Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 12 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Neerwamatie Nandoe te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.F. Mandos te Den Haag.
Procedure
Bij beschikking van 12 februari 2025 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, zijn partijen in de gelegenheid gesteld om stukken in te dienen en vragen te beantwoorden en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime aangehouden.
De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:
- de brief van 15 april 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 15 april 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;
- de brief van 1 mei 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
Op 26 september 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met zijn advocaat.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Op dit moment liggen nog de navolgende verzoeken van de zijde van de vrouw ter beoordeling voor:
- te bepalen dat aan de vrouw zullen worden toebedeeld de inboedelgoederen zoals genoemd in productie 5 van de vrouw;
- te bepalen dat ten aanzien van de huurtermijnen van de echtelijke woning te [plaats] aan de vrouw vanaf februari 2024 tot en met juli 2024 een vorderingsrecht op de man toekomt van € 4.353,-, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag.
Van de zijde van de man liggen nog de navolgende verzoeken ter beoordeling voor:
- te bepalen dat partijen opgave moeten doen van de te verdelen goederen c.q. een omschrijving moeten indienen van de gemeenschap en deze gemeenschap moeten verdelen op een wijze die de rechtbank passend acht en/of te bepalen dat het huwelijksvermogensregime van partijen binnen zes maanden na de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand zal worden afgewikkeld ten overstaan van een notaris;
- voor recht te verklaren dat partijen een overeenkomst hebben gesloten en te bepalen welk bedrag de vrouw in dit kader aan de man verschuldigd is.
Verdeling inboedelgoederen
Zoals in de beschikking van 12 februari 2025 van deze rechtbank is overwogen, zijn partijen op de zitting van 8 januari 2025 het volgende overeengekomen. De man heeft ingestemd met toedeling aan de vrouw van de persoonlijke (inboedel)goederen zoals vermeld op de bij het verzoekschrift als productie 5 overgelegde lijst, inclusief het Versace-servies. De rechtbank zal de op de lijst vermelde goederen derhalve toedelen aan de vrouw.
Verzoek vrouw ten aanzien van door haar betaalde huurtermijnen en verzoek man ten aanzien van overeenkomst
Op de zitting zijn partijen overeengekomen dat zij in het kader van genoemde verzoeken over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben. De rechtbank zal deze verzoeken dan ook afwijzen.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden
Op de zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat er op de peildatum aan de zijde van de man sprake was van een negatief vermogen. Dit betekent dat partijen conform artikel 8 lid 4 van de huwelijkse voorwaarden niet hoeven af te rekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd en dat er als gevolg daarvan niets valt af te wikkelen. De rechtbank zal dit verzoek van de man daarom afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
deelt toe aan de vrouw: persoonlijke bezittingen zoals kleding, foto’s, Versace-servies, documenten, hobby spullen (kralen en tekenspullen), Louis Vuitton double zip pochette, bestek, borden en glaswerk;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.