ECLI:NL:RBDHA:2025:25014

ECLI:NL:RBDHA:2025:25014, Rechtbank Den Haag, 06-11-2025, C/09/690637 / FA RK 25-6443

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-11-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/09/690637 / FA RK 25-6443
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming aan gecertificeerde instelling voor aanvraag paspoort kinderen. Beoordeling relatieve bevoegdheid.

Uitspraak

Paspoortwet (artikel 36)

Beschikking op het op 25 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

de gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

en

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Als informant wordt aangemerkt:

[de oma] ,

de oma vaderszijde en pleegmoeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen, van de gecertificeerde instelling.

De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Op 23 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Op deze zitting is zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot gedeeltelijke overheveling van het gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] (zaak- en rekestnummer C/09/691081 / JE RK 25-1546) gecombineerd behandeld. Op het verzoek tot gedeeltelijke overheveling van het gezag wordt bij aparte beschikking van 6 november 2025 beslist.

Op de zitting zijn verschenen:

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

De moeder en de vader hebben gezamenlijk het gezag over:

Bij beschikking van 11 juni 2024 van deze rechtbank zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling tot 11 juni 2025. Bij beschikking van 1 mei 2025 is de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 1 mei 2026 en is voor dezelfde duur machtiging verleend om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven nu bij de oma vaderszijde en haar partner in [plaats] .

Verzoek en verweer

De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, zoals bedoeld in artikel 36 lid 2 Paspoortwet, voor het verkrijgen van een reisdocument voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

De vader is het eens met het verzoek. De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Relatieve bevoegdheid

Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende minderjarigen de rechter bevoegd van de woonplaats van de minderjarige. Volgens artikel 1:12 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt de minderjarige de woonplaats van degene die het gezag over hem uitoefent. Indien sprake is van gezamenlijk gezag, dan volgt de minderjarige de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft verbleven.

De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de vader en de moeder gezamenlijk belast zijn met het ouderlijk gezag. Uit de stukken en de Basisregistratie Personen van de kinderen blijkt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , voorafgaand de uithuisplaatsing bij de oma vaderszijde in [plaats] , als laatste hebben verbleven bij de moeder. De kinderen volgen daarom de woonplaats van de moeder. De moeder woont in het arrondissement van de rechtbank Den Haag. De rechtbank Den Haag is daarom bevoegd om inhoudelijk op het verzoek te beslissen.

Inhoudelijke beoordeling

De gecertificeerde instelling voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat de moeder na herhaaldelijke verzoeken blijft weigeren haar toestemming te verlenen voor het aanvragen van paspoorten voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . De gecertificeerde instelling stelt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ID-kaarten hebben. De oma vaderszijde wil graag in het najaar 2025 met de kinderen buiten Europa op vakantie gaan, naar Egypte. De oma vaderszijde en haar partner gaan graag op vakantie naar Egypte en willen dit delen met de kinderen. De gecertificeerde instelling is van mening dat deze vakantie nodig is gezien wat deze meiden in de afgelopen paar maanden hebben meegemaakt. Zowel de oma vaderszijde als de kinderen hebben behoefte aan positieve ervaringen in de zin van een onbezorgde vakantie. De moeder heeft meermaals aangegeven dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een ID-kaart hebben en er dus geen noodzaak is voor de aanvraag van een paspoort. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben in een gesprek met de jeugdbeschermer aangegeven dat zij graag met hun oma op vakantie zouden gaan. De vader is het eens met het verzoek en wil ook dat de kinderen met oma naar het buitenland kunnen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van artikel 36 lid 1 Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34 lid 1 Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. Blijkens het tweede lid van eerstgenoemd artikel kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een stichting dan wel een gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Wet op de jeugdzorg, thans analoog art. 1.1 Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De rechtbank constateert dat de kinderen een paspoort nodig hebben om buiten de Europese Unie op vakantie te gaan. De oma vaderszijde en haar partner hebben op de zitting aangegeven dat zij van de school van de kinderen toestemming hebben gekregen voor een vakantie buiten de reguliere schoolvakanties om. De rechtbank is met de gecertificeerde instelling, de vader en de grootouders van oordeel dat het in het belang van de kinderen is om met de grootouders op vakantie te gaan. De rechtbank gunt de kinderen dit ook van harte. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de gecertificeerde instelling toewijzen. Daarbij overweegt de rechtbank ook dat de moeder niet op de zitting is verschenen, geen verweer heeft gevoerd en dus geen inhoudelijke bezwaren tegen het verzoek heeft geuit. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de moeder haar medewerking zal verlenen aan de vakantie naar Egypte en daarvoor haar toestemming zal verlenen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming aan Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland – welke toestemming die van de moeder vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een paspoort van de minderjarigen:

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.M.A. van Oosten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?