ECLI:NL:RBDHA:2025:24915

ECLI:NL:RBDHA:2025:24915, Rechtbank Den Haag, 29-09-2025, C/09/644239 / FA RK 23-1825

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/09/644239 / FA RK 23-1825
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Echtscheiding. Verzoeken partneralimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap afgewezen. De rechtbank kan de verdeling van de huwelijksgemeenschap niet vaststellen omdat zij geen inzicht heeft gekregen in de vermogensbestanddelen van partijen per de datum indiening echtscheidingsverzoek.

Uitspraak

Scheiding

Beschikking op het op 10 maart 2023 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende op een voor de rechtbank onbekend adres in het buitenland,

advocaat: voorheen mr. D.H. Bialkowski te Amsterdam, nu mr. S. Jurkovich te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een voor de rechtbank onbekend adres in het buitenland,

advocaat: mr. T.J. Kreeftenberg te Eindhoven.

Procedure

Bij beschikking van 11 december 2024 van deze rechtbank is bepaald dat partijen zich binnen zes weken na de datum van de beschikking dienen uit te laten over het Spaans toepasselijk recht op de partneralimentatie, waarbij zij hun stellingen hierover dienen te motiveren en met relevante bewijsstukken dienen te onderbouwen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de partneralimentatie, de afwikkeling van het huwelijksvermogen, de verzoeken op grond van artikel 843a Rv en de proceskosten is pro forma aangehouden.

De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

- de brief van 16 januari 2025 van de zijde van de vrouw;

- de brief van 28 februari 2025, met bijlage, van de zijde van de man;

- het bericht van 28 maart 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;

- het bericht van 28 april 2025, met bijlage, van de zijde van de man;

- het bericht van 23 mei 2025 van de zijde van de vrouw;

- het bericht van 23 juni 2025 van de zijde van de vrouw;

- het bericht van 15 augustus 2025, met bijlage, van de zijde van de man;

- de brief van 19 augustus 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;

- de brief van 21 augustus 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;

- het bericht van 26 augustus 2025, met bijlage, van de zijde van de man;

- het bericht van 28 augustus 2025, met bijlagen, van de zijde van de man.

Op 1 september 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat, alsmede de advocaat van de vrouw. De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen.

Aanvullende verzoeken

Namens de man is bij voormelde brief van 19 augustus 2025 aanvullend verzocht om voor recht te verklaren dat partijen ieder draagplichtig zijn voor de helft van de schuld aan Bavaria.

Namens de vrouw is bij voormelde brief van 21 augustus 2025 aanvullend verzocht de man te veroordelen om ter zake de financiële afwikkeling uit hoofde van het scheidingsconvenant aan de vrouw een bedrag te voldoen van € 231.595,74, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2020.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikkingen is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Op 12 maart 2025 heeft de rechtbank in Spanje uitspraak gedaan. Zij heeft zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de procedure aangezien het aan de Nederlandse rechtbank is om kennis te nemen van de kwesties met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van partijen.

Op de zitting is met de advocaat van de vrouw de strekking van het aanvullende verzoek van de vrouw besproken. Uiteindelijk is gebleken dat bedoeld is te verzoeken dat de man wordt veroordeeld tot nakoming van de op 23 december 2014 bij een Spaanse notaris gesloten overeenkomst tussen partijen. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat het aanvullende verzoek van de vrouw voldoende samenhang vertoont met het verzoek tot echtscheiding, zal zij het verzoek gezien het late moment van indiening afwijzen. Deze zaak loopt al lang. Behandeling van het aanvullende verzoek van de vrouw zou gelet op de complexiteit van de zaak en de noodzaak om weer nieuwe stukken boven tafel te krijgen opnieuw tot veel vertraging leiden. De rechtbank verwijst in dit verband naar artikel 827, eerste lid onder g, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De rechtbank komt vervolgens toe aan de verzoeken aangaande de partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Partneralimentatie

Zoals overwogen in de vorige beschikking, zal de rechtbank Spaans recht toepassen op het verzoek tot vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie. Naar Spaans recht moet bij de beoordeling van een verzoek tot vaststelling van partneralimentatie kort gezegd rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder ook het vermogen en de financiële middelen en behoeften van beide partners. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het Nederlandse stelsel waarin wordt gekeken naar behoefte en draagkracht en alle relevante factoren in dat verband.

De rechtbank ziet aanleiding om allereerst de draagkracht van de man te beoordelen. De inkomsten van de man bestaan uit een Nederlandse AOW-uitkering en inkomen uit onderneming. Op de AOW-uitkering van de man is beslag gelegd door een schuldeiser. Tot voor kort ontving de man € 598,- per maand (dit blijkt ook uit de stukken). Op de zitting heeft de man aangegeven dat dit nu € 743,- per maand is. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de onderneming van de man in 2024 een verlies heeft gemaakt van € 7.562,93. In 2023 is een winst gemaakt van € 17.027,60 en in 2022 een winst van € 11.836,96.

De rechtbank zal gelet hierop rekenen met het gemiddelde inkomen uit onderneming over de afgelopen drie jaren, zijnde € 7.100,- op jaarbasis ofwel € 592,- per maand. Dat de man naast zijn inkomen uit AOW-uitkering en voormeld inkomen uit onderneming nog andere inkomsten heeft is onvoldoende gebleken. Gezien het totale inkomen van de man van € 1.335,- per maand (€ 743,- + € 592,-) heeft de man geen draagkracht voor het betalen van partneralimentatie. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden afgewezen.

Voor de goede orde merkt de rechtbank nog op dat zij de behoefte van de vrouw niet zal berekenen. Van de man kan immers gelet op diens leeftijd (de man is 72 jaar oud) in redelijkheid niet worden verwacht dat hij in de toekomst meer zal gaan werken en zodoende alsnog een bijdrage aan de vrouw kan voldoen.

Verdeling huwelijksgemeenschap

Toepasselijk recht huwelijksvermogensregime

Niet gebleken is dat partijen vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen. Krachtens artikel 4, tweede lid, onder 1, van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Nederlandse recht, als het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, nu Nederland de in artikel 5 van genoemd verdrag bedoelde verklaring heeft afgelegd en de werking daarvan niet door het tweede lid van dat artikel is uitgesloten.

Blijkens het tweede lid van artikel 7 van het hiervoor genoemde verdrag bestaat de mogelijkheid dat een automatische wijziging van het toepasselijke recht op het huwelijksvermogensregime plaatsvindt. Dit is onder meer het geval vanaf het tijdstip waarop beide echtgenoten gedurende meer dan tien jaar hun gewone verblijfplaats in een staat hebben gehad. Het interne recht van de staat waar de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben wordt dan van toepassing.

Aangezien partijen in 2009 naar Spanje zijn verhuisd, is sinds 2019 Spaans recht van toepassing op het huwelijksvermogensregime.

Verzoek vrouw

De vrouw heeft verzocht de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap vast te stellen. Het standpunt van de vrouw dat de man ter zake de financiële afwikkeling van het huwelijksvermogen van partijen een bedrag van € 231.595,74 aan haar zou moeten voldoen, acht de rechtbank onvoldoende concreet onderbouwd. De rechtbank kan de verdeling van de huwelijksgemeenschap niet zelf vaststellen omdat zij geen inzicht heeft gekregen in de vermogensbestanddelen van partijen per de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek (10 maart 2023). Gelet op het voorgaande zal het verzoek van de vrouw worden afgewezen.

Aanvullend verzoek man

Nu de rechtbank over onvoldoende informatie beschikt om de verdeling van de huwelijksgemeenschap te kunnen vaststellen, ziet zij geen reden om zich (partieel) uit te spreken over de draagplicht voor één enkele schuld. Het verzoek van de man om voor recht te verklaren dat partijen ieder draagplichtig zijn voor de helft van de schuld aan Bavaria zal de rechtbank dan ook afwijzen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat op het huwelijksvermogensregime van partijen tot 2019 Nederlands recht van toepassing is en vanaf 2019 Spaans recht;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.G. Meeder

Griffier

  • mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?