ECLI:NL:RBDHA:2025:24921

ECLI:NL:RBDHA:2025:24921, Rechtbank Den Haag, 10-10-2025, C/09/690149 / FA RK 25-6176

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-10-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/09/690149 / FA RK 25-6176
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Verwijzing naar omgangshuis. Raadsonderzoek gelast. Vaststelling voorlopige kinderalimentatie en partneralimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 15 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 26 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat, de vrouw met haar advocaat, alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .

- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.

Verzoek en verweer

na zes maanden

De man verzoekt een voorlopige zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige] bij hem verblijft:

de komende zes maanden

een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de vrouw zelfstandig:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en met compensatie van de proceskosten.

Beoordeling

Voorlopige zorgregeling

Uit de overgelegde stukken en het besprokene op de zitting is de rechtbank het volgende gebleken. De relatie tussen partijen is kort na de geboorte van [minderjarige] geëindigd. Naar aanleiding van enkele incidenten tussen partijen is Veilig Thuis betrokken geraakt. In samenwerking met Veilig Thuis is in november 2024 afgesproken dat de man [minderjarige] alleen op afspraak bij het huis van oma (moederszijde) mag bezoeken en dat als de man onverwacht voor de deur staat, de vrouw contact zoekt met de politie. Naar de rechtbank begrijpt zijn er perioden geweest waarin de man [minderjarige] regelmatig zag, maar heeft de man ook meerdere keren voor langere tijd afstand genomen. In de periode juni/juli 2025 hebben er een aantal korte onbegeleide omgangsmomenten plaatsgevonden. Eind juli 2025 heeft de man [minderjarige] voor het laatst gezien.

De man wil graag weer contact met [minderjarige] en wil daarvoor niet langer afhankelijk zijn van de vrouw. Hij verzoekt een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] in eerste instantie twee doordeweekse avonden bij hem verblijft en ieder weekend een nacht bij hem slaapt.

De vrouw verzet zich tegen de door de man verzochte zorgregeling. Zij is erg angstig voor de man, onder meer vanwege gebeurtenissen in het ziekenhuis na de geboorte van [minderjarige] . Volgens de vrouw is [minderjarige] tijdens contactmomenten met de man meermaals blootgesteld aan onrust en gevaar. De vrouw verzoekt daarom de omgang tussen de man en [minderjarige] te laten plaatsvinden in een omgangshuis. Als de begeleide omgang goed verloopt en de man laat zien dat hij zich betrouwbaar en betrokken opstelt, staat de vrouw open voor uitbreiding naar onbegeleid contact.

De rechtbank is van oordeel dat het van belang is dat [minderjarige] haar vader leert kennen, maar ook dat omgang tussen de man en [minderjarige] – mede gelet op de veiligheid – moet worden losgekoppeld van ouders. Op de zitting is met partijen gesproken over begeleide omgang bij een omgangshuis. Partijen zijn daar beiden mee akkoord gegaan. De rechtbank zal bepalen dat de man (indien het omgangshuis daartoe de mogelijkheid biedt) twee keer per week gedurende twee uur begeleide omgang zal hebben met [minderjarige] . Het meer of anders door partijen verzochte in het kader van de voorlopige zorgregeling zal worden afgewezen.

Na de zitting is de rechtbank gebleken dat partijen gelet op de woonplaats van [minderjarige] voor deelname aan omgangsbegeleiding moeten worden aangemeld bij het Expertteam Scheidingsproblematiek (routeringspunt [plaats 2] ). De contactgegevens van partijen zijn inmiddels doorgestuurd aan het Expertteam Scheidingsproblematiek. De rechtbank zal een kennisgeving van deze beschikking per e-mail zenden aan het Expertteam Scheidingsproblematiek.

De rechtbank is, gelet op de bestaande zorgen, tevens van oordeel dat er voor de komende bodemprocedure (C/09/683036, FA RK 25-2537) een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming nodig is, waarbij onderzocht wordt welke zorgregeling in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders – in het belang van [minderjarige] – hun medewerking zullen verlenen aan dit onderzoek.

Voorlopige kinderalimentatie

Ingangsdatum

Partijen zijn het erover eens dat de voorlopige kinderalimentatie zal ingaan per de datum van indiening van het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, zijnde 22 september 2025.

Behoefte van [minderjarige]

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige] € 990,- per maand bedraagt.

De behoefte van een kind moet door de ouders worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. Conform de aanbevelingen uit het rapport alimentatienormen 2025 moet de financiële draagkracht van de ouders in beginsel worden vastgesteld aan de hand van de formule 70% x [NBI - (0,3 x NBI + 1.310)], waarbij NBI staat voor netto besteedbaar inkomen.

Draagkracht van de man

De man heeft een eenmanszaak. Zijn gemiddelde winst over de jaren 2022 (€ 36.605,-), 2023 (€ 82.461,-) en 2024 (€ 40.473,-) bedraagt € 53.180,-. Gelet op de resultaten over de eerste acht maanden van 2025, zou de man in 2025 een winst moeten kunnen maken van € 61.000,-.

Namens de vrouw is op de zitting aangegeven dat de vrouw ermee kan instemmen dat bij de berekening van de financiële draagkracht van de man wordt uitgegaan van een winst uit onderneming van € 61.000,- op jaarbasis.

Namens de man is op de zitting primair het standpunt ingenomen dat de man geen draagkracht heeft voor het betalen van kinderalimentatie omdat hij binnenkort gaat starten met een schuldhulpverleningstraject. Subsidiair is betoogd dat moet worden uitgegaan van de gemiddelde winst uit onderneming over de afgelopen drie jaar van € 53.180,- en meer subsidiair van een winst uit onderneming van € 61.000,-.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank kan niet vaststellen of, en zo ja wanneer, de man met een schuldhulpverleningstraject zal beginnen. Aangezien de man op dit moment nog niet aflost op zijn schulden, zal de rechtbank hier geen rekening mee houden en aan het primaire standpunt van de man voorbij gaan. De rechtbank acht het ook niet redelijk om, zoals subsidiair door de man is betoogd, bij de berekening van zijn financiële draagkracht uit te gaan van de gemiddelde winst van de afgelopen drie jaren. De man heeft immers aangegeven in 2024 zo’n 6 a 7 maanden geen werkzaamheden te hebben verricht, waardoor het inkomen in dat jaar niet representatief is. De rechtbank zal daarom aansluiten bij de verwachte winst over 2025, zijnde € 61.000,-.

Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB winstvrijstelling, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet berekent de rechtbank het NBI van de man op € 3.822,- per maand.

De draagkracht van de man bedraagt volgens de formule (afgerond) € 956,- per maand, te weten 70% x [3.822 - (0,3 x 3.822 + 1.310)].

Draagkracht van de vrouw

Partijen zijn het erover eens dat bij de berekening van de financiële draagkracht van de vrouw moet worden uitgegaan van een salaris van € 3.264,- bruto per maand exclusief vakantietoeslag en een pensioenpremie van € 171,- per maand.

Rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en een kindgebonden budget van € 5.059,- per jaar, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 3.475,- per maand.

De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule (afgerond) € 786,- per maand, te weten 70% x [3.475 - (0,3 x 3.475 + 1.310)].

Draagkrachtvergelijking

Gelet op de gezamenlijke draagkracht van de ouders van (€ 956,- + € 786,- =) € 1.742,- per maand, bedraagt het aandeel van de man in de kosten van [minderjarige] naar rato van zijn draagkracht (afgerond) (€ 956,- / € 1.742,- x € 990,- =) € 543,- per maand.

Zorgkorting

Op de door de man te betalen bijdrage dient een zorgkorting in mindering te worden gebracht. De zorgkorting bedraagt een percentage van de behoefte, welk percentage afhankelijk is van de hoeveelheid omgang of zorg. Gelet op de vast te stellen voorlopige zorgregeling, zal de rechtbank een zorgkorting van 5% van de behoefte, te weten (afgerond) € 50,- per maand, hanteren.

Conclusie

Na aftrek van de zorgkorting bedraagt de door man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie € 493,- per maand.

Aanhechten berekeningen

De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Voorlopige partneralimentatie

Ingangsdatum

Als ingangsdatum voor de voorlopige partneralimentatie zal de rechtbank eveneens uitgaan van de datum van indiening van het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, te weten 22 september 2025.

Behoefte en behoeftigheid van de vrouw

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de vrouw moet worden berekend op basis van de hofnorm, inhoudende dat de behoefte van de alimentatiegerechtigde kan worden gelijkgesteld aan 60% van het NBI van partijen ten tijde van hun uiteengaan minus de kosten van de kinderen. Voor de berekening van het NBI van partijen ten tijde van hun uiteengaan volgt de rechtbank de door de man overgelegde berekening waaruit een NBI van de man blijkt van € 3.741,- per maand en een NBI van de vrouw van € 4.399,-. Aldus becijfert de rechtbank het NBI van partijen ten tijde van hun uiteengaan op € 8.140,- per maand. De behoefte van de vrouw bedraagt conform de hofnorm € 4.290,- netto per maand (60% van (€ 8.140,- minus € 990,-). Als het NBI van de vrouw zonder kindgebonden budget (€ 3.054,-) hiervan wordt afgetrokken, resteert volgens de aangehechte behoefteberekening een aanvullende behoefte van € 2.429,- bruto per maand.

Draagkracht van de man

Het NBI van de man bedraagt, zoals hiervoor bij de kinderalimentatie is berekend, € 3.822,- per maand. Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,- per maand, zal de rechtbank voor de bepaling van zijn draagkracht volgens de aanbevelingen uit het rapport alimentatienormen de daarbij behorende draagkrachtformule van 60% x [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)] toepassen. Hieruit volgt een draagkracht van de man van € 819,- per maand (60% x [3.822 - (0,3 x 3.822 + 1.310)]. Hierop wordt het aandeel van de man in de kosten van [minderjarige] van € 543,- per maand in mindering gebracht. De man heeft dan nog een draagkracht beschikbaar van € 276,- per maand. Gebruteerd komt dit neer op € 441,- per maand.

Inkomensvergelijking

Om te bepalen of de man door voldoening van partneralimentatie niet in een nadeliger financiële positie komt te verkeren dan de vrouw, heeft de rechtbank een inkomensvergelijking gemaakt. Uit de inkomensvergelijking volgt dat de man bij een bedrag van € 233,- bruto per maand aan partneralimentatie een gelijk te besteden vrije ruimte als de vrouw overhoudt. Aangezien dit bedrag lager ligt dan de draagkracht van de man, zal de rechtbank de inkomensvergelijking volgen.

Conclusie

De rechtbank zal de door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie vaststellen op € 233,- per maand.

Aanhechten berekeningen

De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de man (indien het omgangshuis daartoe de mogelijkheid biedt) twee keer per week gedurende twee uur begeleide omgang zal hebben met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] ;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een kennisgeving van deze beschikking per e-mail te zenden aan het Expertteam Scheidingsproblematiek (routeringspunt [plaats 2] );

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming ten behoeve van de bodemprocedure (C/09/683036, FA RK 25-2537) een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen; de Raad voor de Kinderbescherming kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer 1] (vader) en [telefoonnummer 2] (moeder);

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

uiterlijk op 1 mei 2026 dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank in het kader van de bodemprocedure (C/09/683036, FA RK 25-2537) met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

bepaalt dat de man met ingang van 22 september 2025 een voorlopige kinderalimentatie aan de vrouw zal betalen van € 493,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

bepaalt dat de man met ingang van 22 september 2025 een voorlopige partneralimentatie aan de vrouw zal betalen van € 233,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.L. Benink

Griffier

  • mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?