ECLI:NL:RBDHA:2025:24947

ECLI:NL:RBDHA:2025:24947, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.52495 en NL25.52496

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer NL25.52495 en NL25.52496
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep gegrond is. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen over verweerders standpunt over willekeurig geweld in Syrië dan de meervoudige kamer. Verweerder heeft dus zijn standpunt over de veiligheidssituatie onvoldoende gemotiveerd waarmee dus onvoldoende duidelijk is of eiseres een risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Syrië. De rechtbank kan zonder een goed gemotiveerd standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië ook niet beoordelen wat voor individuele omstandigheden nodig zijn om tot een reëel risico op ernstige schade te komen. De rechtbank ziet daarin dus geen aanleiding om nu een oordeel te geven over het al dan niet aanwezig zijn van individuele omstandigheden. Aan een beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank dan ook niet meer toe.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiseres] , eiseres en verzoekster (hierna: eiseres)

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.52495 (beroep) en NL25.52496 (voorlopige voorziening)

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. C. Chen),

en

(gemachtigde: mr. M. Latul).

Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres heeft ook een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening op 17 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen meneer [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiseres.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

1. Eiseres is Syrische en is geboren op [datum] 1970. Eiseres heeft asiel aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, haar aangezegd het grondgebied van de EU te verlaten en haar een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Het asielrelaas van eiseres biedt geen aanknopingspunten voor verweerder om te concluderen dat zij bij terugkeer naar Syrië vervolgd zal worden of blootgesteld aan ernstige schade. Ook loopt eiseres geen risico op ernstige schade vanwege de algemene veiligheidssituatie in Syrië. Verweerder heeft daarbij verwezen naar zijn brief aan de Tweede Kamer van 10 juni 2025 over het gewijzigde landenbeleid ten aanzien van Syrië. Na de val van Assad laat de situatie in Syrië volgens verweerder verbetering zien en gaat hij er niet meer van uit dat Syriërs bij terugkeer per definitie een reëel risico lopen op ernstige schade.

2. Op 11 december 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat verweerder zijn standpunt zoals verwoord in het gewijzigde landenbeleid onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank heeft partijen in kennis gesteld van deze uitspraak.

3. Eiseres heeft in navolging van de uitspraak van 11 december 2025 aangegeven dat verweerder zijn standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië niet voldoende heeft gemotiveerd. Verweerder heeft dat betwist en aangegeven in hoger beroep te gaan tegen de MK-uitspraak. Ook heeft verweerder aangegeven dat ook als van een hoger geweldsniveau moet worden uitgegaan, er sprake moet zijn van individuele omstandigheden. Daarvan is niet gebleken volgens verweerder.

4. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep gegrond is. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen over verweerders standpunt over willekeurig geweld in Syrië dan de meervoudige kamer. Verweerder heeft dus zijn standpunt over de veiligheidssituatie onvoldoende gemotiveerd waarmee dus onvoldoende duidelijk is of eiseres een risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Syrië. De rechtbank kan zonder een goed gemotiveerd standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië ook niet beoordelen wat voor individuele omstandigheden nodig zijn om tot een reëel risico op ernstige schade te komen. De rechtbank ziet daarin dus geen aanleiding om nu een oordeel te geven over het al dan niet aanwezig zijn van individuele omstandigheden. Aan een beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank dan ook niet meer toe.

5. De aanvraag is ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

6. Nu met deze uitspraak op het beroep van eiseres is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.

7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025 door mr. B.V.A. Corstens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M. Doorman, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Doorman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?