Beschikking op de op 16 juli 2025 ingekomen verzoeken van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel in Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. van Essen in Woerden.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 20 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/688741 en FA RK 25-5469: De vader verzoekt, voor de duur van het geding, te bepalen dat [de minderjarige] om het weekend bij de man verblijft van vrijdag 19:00 uur tot en met zondag 19:00 uur.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover mogelijk zal worden besproken.
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/688732 en FA RK 25-5465: De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover mogelijk zal worden besproken. Zij verzoekt daarnaast zelfstandig te bepalen dat de vader aan de moeder een bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] betaalt van € 275,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en waarbij de wettelijke indexering van toepassing is.
De vader heeft op de zitting zijn verzoek tot gezamenlijk gezag ingetrokken, nu gebleken is dat hij al belast was met het gezag over [de minderjarige] .
Beoordeling
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/688741 en FA RK 25-5469:
Op grond van artikel 223 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp als in de voorlopige voorzieningenprocedure, zal de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen bij gebrek aan belang.
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/688732 en FA RK 25-5465:
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan deze regeling een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken omvatten (zorgregeling). De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De vader verzoekt een zorgregeling waarbij [de minderjarige] om het weekend van vrijdag 19:00 uur tot zondag 19:00 uur bij hem is. Omdat de omgangsbegeleiding aan begin van het jaar niet van de grond is gekomen, hebben de ouders in maart 2025 zelf afspraken gemaakt over het contact tussen de vader en [de minderjarige] . Deze contactmomenten verliepen volgens de vader goed. Afgelopen mei is er tussen de ouders een discussie ontstaan omdat [de minderjarige] bij de vader was geweest en na het terugbrengen bij de moeder oververhit bleek te zijn. De moeder maakt zich zorgen of de vader wel voor [de minderjarige] kan zorgen. De moeder heeft toen eenzijdig het contact stopgezet en sindsdien heeft de vader [de minderjarige] niet meer gezien. De vader betreurt de gang van zaken, temeer nu de moeder aangeeft dat hij [de minderjarige] alleen mag zien onder begeleiding.
De moeder maakt zich veel zorgen over het onvoorspelbare en onveilige gedrag dat de vader de afgelopen periode heeft laten zien. Door de wisselende emoties van de vader en naar aanleiding van het incident in mei 2025 heeft de moeder de zorgregeling stopgezet. Hoewel zij het belangrijk vindt dat [de minderjarige] en de vader contact hebben met elkaar, moet dit wel op een verantwoordelijke en veilige manier plaatsvinden. De moeder hoopt dan ook dat de vader met zichzelf aan de slag wil gaan en de hulpverlening gaat accepteren.
Op de zitting is de situatie uitvoerig met de ouders besproken. Uit het evaluatieverslag van Sterk! Coach-Point van 20 juli 2025 volgt dat de vader zich in fases betrokken en leerbaar opstelt maar ook in periodes vervalt in afwijzing en terugtrekking waarbij hij op impulsieve wijze het ouderschap ontkent. Volgens Sterk! Coach-Point heeft de vader hulpverlening nodig die gericht is op het versterken van zijn psychische draagkracht en het leren omgaan met emoties in het ouderschap. Gelet op de bevindingen van het evaluatieverslag, is de rechtbank samen met de Raad van oordeel dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] onder begeleiding hervat moet worden. De moeder heeft op de zitting toegelicht dat Sterk! Coach-Point direct kan starten met de begeleiding en dat de ouders een zorgbeschikking hebben tot december 2025. Met de ouders is daarom op de zitting afgesproken dat drie maanden onder begeleiding wekelijks contact is tussen de vader en [de minderjarige] en dat bij goed verloop dit contact wordt uitgebreid en wordt toegewerkt naar een weekendregeling zoals verzocht door de vader. De moeder heeft op de zitting aangegeven ook te willen toewerken naar een weekendregeling zoals is verzocht. Het contact vindt in eerste instantie plaats onder begeleiding van Sterk! Coach-Point 1 keer à 2 keer per week 1,5 uur. De vader zal dit moeten regelen met zijn werkgever. Dit contact moet langzaam worden uitgebreid op geleide van de hulpverlening.
De rechtbank geeft daarbij aan de ouders mee dat het belangrijk is dat zij aan de slag gaan met de adviezen van de hulpverlening ook als dat betekent dat ze hulp voor zichzelf nodig hebben. Alleen op die manier is er voldoende basis voor vertrouwen tussen de ouders onderling waardoor voor [de minderjarige] een fijne, veilige en onbelaste manier contact kan is met zijn beide ouders.
Vakanties en feestdagen
De vader heeft verzocht om de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen bij helfte te verdelen. De moeder heeft aangevoerd dat gezien de huidige situatie het te vroeg is om een verdeling van de vakanties en feestdagen vast te leggen.
De rechtbank zal hier nog geen beslissing op nemen. Voor [de minderjarige] zijn er op dit moment nog geen schoolvakanties te verdelen en op dit moment is er nog begeleide omgang. Onder begeleiding van Sterk! Coach point kunnen de ouders in gesprek over de verdeling van de komende feestdagen.
Kinderalimentatie
De rechtbank overweegt dat de vader vanwege de omgangsbegeleiding met zijn werkgever gaat bespreken dat hij tijdelijk in contracturen teruggaat van 40 uur naar 32 uur. Door de omgangsbegeleiding kan voorlopig nog geen zorgkorting worden gehanteerd. Als uiteindelijk wel uitvoering wordt gegeven aan een weekend en vakantieregeling dan moet er wel gerekend worden met een zorgkortingspercentage. Daarnaast kan de behoefte van [de minderjarige] niet vastgesteld worden omdat de inkomensgegevens ontbreken van de vader van de andere twee kinderen van de moeder. Op de zitting heeft de moeder toegelicht dat zij € 75,- per maand ontvangt van de vader maar dat dit geen vastgestelde kinderalimentatie is.
Gelet op het bovenstaande heeft de rechtbank de ouders in de gelegenheid gesteld een afspraak te maken over de voorlopige kinderalimentatie. Zij hebben afgesproken dat de vader met ingang van heden een voorlopige kinderalimentatie aan de moeder van
€ 75,- per maand betaald. Een definitieve beslissing over de kinderalimentatie zal pro forma worden aangehouden. De ouders worden daarmee in de gelegenheid gesteld de ontbrekende stukken in te dienen en aan de hand daarvan te bezien of het lukt om een definitieve kinderalimentatie af te spreken.
BeslissingDe rechtbank:
*
wijst af het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv;
*
bepaalt dat in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 in Zoetermeer, dat voorlopig via omgangsbegeleiding van Sterk! Point-Coach met een opbouwregeling zal worden toegewerkt naar een zorgregeling waarbij [de minderjarige] om het weekend van vrijdagavond 19:00 uur tot zondagavond 19:00 uur bij de vader is;
*
houdt aan dat beslissing ten aanzien van het verzoek tot verdeling van de vakanties en feestdagen;
*
bepaalt dat de vader aan de moeder met ingang van heden, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 75,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
houdt iedere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie en de verdeling van de vakanties / feestdagen aan tot 1 februari 2026 pro forma.
*
bepaalt dat de ouders voor de pro forma datum de rechtbank berichten over de voortgang en als zij geen overeenstemming over een bijdrage in de kosten van [de minderjarige] hebben, dan dienen zij beiden recente financiële stukken in het geding te brengen voorzien van een draagkrachtberekening en een toelichting daarop.