Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 8 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Bagci-Çiçek in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De man voert geen verweer voert tegen de verzoeken van de vrouw. Op verzoek van heeft de op 16 oktober 2025 geplande zitting geen doorgang gevonden.
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw – na wijziging – strekt ertoe dat een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 200,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van 1 augustus 2025, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Voorlopige kinderalimentatie
Volgens de vrouw hebben partijen een regeling getroffen over de door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie. Zij verzoekt daarom nu een bijdrage van € 200,- per maand per kind voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
Nu de man geen verweer heeft gevoerd zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man met ingang van 1 augustus 2025, aan de vrouw voor de minderjarigen:
voorlopig een kinderalimentatie van € 200,- per maand per kind zal betalen, vanaf heden bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.