Vervangende toestemming psychologische behandeling
Beschikking op het op 1 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Ertekin in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening over het verzoek gegeven in een gesprek met de kinderrechter.
Op 26 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en tolk T. Buyukasik, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
“Medische aangelegenheden:
Beslissingen omtrent medische aangelegenheden zullen ouders in onderling overleg nemen.”
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt aan haar toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, voor psychologische diagnostiek en (verdere) psychologische behandeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank is er niet in geslaagd partijen te verenigen. De rechtbank neemt hierom een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De moeder geeft aan dat de vader tijdens het huwelijk altijd agressief is geweest en dat zij stelselmatig door hem werd mishandeld. Zij heeft op 30 april 2023 aangifte gedaan van huiselijk geweld en de vader is daarvoor veroordeeld. Recentelijk heeft zich een incident voorgedaan. [minderjarige 1] is hier enorm van geschrokken. De wijkagent en de Raad zijn hierna betrokken geraakt via de betrokken hulpverlener van Kracht. De omgang met de vader is daarna opgeschort via een kort geding. De Raad heeft onderzoek gedaan, naar aanleiding waarvan de kinderen in juli 2025 onder toezicht zijn gesteld. De moeder geeft aan dat [minderjarige 2] ook bang is voor de vader en weigert met hem mee te gaan. De moeder geeft aan dat de kinderen hulpverlening moeten krijgen, maar dat de vader zijn medewerking weigert te verlenen.
De rechtbank overweegt als volgt. Gebleken is dat de Raad op de zitting over de ondertoezichtstelling hulpverlening voor de kinderen heeft geadviseerd. Deze hulpverlening komt tot op heden niet van de grond. Nu de man geen verweer voert zal de rechtbank, mede gelet op het advies van de Raad, in het belang van de kinderen het verzoek van de moeder toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder, welke de toestemming van de vader vervangt, voor psychologische diagnostiek en (verdere) psychologische behandeling voor de kinderen:
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.