de man geen geschikte woonruimte heeft om hen te ontvangen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 20 november 2025, voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 97,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw] (de moeder),
wonende aan de [adres 1] in ( [postcode 1] ) [plaats 2] ,
en
[de man] (de vader),
wonende aan de [adres 1] in ( [postcode 1] ) [plaats 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams [regio] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Jeugdteams [regio] , [adres 2] , [postcode 2] [plaats 3] ;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.