ECLI:NL:RBDHA:2025:24987

ECLI:NL:RBDHA:2025:24987, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.37411

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer NL25.37411
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

asielaanvraag, Azerbeidzjan, oproep voor reservistendienst en problemen die hieruit voortvloeien ongeloofwaardig, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37411

(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),

en

(gemachtigde: mr. A. Izat).

Procesverloop

Bij besluit van 6 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw in samenhang bezien met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, F. Ivanov als tolk, en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het besluit

Het asielrelaas

1. Eiser heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1991. Eiser legt aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Eiser is vanwege de oorlog in Azerbeidzjan in 2020 naar Oekraïne gevlucht. Via zijn voormalige huisgenoot kwam hij erachter dat hij was opgeroepen voor de reservistendienst. Eiser heeft hier geen gehoor aan gegeven. In 2022 is eiser vanwege de oorlog in Oekraïne weer teruggekeerd naar Azerbeidzjan. Hij is toen op het vliegveld aangehouden en ondervraagd. Nadat eiser had verteld waar hij zou verblijven mocht hij weer vertrekken. Eiser is later opgeroepen om bij het Openbaar Ministerie (OM) te verschijnen en is daar verhoord. Ook moest hij een document ondertekenen waarin stond dat hij Azerbeidzjan niet mocht verlaten (uitreisverbod). Eiser mocht vervolgens weer vertrekken in afwachting van de volgende oproep van het OM. Voor eiser is toen door corruptie een pauze in het uitreisverbod geregeld en eiser is vertrokken uit Azerbeidzjan. Hij is in mei 2022 in Nederland aangekomen en heeft zich op 30 juli 2022 gemeld voor asiel.

Om zijn asielrelaas te onderbouwen heeft eiser de volgende documenten overgelegd:

Het bestreden besluit

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst

2. Oproep voor de reservistendienst en problemen die hieruit voortkomen

Verweerder heeft het eerste asielmotief geloofwaardig geacht. Het tweede asielmotief wordt door verweerder niet geloofwaardig geacht omdat eiser niet aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder, b, c en d, van de Vw, voldoet. Het eerste geloofwaardig geachte asielmotief leidt volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw, omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. Verweerder ziet ook geen aanleiding om een verblijfsvergunning regulier te verstrekken omdat eiser de familieband met zijn (gestelde) vader niet aannemelijk heeft gemaakt. Wel krijgt eiser in afwachting van onderzoek van het Bureau Medische Advisering uitstel van vertrek om medische redenen zoals bedoeld in artikel 64 van de Vw.

Beoordeling door de rechtbank

Oproep voor de reservistendienst en problemen die hieruit voortkomen

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder het tweede asielmotief ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. In dit kader voert eiser aan dat hij is opgeroepen voor de reservistendienst omdat hij als schutter en verpleger een specifieke specialisatie in het leger had. Eiser verwijst hierbij naar pagina 32 van het Algemeen Ambtsbericht Azerbeidzjan van juni 2024 (AA). Dat eiser geen documenten heeft overgelegd van de reservistenoproep kan hem niet worden tegengeworpen omdat hij geen contact meer heeft met zijn voormalige huisgenoot, en het daarnaast nog maar de vraag is of er na al die jaren überhaupt wel een foto kan worden overgelegd. Onder verwijzing naar pagina 28 van het AA stelt eiser verder dat het aannemelijk is dat hij vanwege het weigeren van de reservistenoproep wordt vervolgd. Ook kan eiser niet worden tegengeworpen dat hij legaal Azerbeidzjan is uitgereisd terwijl er een strafrechtelijk onderzoek tegen hem liep. Eiser heeft namelijk door corruptie een paspoort en een tijdelijke pauze op het inreisverbod kunnen regelen. Dat eiser in het aanmeldgehoor heeft aangegeven dat hij na 2019 niet is teruggekeerd naar Azerbeidzjan, terwijl hij in het nader gehoor heeft aangegeven in 2020 te zijn teruggekeerd naar Azerbeidzjan, kan hem ook niet worden tegengeworpen omdat hij hierover in het nader gehoor heeft uitgelegd dat hij erg bang was. Tot slot stelt eiser dat hij zich niet direct heeft gemeld om asiel aan te vragen omdat hij hierover de verkeerde informatie van de gemeente heeft ontvangen.

De rechtbank merkt ter voorlichting van eiser op (zoals zij ook op de zitting heeft toegelicht) dat zij niet zelf de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas beoordeelt, maar de door verweerder verrichte geloofwaardigheidsbeoordeling toetst. Dit doet zij enigszins terughoudend. Dit betekent dat de rechtbank beoordeelt of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers verklaring dat hij is opgeroepen als reservist en dat hij problemen heeft ondervonden omdat hij hier geen gehoor aan heeft gegeven, ongeloofwaardig is. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de beoordeling zich niet toespitst op wat eiser heeft meegemaakt in het leger van Azerbeidzjan en de (psychische) gevolgen die dat voor eiser heeft, maar dat het gaat om de vraag of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser niet onder het Vluchtelingenverdrag valt, en dat eiser bij terugkeer naar Azerbeidzjan geen risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank werpt verweerder eiser niet ten onrechte tegen dat niet is voldaan aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Uit deze bepaling volgt dat een vreemdeling alle documenten waarover hij beschikt moet overleggen en een bevredigende verklaring moet geven voor het ontbreken van andere relevante documenten. Verweerder stelt niet ten onrechte dat van eiser verwacht mag worden dat hij probeert de reservistenoproep te overleggen. Hierbij is van belang dat verweerder geen stukken verlangt waarvan op voorhand duidelijk is dat die er niet zijn, of niet kunnen worden verkregen. Zo heeft eiser zelf verklaard dat zijn oud-huisgenoot een schriftelijke oproep voor eiser heeft ontvangen en dat hier via whatsapp contact over is geweest (pagina 19 nader gehoor). Verweerder wijst er niet ten onrechte op dat niet is gebleken dat eiser pogingen heeft ondernomen om aan de oproep te komen, bijvoorbeeld door zijn oud-huisgenoot te vragen om een foto van de oproep te maken, of de oproep op te sturen. Eisers stelling dat hij geen contact meer heeft met zijn oud-huisgenoot en dat het al jaren geleden is dat hij de oproep heeft gekregen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat van eiser niet kan worden verwacht dat hij inspanningen levert om aan het document te komen. Zo wijst verweerder er terecht op dat eiser niet heeft verklaard dat hij vanwege een specifieke reden geen contact meer heeft kunnen zoeken met zijn voormalige huisgenoot. Eiser heeft ook geen andere documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij is opgeroepen of documenten waaruit blijkt dat hij is aangehouden op het vliegveld, of verhoord is door het OM. Eiser heeft hier wel ruim voldoende de tijd en gelegenheid toe gekregen. Verweerder heeft hem immers al tijdens het aanmeldgehoor van 27 mei 2023 gewezen op het belang van stukken. Ook in het nader gehoor van 15 mei 2025 is dit nog eens benadrukt. In het voornemen van 4 juli 2025 staat ook expliciet dat verweerder van eiser verwacht dat hij probeert de oproep te overleggen. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd ter staving van zijn asielrelaas, dat hij hier geen goede verklaring voor heeft gegeven en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen.

Naar het oordeel van de rechtbank werpt verweerder eiser verder niet ten onrechte tegen dat niet is voldaan aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. Uit deze bepaling volgt dat de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk moeten zijn. In dit kader stelt verweerder niet ten onrechte dat niet aannemelijk is dat eiser een reservistenoproep heeft ontvangen omdat eisers verklaringen niet overeenkomen met het AA. Uit pagina 31 en 32 van het AA blijkt – voor zover relevant – dat in september 2020 een gedeeltelijke mobilisatie heeft plaatsgevonden waarbij een deel van de reservisten is opgeroepen voor specifieke taken. Het ging daarbij voornamelijk om reservisten die drie of vier jaar daarvoor waren afgezwaaid, om reservisten met bepaalde specialisaties en om reserveofficieren. Reservisten met minder recente ervaring zijn niet opgeroepen. Uit eisers verklaringen blijkt dat hij schutter en medisch verzorger was, dat hij sergeant was (pagina 6 nader gehoor), en dat hij in 2011 is afgezwaaid (pagina 8 aanmeldgehoor). Verweerder wijst er terecht op dat eiser al negen jaar uit dienst was en dat schutter/medisch verzorger en sergeant in het AA niet worden genoemd als specialisatie of als groep die is opgeroepen. Verweerder stelt dan ook niet ten onrechte dat eisers functie onvoldoende is om aan te nemen dat eiser is opgeroepen voor de reservistendienst. Daarnaast is tussen partijen ook niet in geschil dat eiser summier heeft verklaard over de reservistenoproep. Dat eiser dit niet kan worden tegengeworpen omdat hij heeft verteld wat hij van zijn oud-huisgenoot heeft gehoord, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte als onvoldoende verklaring gezien nu van eiser verwacht mag worden dat hij hier meer uitgebreid over kan verklaren, temeer nu de reservistenoproep een belangrijk onderdeel is van zijn asielrelaas. Gelet hierop stelt verweerder niet ten onrechte dat niet aannemelijk is dat eiser is opgeroepen voor reservistendienst.

In het verlengde hiervan stelt verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank ook niet ten onrechte op het standpunt dat niet aannemelijk is dat eiser vanwege het weigeren van de reservistenoproep door het OM is verhoord en dat er een strafzaak tegen hem loopt. Daarnaast wijst verweerder er in dit kader terecht op dat uit pagina 32 van het AA blijkt dat er geen informatie beschikbaar is waaruit volgt dat personen zijn beschuldigd, dan wel veroordeeld wegens het niet voldoen aan hun militaire verplichtingen als lid van de militaire reserve. Eisers verwijzing naar pagina 28 van het AA, waaruit volgt dat er in 2023 twintig strafzaken zijn geopend in verband met dienstweigering en dienstweigering in oorlogstijd, heeft verweerder niet ten onrechte als onvoldoende aanleiding gezien om aannemelijk te achten dat er een strafzaak tegen eiser loopt. Verweerder heeft zich op de zitting naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat de passage waar eiser naar verwijst is vermeld onder het kopje ‘3.1.2.9. Dienstweigering’ en gaat over dienstplichtigen, en niet ziet op het weigeren van de oproep als reservist (daarover gaat pagina 32 van het AA). Eiser heeft ook anderszins, bijvoorbeeld door het overleggen van documenten, niet aannemelijk gemaakt dat hij is verhoord of wordt vervolgd. Gelet hierop stelt verweerder niet ten onrechte dat eiser er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat er een strafzaak tegen hem loopt.

Over de uitreis heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte gesteld dat het niet logisch is dat eiser een paspoort kon aanvragen en legaal kon uitreizen, terwijl hij problemen had met het OM en er een uitreisverbod tegen hem was uitgevaardigd. Dat, zoals eiser stelt, hij nog niet daadwerkelijk vervolgd werd en er dus nog geen strafzaak tegen hem liep, heeft verweerder hierbij niet ten onrechte onvoldoende uitleg gevonden. Dit neemt immers niet weg dat er volgens eiser een uitreisverbod tegen hem was uitgevaardigd. Ook eisers verklaring dat met corruptie alles te regelen is, heeft verweerder niet als afdoende verklaring hoeven zien. Verweerder stelt niet ten onrechte dat eiser summier over zijn uitreis heeft verklaard. Zo heeft eiser enkel verklaard dat zijn vader mensen in Azerbeidzjan heeft gevonden die documenten en een tijdelijke pauze van het inreisverbod voor hem hebben geregeld. Eiser kan niet verklaren hoe zij dat hebben geregeld, of wie deze mensen waren (pagina 21 nader gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat deze summiere en ongerijmde verklaringen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid, temeer nu uit EUVIS resultaten blijkt dat eiser een biometrisch visum heeft en dat hij daartoe op de Letse ambassade in Baku vingerafdrukken heeft afgegeven en daar ook een foto van eiser is gemaakt. De rechtbank acht het nog wel van belang om op te merken dat zij het opmerkelijk vindt dat verweerder zich in wezen op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn eigen strafzaak ook met corruptie had kunnen afhandelen. De rechtbank volgt verweerder dan ook niet in deze tegenwerping. Dit betekent echter niet, gelet op wat hiervoor en hierna is overwogen over andere tegenwerpingen, in samenhang bezien, dat verweerder eisers verklaringen over de reservistenoproep en de problemen die hieruit zouden voortvloeien ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.

Tot slot heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte tegengeworpen dat niet is voldaan aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, van de Vw. Uit deze bepaling volgt dat een vreemdeling zijn aanvraag zo spoedig mogelijk moet indienen, en dat als hij dat niet doet, hij hier een goede reden voor moet aanvoeren. Eiser heeft verklaard dat hij eind mei 2022 Nederland is ingereisd, maar heeft zich pas op 30 juli 2022 gemeld voor asiel. Niet wordt ingezien waarom eiser, die stelt dat hij bescherming nodig heeft, niet bij aankomst al om bescherming zou vragen. De verklaring van eiser dat de gemeente hem heeft verteld dat hij moest wachten en dat hem daarom niet kan worden aangerekend dat hij niet meteen asiel heeft aangevraagd, heeft verweerder niet ten onrechte als onvoldoende verklaring gezien. Verweerder heeft er in dit kader op kunnen wijzen dat dit eiser niet ontslaat van zijn eigen verantwoordelijk om asiel aan te vragen bij aankomst in Nederland als hij daadwerkelijk problemen ondervindt in zijn land van herkomst.

Tussenconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling

4. Uit het voorgaande volgt dat verweerder niet ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, c en d, van de Vw. Nu niet is voldaan aan deze drie voorwaarden heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de oproep voor de reservistendienst en de problemen die hieruit voor hem zouden voortvloeien ongeloofwaardig zijn. Dit betekent dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser niet in aanmerking komt voor een asielvergunning.

Artikel 8 van het EVRM

5. Eiser voert tot slot aan dat verweerder ten onrechte geen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM heeft toegekend. Eiser kan niet worden tegengeworpen dat de foto’s die hij heeft verstrekt van het verblijfsdocument van zijn vader om zijn familierechtelijke relatie met zijn vader aan te tonen, niet duidelijk zijn. Verweerder is namelijk bekend met de gegevens van eisers vader.

De rechtbank stelt vast dat bij een beoordeling of iemand een reguliere vergunning krijgt op grond van artikel 8 van het EVRM allereerst dient te worden aangetoond wat de identiteit en de familierechtelijke relatie van de gestelde familieleden is. Pas dan kan worden vastgesteld of er sprake is van familie- of gezinsleven. De identiteit en familierechtelijke relatie worden in beginsel aangetoond door het overleggen van (onder andere) een geldig document dat de identiteit van de vreemdeling aantoont, of door middel van andere bewijsmiddelen waaruit de identiteit en/of familierechtelijke relatie blijkt. Als de vreemdeling er niet in slaagt documenten te overleggen, dat moet hiervoor een reden kenbaar gemaakt worden.

De rechtbank stelt vast dat eiser per brief van 22 mei 2025 in de gelegenheid is gesteld om documenten te overleggen die de identiteit van de (gestelde) vader kunnen aantonen en om documenten te overleggen die de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn vader kan aantonen of aannemelijk kan maken. Eiser heeft vervolgens foto’s van het verblijfsdocument van zijn vader overgelegd. Ook heeft eiser in de zienswijze aangegeven dat hij op 28 juli 2025 een afspraak had om een DNA-test af te nemen maar dat deze vanwege de gezondheid van de vader moest worden verplaatst. Op de zitting heeft eiser aangegeven dat vader niet meewerkt met het DNA onderzoek. Verweerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt dat eiser hiermee onvoldoende inspanningen heeft verricht om de familierechtelijke relatie met zijn gestelde vader te onderbouwen en dat eiser geen afdoende uitleg heeft gegeven waarom hij hier niet in is geslaagd. Eiser heeft immers meer dan vijf maanden de tijd gehad om documenten te overleggen. Dat verweerder de geboortedatum, die op de overgelegde foto’s van het verblijfsdocument niet goed leesbaar is, ook uit zijn eigen systeem zou kunnen halen, leidt niet tot een ander oordeel, omdat op basis van enkel de identiteitsgegevens de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn gestelde vader niet aannemelijk is gemaakt. Verweerder stelt dan ook niet ten onrechte dat niet kan worden toegekomen aan de vraag of er sprake is van familie- of gezinsleven en daarom ook niet kan worden toegekomen aan een belangenafweging. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft ook niet ten onrechte geen aanleiding gezien om een verblijfsvergunning regulier te verlenen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. Bouter - Rijksen

Griffier

  • mr. A. Duijf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?