Uitstel afstand gemeenschap ex. artikel 1:103 jo. artikel 1:104 BW
Beschikking op het op 8 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.E. de Geus te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. R.N. Baldew te ’s Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 19 september 2025 van deze rechtbank is de termijn voor de inschrijving van de akte van afstand in het huwelijksgoederenregister van de gemeente Den Haag verlengd tot 1 oktober 2025. Het verzoek is voor het overige aanhouden in afwachting van de mondelinge behandeling van 30 september 2025.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken.
Op 30 september 2025 is de zaak voortgezet op de zitting van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen: de man bijgestaan door zijn advocaat en de vrouw bijgestaan door haar advocaat.
Beoordeling
De rechtbank ziet aanleiding om conform het verzoek van de man de termijn voor de inschrijving van de akte van afstand in het huwelijksgoederenregister van de gemeente Den Haag te verlengen tot 1 januari 2026. De rechtbank overweegt hiertoe dat voldoende aannemelijk is dat onderzoek nodig is naar de aard en omvang van de schulden in de huwelijksgemeenschap, om de beoordeling als bedoeld in artikel 1:103 jo. 1:104 van het Burgerlijk Wetboek, te weten de beoordeling of de man gebruik wil maken het recht van de gemeenschap afstand te doen. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen de vrouw hiertegen in heeft gebracht onvoldoende gewicht in de schaal legt.
Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn voor de inschrijving van de akte van afstand in het huwelijksgoederenregister van de gemeente Den Haag tot 1 januari 2026;
en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.