ECLI:NL:RBDHA:2025:25013

ECLI:NL:RBDHA:2025:25013, Rechtbank Den Haag, 13-11-2025, C/09/691094 / FA RK 25-6699

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/09/691094 / FA RK 25-6699
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wijziging zorgregeling. Huidige vierweekse regeling te onrustig voor kind. Vaststelling tweeweekse zorgregeling.

Uitspraak

Wijziging zorgregeling

Beschikking op het op 4 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. B.S. van Haeften in Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.E. de Jong in Zoeterwoude.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 16 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- van dinsdag 08.00 uur tot woensdag 08.00 uur. Indien dit voor de werkgever van de moeder mogelijk is, zoals omschreven in het lichaam van de beschikking, wordt dit woensdag 08.00 uur tot donderdag 08.00 uur;

- één weekend per twee weken, van vrijdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur;

- in de weken dat hij in het weekend niet bij de vader verblijft, dus om de week, van donderdag 16.00 uur tot vrijdag 08.00 uur. Eén keer per 4 à 5 weken is de vader vrij op donderdag. Wanneer dit het geval is verblijft [de minderjarige] van donderdag 08.00 uur tot vrijdag 08.00 uur bij de vader.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de huidige zorgregeling tussen hem en [de minderjarige] als volgt te wijzigen:

week 1:

week 2:

althans dat de huidige zorgregeling wordt gewijzigd zoals de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 1:253a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW), in samenhang met artikel 1:377e BW, kan de rechtbank op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing over de zorgregeling onder andere wijzigen op de grond dat na die beslissing de omstandigheden zijn gewijzigd.

De rechtbank is gebleken dat na de vaststelling van zorgregeling bij de beschikking van

19 januari 2024 de omstandigheden zijn gewijzigd. Sinds maart 2024 geven de ouders in onderling overleg uitvoering aan een uitgebreidere zorgregeling dan bij die beschikking is vastgesteld. Ook was [de minderjarige] één jaar oud toen die regeling werd vastgesteld en hij is inmiddels bijna twee jaar ouder. Daarnaast staat vast dat de vader per oktober 2025 een nieuwe baan heeft met andere werktijden. De rechtbank zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Op dit moment geven de ouders uitvoering aan een vierwekelijkse zorgregeling. De vader is van mening dat deze regeling te veel wisselingen heeft en te onrustig is voor [de minderjarige] . Ook wil de vader graag meer tijd met [de minderjarige] doorbrengen. Hij wil de zorg over [de minderjarige] gelijk verdelen. De moeder is van mening dat de huidige regeling prima verloopt, maar zij staat open voor een tweewekelijkse regeling met minder wisselingen. Voor de moeder is het belangrijk dat [de minderjarige] voornamelijk door de ouders wordt verzorgd en niet door derden.

De rechtbank is van oordeel dat de huidige vierwekelijkse zorgregeling te onrustig is voor [de minderjarige] , omdat daar veel wisselingen in zitten. De rechtbank zal daarom een tweewekelijkse regeling vaststellen, die toekomstbestendig is en rekening houdt met de situatie dat [de minderjarige] over ongeveer een jaar naar school zal gaan. Voor het werk van de vader is het belangrijk gebleken dat er vaste dagen in de week zijn dat [de minderjarige] bij hem is. Daarmee zal de rechtbank rekening houden, net als met het gegeven dat de vader 34 uur per week en de moeder 20 uur per week werkt. De rechtbank gaat in de vast te stellen zorgregeling uit van gelijkwaardig ouderschap en zal een co-ouderschapsregeling vaststellen, zoals op dit moment ook geldt. Daarbij merkt de rechtbank op dat gelijkwaardig ouderschap niet per se een 50/50 verdeling van de tijd betekent; kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. Verder acht de rechtbank het belangrijk dat als [de minderjarige] straks naar school gaat, hij de woensdagmiddag afwisselend bij beide ouders is. Daarom zal de rechtbank afwijken van het verzoek van de vader, omdat in dat voorstel [de minderjarige] altijd op de woensdag bij de vader is.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 19 januari 2024 van deze rechtbank – :

*

bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , dat hij volgens de onderstaande tweewekelijkse regeling bij de vader en de moeder is:

en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.M.A. van Oosten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?