ECLI:NL:RBDHA:2025:25033

ECLI:NL:RBDHA:2025:25033, Rechtbank Den Haag, 14-10-2025, C/09/689317 / FA RK 25-5756

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/09/689317 / FA RK 25-5756
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Voorlopige zorgregeling en voorlopige kinderalimentatie. Geen draagkracht voor voorlopige partneralimentatie

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 30 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.F. van Galen in Alphen aan den Rijn.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.J. Prins in [geboorteplaats 2] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 30 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat, de man bijgestaan door zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Op de zitting heeft de advocaat van de vrouw betoogd dat de stukken van de zijde van de man te laat ingediend en van zodanige omvang zijn, dat daartegen onvoldoende verweer kon worden gevoerd.

Feiten

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt, te bepalen dat:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Voorlopige zorgregeling

De man verzoekt een voorlopige zorgregeling waarbij de kinderen in de even weken op woensdag- en vrijdagmiddag uit school tot 19:30 uur, en in de oneven weken van vrijdagmiddag tot maandag naar school bij de man zijn. In de toekomst wil de man graag toewerken naar een co-ouderschapsregeling omdat hij het belangrijk vindt dat de kinderen op een gelijkwaardige manier contact hebben met beide ouders. Op dit moment houdt de vrouw de kinderen weg bij de man. Het contact moet dan ook zo snel mogelijk hersteld worden. Daarnaast weigert de vrouw mee te werken aan vrijwillige hulpverlening. De Jeugdbeschermingstafel heeft begin augustus 2025 daarom een besluit genomen met het verzoek tot verder onderzoek (VTO) waarbij de Raad is gevraagd onderzoek te doen of sprake is van een bedreigde ontwikkeling en welke hulp nodig is.

De vrouw voert verweer. Zij stelt dat het goed gaat met de kinderen omdat na een lange periode van onrust nu sprake is van duidelijkheid, structuur en stabiliteit bij de moeder. Zij heeft toegelicht niet verder open te staan voor hulpverleningstrajecten in het vrijwillig kader. In de echtscheidingsprocedure heeft de vrouw een regeling verzocht waarbij eens per kwartaal de kinderen onder begeleiding videobellen met de man. De kinderen geven aan dat zij niet naar de man willen en de vrouw vindt het belangrijk om hier gehoor aan te geven.

De rechtbank overweegt allereerst dat de advocaat van de vrouw heeft betoogd dat de procesorde is geschaad door de omvang van de stukken die namens de man zijn ingediend waardoor het verzoek tot het vastleggen van een zorgregeling niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat wat betreft de voorlopige zorgregeling niet gebleken is dat de vrouw zich niet heeft kunnen verweren. Het gaat om een overzichtelijk verzoek waarbij de vrouw op de zitting de ruimte heeft gekregen om hierop verweer te voeren.

De rechtbank heeft zorgen over de huidige situatie waarbij de kinderen al een lange tijd geen contact hebben met de man. Op korte termijn moet het contact hersteld worden. Een videobelregeling zoals de vrouw in de echtscheidingsprocedure heeft verzocht is naar het oordeel van de rechtbank veel te mager temeer nu de rechtbank niet ziet dat de kinderen niet veilig zouden zijn bij de man. Tijdens het kindgesprek is gebleken dat de kinderen niet afwijzend staan tegenover het contact met de man, maar dat zij ook loyaal zijn richting de vrouw. Daarnaast vinden de kinderen het jammer als de man zijn afspraken niet nakomt om bijvoorbeeld naar de bioscoop te gaan. Bij het contactherstel is het daarom belangrijk dat de man zijn afspraken richting de kinderen goed nakomt.

De rechtbank zal een voorlopige zorgregeling bepalen waarbij de kinderen op woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten (19:30 uur) bij de man zijn. In verband met de herfstvakantie zal deze regeling starten op woensdag 29 oktober 2025. Op deze manier hebben partijen bij de overdrachtsmomenten zo min mogelijk contact met elkaar. Hoewel de emoties begrijpelijk hoog kunnen oplopen bij een echtscheiding, is het belangrijk dat de kinderen niet met de emoties van beide partijen worden belast. De rechtbank realiseert zich dat deze regeling niet een zorgregeling is die de man graag wil. Het is echter belangrijk(er) dat het contact met de kinderen wordt hersteld en dat de contactmomenten goed en soepel gaan verlopen. Daarnaast wil de rechtbank niet vooruitlopen op de uitkomsten van het raadsonderzoek.

Bijzondere curator

De rechtbank overweegt dat zij geen aanleiding ziet om een bijzondere curator te benoemen, nu op dit moment al een raadsonderzoek loopt in de vorm van een beschermingsonderzoek. Daarnaast gaat het hier om een voorlopige voorzieningenprocedure en is een dergelijk verzoek meer passend in de echtscheidingsprocedure.

Voorlopige kinderalimentatie

Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen 2025 als uitgangspunt.

Behoefte van de kinderen

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt gekeken naar wat de kosten van de kinderen (de behoefte) zijn. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) ten tijde van de samenleving worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van beide partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget. De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode

2023-II, omdat 2023 het laatste jaar was dat partijen samen hebben geleefd.

NBI van de man

Partijen zijn het erover eens dat bij de man moet worden uitgegaan van een winst uit onderneming van € 95.151,- in 2023, zoals volgt uit de aanslag inkomstenbelasting 2023. De rechtbank zal hier dan ook rekening mee houden.

De man heeft daarnaast gesteld dat hij een gemiddelde premie lijfrente van € 8.333,- per jaar betaald als pensioenvoorziening. Hij is van mening dat door de fluctuering van de winst uit onderneming door de jaren heen, rekening moet worden gehouden met een bedrag van € 10.000,- per jaar aan lijfrente. De vrouw voert verweer en stelt dat dit een keuze is van de man.

De rechtbank overweegt dat nu de man een zzp’er is waarbij de pensioenvoorziening niet is geregeld, het redelijk is om rekening te houden met een lijfrente. Een premie van € 10.000,- is naar het oordeel van de rechtbank te hoog; zij houdt in redelijkheid rekening met een premie lijfrente van € 6.000,- per jaar.

Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

Uitgaande van de bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de man op

€ 4.874,- per maand.

NBI van de vrouw

Aan de zijde van de vrouw zal de rechtbank rekening houden met een winst uit onderneming van € 24.205,- in 2023, nu partijen het daarover eens zijn.

De rechtbank houdt verder rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

Uitgaande van de bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 1.942,- per maand.

Kinderopvangkosten

Volgens de man moet de behoefte van de kinderen worden verhoogd met de werkelijke kinderopvangkosten. De man heeft een proefberekening gemaakt en komt uit op een nettobedrag van € 761,- per maand. Omdat hij niet meer in de app met de facturen van de kinderopvang kan, heeft hij een schatting gemaakt. De vrouw is het hier niet mee eens. Volgens haar waren de toeslagen voldoende dekkend voor de kinderopvangkosten en moet daarom aansluiting worden gezocht bij de forfaitaire bedragen.

De rechtbank overweegt dat de behoefte conform het Rapport Alimentatienormen gecorrigeerd kan worden met de kosten die ten behoeve van de kinderen worden voldaan en die niet of onvoldoende in de forfaitaire kosten van de kinderen zijn verdisconteerd en niet worden gecompenseerd met andere uitgavenposten. Uitzonderlijk hoge kinderopvangkosten kunnen tot correctie leiden.

De rechtbank overweegt dat het standpunt van de man ten aanzien van de kinderopvangkosten rijkelijk laat is aangevoerd, mede gelet op het feit dat de man deze kosten onderbouwt met een eigen berekening. De vrouw was hierdoor niet in staat om bijvoorbeeld de facturen in te dienen waarmee de werkelijke kinderopvangkosten worden aangetoond danwel kunnen worden berekend. De rechtbank overweegt daarnaast dat het hier gaat om een voorlopige voorziening die het karakter heeft van een ordemaatregel. De rechtbank kan op dit moment niet beoordelen of de kinderopvangkosten dermate hoog zijn dat sprake is van bijzondere kosten als bedoeld in het Rapport Alimentatienormen.

De rechtbank zal daarom voorbij gaan aan het standpunt van de man.

NBGI

Gelet op het bovenstaande bedraagt het NBGI van partijen (4.874 + 1.942 =) € 6.816,- per maand. Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 15,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Het NBGI van partijen bedraagt dus (4.874 + 1.942 + 15 =) € 6.831,- per maand. Dit gegeven, gevoegd bij de kinderbijslagpunten voor twee kinderen, levert op basis van de tabel een behoefte op van € 1.460,- per maand in 2023. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte € 1.651,- per maand.

Draagkracht

Vervolgens dient te worden beoordeeld in welke verhouding partijen dienen bij te dragen in de behoefte van de kinderen.

De rechtbank volgt ook daarbij het Rapport Alimentatienormen, waaruit volgt dat het eigen aandeel in de kosten van de kinderen tussen partijen moet worden verdeeld naar rato van hun draagkracht. Het bedrag aan draagkracht in 2025 wordt vastgesteld aan de hand van de formule: 70% (NBI – (0,3 x NBI + € 1.310).

Draagkracht van de man

De draagkracht van de man is tussen partijen in geschil.

De vrouw stelt dat de inkomenssituatie van de man niet precies kan worden vastgesteld en dat daarom aansluiting gezocht moet worden bij zijn verdiencapaciteit. Volgens de vrouw heeft de man een verdiencapaciteit van 40 uur per week waarbij rekening moet worden gehouden met een door hem gehanteerd uurtarief van € 103,- per maand. Rekening houdende met bedrijfskosten berekent de vrouw de winst uit onderneming van de man op € 149.968,-. De man voert verweer. In januari en februari 2025 zat hij zonder opdracht waardoor hij de prognose heeft moeten bijstellen naar een winst uit onderneming van € 90.712,- in 2025. Deze prognose is onderbouwd aan de hand van zijn facturen overgelegd als producties 17a t/m c.

De rechtbank overweegt dat de vaststelling van een voorlopige kinderalimentatie het karakter heeft van een ordemaatregel, waarbij de rechtbank zoveel mogelijk aansluit bij de feitelijke situatie van partijen. Hierin is geen plaats voor de beoordeling van de verdiencapaciteit van de man. Deze kan in de bodemprocedure aan de orde komen. De rechtbank zal daarom aansluiting zoeken bij de huidige inkomenssituatie zoals volgt uit de prognose van 2025 en de bijbehorende facturen. Dit betekent dat de rechtbank rekening houdt met een (te verwachten) winst uit onderneming in 2025 van € 90.712,-.

Verder zijn partijen het bij de berekening van de draagkracht van de man niet eens of gerekend moet worden met het woonbudget of de werkelijke woonlasten. De man stelt dat hij de eigenaarslasten van de echtelijke woning van € 1.497,- per maand volledig voor zijn rekening neemt, terwijl de vrouw met de kinderen in de woning verblijft. Daarnaast betaalt hij ook nog de huur voor zijn eigen appartement van € 945,- per maand, zoals volgt uit productie 22. Het woonbudget is daarom niet toereikend, zodat gerekend moet worden met de werkelijke woonlasten. De vrouw voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat het uitgangspunt is dat het woonbudget wordt gehanteerd en dat de man dit moet aanwenden, ook voor de huur van zijn eigen appartement.

De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om af te wijken van het woonbudget van 30% van het NBI en rekening te houden met de gestelde werkelijke woonlasten van de man, en overweegt daartoe als volgt. Het woonbudget bedraagt € 1.393,- per maand terwijl de eigenaarslasten van de echtelijke woning per maand al meer zijn. Nu de man dit blijft doorbetalen alsmede de huur van zijn eigen woning moet voldoen, acht de rechtbank het redelijk om te rekenen met de werkelijke woonlasten van € 2.442,- per maand.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

Gelet op de ingangsdatum, zoals hierna wordt overwogen, zal de rechtbank rekenen met de tarieven van 2025-II.

Aan de hand van deze uitgangspunten is het huidige NBI van de man € 4.642,- per maand. De draagkracht van de man is € 623,- per maand.

Draagkracht van de vrouw

Partijen zijn het er niet over eens van welke inkomensgegevens moet worden uitgegaan bij de draagkracht van de vrouw.

De vrouw stelt zich op het standpunt dat haar onderneming te kampen heeft gehad met een cyberhack waardoor de onderneming kampt met schulden en debiteuren die niet op tijd betalen. De winst uit onderneming in 2024 bedroeg daardoor slechts € 43,07,-. Gelet hierop is de vrouw van mening dat het redelijk is om uit te gaan van een gemiddelde winst uit onderneming van € 20.095,- in 2025, gebaseerd op de jaren 2022 tot en met 2024.

De man voert verweer en stelt dat bij de berekening van de draagkracht van de vrouw moet worden gerekend met een gemiddelde winst uit onderneming van de jaren 2022 en 2023, zijnde € 36.035,- en € 24.205,-. Het administratiekantoor van de vrouw levert nauwelijks meer inkomsten op waardoor haar inkomen sterk is teruggelopen. Nu de cyberhack is opgelost mag van de vrouw worden verwacht dat zij weer een winst uit onderneming weer genereerd die vergelijkbaar is met de jaren 2022 en 2023. Als de rechtbank hieraan voorbij gaat, stelt de man zich op het standpunt dat aansluiting gezocht moet worden bij het minimumloon.

De rechtbank overweegt dat het op dit moment voor haar onduidelijk is wat de vrouw verdient. De rechtbank zal nu het hier een voorlopige voorziening betreft en nu de cyberhack is opgelost, het standpunt van de man volgen en rekening houden met een gemiddelde winst uit onderneming van de jaren 2022 en 2023. Dit leidt tot een gemiddelde winst uit onderneming van € 30.120,- in 2025.

De rechtbank houdt verder rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

Aan de hand van deze uitgangspunten is het huidige NBI van de vrouw € 3.096,- per maand. De draagkracht van de vrouw is € 600,- per maand.

Zorgkorting

Gelet op de uitgangspunten van het Rapport Alimentatienormen en de hierboven vastgestelde voorlopige zorgregeling wordt een zorgkorting van 15% gehanteerd. De behoefte van de kinderen bedraagt € 1.651,- per maand, zodat de zorgkorting (0,15 x 1.651 =) € 248,- per maand.

Gezamenlijke draagkracht

De draagkracht van partijen bedraagt (623 + 600 =) € 1.223,- per maand. Dit is onvoldoende om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 429,- per maand

Omdat sprake is van een tekort van € 429,- per maand, wordt het tekort aan beide partijen voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de man, dus € 215,- per maand. Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van (248 – 215) = € 34,- per maand.

Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen bedraagt dan (623 – 34 =) € 590,- per maand, te weten € 295,- per kind per maand. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot een bedrag van € 590,- per maand toewijzen en voor het meerdere afwijzen.

Ingangsdatum

De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. De rechtbank overweegt dat terughoudend moet worden omgegaan met het vaststellen van kinderalimentatie met terugwerkende kracht. De rechtbank acht het redelijk om in dit geval de kinderalimentatie vast te stellen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 30 juli 2025. De man heeft vanaf dat moment rekening kunnen houden met de vaststelling van kinderalimentatie.

Conclusie

De rechtbank zal bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van 30 juli 2025 een voorlopige kinderalimentatie van € 295,- per maand moet betalen.

Aanhechten beschikking

De rechtbank heeft berekeningen gemaakt van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van partijen. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit.

Voorlopige partneralimentatie

Omdat partijen onvoldoende draagkracht hebben om volledig in de behoefte van hun kinderen te voorzien, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een voorlopige partneralimentatie bij gebrek aan draagkracht afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:

vanaf 29 oktober 2025 bij zich te hebben: iedere woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 30 juli 2025, een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] van € 295,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.I. Knops

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?