Gezag, omgangsregeling en informatieregeling
Beschikking op het op 29 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Bauman te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Emeis te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen op 29 juli 2024;
- het verweerschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 2 september 2024;
- het bericht van 18 september 2025, met bijlage, van de zijde van de vader;
- het bericht van 19 september 2025 van de zijde van de vader;
- de brief van 23 september 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder.
Op 26 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Na de zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen:
- het bericht van 26 september 2025 van de zijde van de vader.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad tot en met mei 2024.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] .
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.
Verzoek en verweer
De vader heeft in zijn verzoekschrift verzocht:
- de vader mede te belasten met het gezag over de kinderen;
- een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen bij de vader zullen zijn
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen voormelde verzoeken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bij voormeld bericht van 26 september 2025 heeft de vader aanvullend verzocht om te bepalen dat hij in voorkomende gevallen van de moeder relevante informatie ontvangt over school en medische aangelegenheden van de kinderen.
Beoordeling
Omgang
Sinds afgelopen zomer zien de vader en de kinderen elkaar iedere week op woensdag van 13.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 16.00 uur tot 19.00 uur bij de zus van de vader thuis. Daarnaast bellen de vader en de kinderen iedere dinsdag en zondag, in principe rond 14.00 uur, met elkaar. Nu partijen het erover eens zijn dat voormelde regeling kan worden vastgelegd, zal de rechtbank daartoe overgaan, aangezien niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.
Zoals op de zitting aangegeven, zal de rechtbank geen omgangsregeling vaststellen voor het moment dat de vader over eigen woonruimte beschikt. De rechtbank acht dit te voorbarig omdat zij niet kan inschatten hoe de situatie dan is.
Gezag
De vader verzoekt hem mede te belasten met het gezag over de kinderen. De moeder verzet zich hiertegen.
Uit artikel 1:253c, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, indien de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank is van oordeel dat er op dit moment geen basis is voor gezamenlijke gezagsuitoefening. De communicatie tussen partijen verloopt erg moeizaam en partijen hebben heel verschillende visies over wat goed is voor de kinderen. Er speelt veel rondom de kinderen (onderzoeken, logopedie, fysiotherapie) en dus moeten er regelmatig gezagsbeslissingen worden genomen. Onder die omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen in geval van gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen de ouders. Een verbetering van de situatie valt, in ieder geval binnen afzienbare tijd, niet te verwachten (de rechtbank ziet momenteel bij partijen geen ruimte om deel te nemen aan een traject voor ouderschapsbemiddeling).
Uit het voorgaande volgt dat het verzoek van de vader ten aanzien van het gezamenlijk gezag zal worden afgewezen.
Informatieregeling
Op de zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat de moeder de vader zal informeren over school en medische aangelegenheden van de kinderen en dat zij eventuele relevante stukken (zoals verslagen) op verzoek aan de vader zal doorsturen. De rechtbank zal dit vastleggen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vader en de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] , elkaar iedere week op woensdag van 13.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 16.00 uur tot 19.00 uur zullen zien bij de zus van de vader thuis;
bepaalt dat de vader en de kinderen iedere dinsdag en zondag, in principe rond 14.00 uur, met elkaar zullen bellen;
bepaalt dat de moeder de vader zal informeren over school en medische aangelegenheden van de kinderen en dat zij eventuele relevante stukken (zoals verslagen) op verzoek aan de vader zal doorsturen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.