ECLI:NL:RBDHA:2025:25006

ECLI:NL:RBDHA:2025:25006, Rechtbank Den Haag, 05-09-2025, C/09/688431 FA RK 25-5308

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-09-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/09/688431 FA RK 25-5308
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Informele rechtsingang

Uitspraak

Informele rechtsingang

Beschikking naar aanleiding van de op 15 juli 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige],

hierna te noemen: [minderjarige],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. W.N. Sardjoe in ’s-Gravenhage.

en

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft op 15 juli 2025 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft gestuurd.

Op 29 juli 2025 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.

Bij brief van 30 juli 2025 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken.

De zitting heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2025. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat en de moeder.

Feiten

Aanvraag

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om de zorgregeling te wijzigen in die zin dat zij niet meer haar haar vader hoeft.

De moeder staat achter het verzoek van [minderjarige]. De vader is het er niet mee eens en vindt dat de zorgregeling ongewijzigd moet blijven.

Beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377g BW kan de kinderrechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige ambtshalve een beslissing nemen over onder andere de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling).

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter heeft met [minderjarige] gesproken en stelt vast dat zij – ook al is zij nog geen twaalf jaar – duidelijk en consequent kan aangeven wat zij wil en wat zij goed vindt voor zichzelf. Dat betekent dat de kinderrechter ook zonder dat de ouders of een vertegenwoordiger van [minderjarige] dat vragen, mag beoordelen of de zorgregeling moet worden aangepast.

In haar brief heeft [minderjarige] aangegeven dat zij liever niet meer naar haar vader wil. De reden hiervoor is dat zij zich niet thuis voelt en niet zichzelf kan zijn. Zo ervaart [minderjarige] dat de vader soms boos kan worden omdat zij de verjaardag van hem en Vaderdag was vergeten. De vader zou verder zeggen dat [minderjarige] verplicht is om tot haar 18e te blijven komen terwijl zij dat eigenlijk niet meer wil.

De kinderrechter heeft op de zitting met de ouders gesproken over de wens van [minderjarige] en de achtergrond daarvan.

Door de moeder is aangegeven dat zij zich zorgen maakt om [minderjarige]. Na jaren proberen het contact met de vader te stimuleren, vindt de moeder het belangrijk dat zij nu achter [minderjarige] gaat staan, en dat haar stem hierin gehoord wordt. Omdat de moeder niet weet hoe het in de toekomst verder moet met het contact heeft zij contact opgenomen met de huisarts en het Centrum voor Jeugd- en Gezin (CJG). Voor nu vindt de moeder dat [minderjarige] rust moet krijgen.

De vader betreurt de huidige gang van zaken. De brief en de wens van [minderjarige] kwamen voor hem onverwacht en hard aan. De vader mist [minderjarige] heel erg en hoopt dat zij elkaar snel weer kunnen zien. Het is daarbij volgens de vader belangrijk dat er hulpverlening wordt ingezet voor zowel de ouders als [minderjarige] om te werken aan de onderlinge verstandhoudingen en de communicatie.

De kinderrechter overweegt als volgt. [minderjarige] gaat op dit moment niet meer naar de vader toe. Hoewel de kinderrechter ziet dat [minderjarige] worstelt in het contact met de vader, is zij van oordeel dat helemaal geen contact niet de oplossing is. Op de zitting heeft de kinderrechter daarom uitgebreid met de ouders gekeken naar een oplossing. Voor [minderjarige], de vader en de moeder vindt de kinderrechter het belangrijk dat de hulpverlening bij het CJG gaat starten en dat daar wordt gekeken hoe het contact en de verstandhouding tussen [minderjarige] en de vader, maar ook het contact tussen de ouders onderling, verbetert kan worden en wat hiervoor nodig is. Gelet op de wachtlijsten hebben de ouders afspraken gemaakt over hoe de komende tijd het contact tussen de vader en [minderjarige] eruit moet komen te zien. Zij hebben daarbij afgesproken dat [minderjarige] één dag in ieder eerste weekend van de maand contact heeft met de vader. De ouders zullen in onderling overleg afstemmen welke dag het beste uitkomt, waarbij de kinderrechter heeft benadrukt dat de agenda van [minderjarige] leidend moet zijn. Het eerste contactmoment zal plaatsvinden op zaterdag 6 september waarbij de vader [minderjarige] ophaalt van trampoline springen, zij samen wat leuks gaan doen en de vader haar om 17:00 uur weer terugbrengt bij de moeder. De kinderrechter zal deze afspraak tussen de ouders vastleggen, nu dit een wijziging is van de zorgregeling zoals deze is vastgelegd in de beschikking van 19 februari 2020.

Brief voor [minderjarige]

De kinderrechter heeft in een brief aan [minderjarige] uitgelegd wat de beslissing is op het door haar gedane verzoek. Op de dag dat de beschikking verzonden wordt, zal ook deze brief verzonden worden. De inhoud ervan luidt als volgt.

Beste [minderjarige],

Op 15 juli dit jaar heb jij een brief naar de rechtbank gestuurd en op 29 juli hebben wij elkaar gesproken. Jij hebt mij verteld dat je liever niet meer naar je vader gaat, omdat je je daar niet fijn voelt.

Op 20 augustus heb ik met jouw vader en jouw moeder gesproken. Jouw moeder heeft gezegd dat jij inderdaad niet naar jouw vader wil en dat zij het belangrijk vindt om naar jou te luisteren. Jouw vader heeft gezegd dat hij je heel erg mist en het heel fijn vindt om tijd met jou door te brengen.

Ik vind het geen goed idee dat jij jouw vader niet meer ziet. Jouw vader is, net als jouw moeder, een heel belangrijk onderdeel van jou. Jij denkt daar nu anders over. Dat heb ik goed gehoord. Daarom denk ik dat het niet vanzelf goedkomt, maar dat er hulp nodig is om ervoor te zorgen dat jij het weer fijn hebt bij jouw vader. Jouw ouders denken ook dat er hulp nodig is.

Die hulp gaat gegeven worden door mensen die werken bij een organisatie die Centrum Jeugd en Gezin heet. Zij kunnen samen met jou en jouw vader kijken hoe het verder moet. Het belangrijkste daarbij is dat jij en je vader, samen met die mensen, gaan uitvinden hoe het voor jou weer leuk kan worden om bij je vader te zijn.

Omdat het bij het Centrum Jeugd en Gezin heel druk is, kan het even duren voordat jullie aan de beurt zijn. Tot die tijd vind ik het belangrijk dat jij wel af en toe je vader ziet. Jouw ouders vinden dat ook. Daarom ga jij één dag in elk eerste weekend van de maand tijd met je vader doorbrengen. Jouw ouders spreken steeds met elkaar af welke dag dat is. De eerste keer is al afgesproken. Op zaterdag 6 september haalt jouw vader jou van trampoline springen op en daarna zijn jullie samen. Je slaapt dan ’s avonds weer bij je moeder.

Jouw vader wil heel graag dat jullie het samen fijn hebben. Ik denk dat het goed zou zijn als jij hem daarbij helpt door te zeggen wat je met hem wil doen als jullie samen zijn. Bijvoorbeeld een film kijken, of samen koken, of shoppen, of naar Wondr. Dat kun je gewoon met je vader bespreken.

Ik hoop van harte dat jij het over een tijdje weer leuk vindt om naar je vader te gaan. Dat het contact met je vader niet iets dat móet, maar iets waar je naar uitkijkt.

Ik vond het fijn je gesproken te hebben, [minderjarige]!

Vriendelijke groet,

Clea Witteman

kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 19 februari 2020 van deze rechtbank – :

*bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] bij de vader is:

en dat aan de hand van de hulpverlening bij het Centrum van Jeugd- en Gezin gewerkt gaat worden aan de onderlinge verstandhoudingen, de uitbreiding van het contact en afspraken over vakanties;

*verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.I. Knops

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?