RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
Zaaknummer: 11684174 \ CV EXPL 25-1399
Vonnis van 12 november 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: ‘ [eisende partij] ’,
gemachtigde: mr. S.A. Chedie,
tegen
de stichting STICHTING PORTAAL,
te Utrecht,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: ‘Portaal’,
gemachtigde: mr. H. van der Veen,
rolgemachtigde: Jongerius Gerechtsdeurwaarders/Juristen/Incasso B.V.
De zaak in het kort
[eisende partij] huurt een woning van Portaal. Er is (illegaal) vuurwerk aangetroffen in de woning. Portaal heeft ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning gevorderd. Omdat [eisende partij] aanvankelijk geen verweer had gevoerd, zijn de vorderingen van Portaal toegewezen in een verstekvonnis. [eisende partij] voert in deze procedure alsnog verweer en verzoekt de vorderingen van Portaal af te wijzen. De kantonrechter bekrachtigt het verstekvonnis. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 26 maart 2025 met zaaknummer 11582189 CV EXPL 25-634,
- de verzetdagvaarding van 25 april 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord in oppositie met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de aanvullende producties van Portaal,
- de aanvullende producties van [eisende partij] ,
- de mondelinge behandeling van 14 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eisende partij] huurt sinds 10 april 1980 een woning aan de [adres] te [plaats] van (de rechtsvoorganger van) Portaal.
Op 19 november 2024 heeft de politie vuurwerk aangetroffen in de woning. Het vuurwerk bevond zich onder een bed op de eerste etage van de woning en op de vliering van de tweede etage van de woning. De politie heeft het vuurwerk in beslag genomen.
In (de bijlage van) een brief van 17 februari 2025 van de burgemeester van Leiden aan Portaal is - onder meer de volgende passage uit een bestuurlijke rapportage van 11 februari 2025 opgenomen:
“In de in beslaggenomen partij vuurwerk is het volgende aangetroffen:
- 65 kg in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (RACT).. Daarbij is het verboden om meer dan 25 kg voorhanden te hebben (art. 1.2.4 Vuurwerkbesluit) Het betreft hier het bruto gewicht, inclusief verpakking (lijst I)
- 33,19 kg vuurwerk ingedeeld in categorie F2 en niet aangewezen in RACT of rookbommen T1T2 en handfakkels (lijst IIA)
- 33,8 kg vuurwerk ingedeeld in categorie F3 en niet aangewezen in de RACT (lijst IIB)
- 2 stuks overig professioneel vuurwerk, waaronder categorie F4-vuurwerk (lijst III)”
De huurprijs bedraagt laatstelijk € 606,70 per maand.
3. Het geschil
Portaal heeft in de verstekprocedure gevorderd - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- de huurovereenkomst te ontbinden en [eisende partij] te veroordelen tot ontruiming van de woning;
[eisende partij] te veroordelen tot betaling van € 606,70 (of een zoveel hoger bedrag als bij wettelijke huurverhoging is toegestaan) voor iedere maand, of gedeelte hiervan, dat de woning niet in haar geheel ontruimd en leeg aan Portaal ter beschikking is gesteld, te vermeerderen met de wettelijke rente,
[eisende partij] te veroordelen in de proceskosten (te vermeerderen met de wettelijke rente) en de nakosten.
De vorderingen van Portaal zijn bij verstekvonnis van 26 maart 2025 toegewezen.
[eisende partij] vordert in deze verzetprocedure vernietiging van het verstekvonnis van 26 maart 2025 en haar te ontheffen van de veroordelingen die tegen haar zijn uitgesproken, met veroordeling van Portaal in de proceskosten. [eisende partij] meent dat de vuurwerkvondst de ontbinding in dit geval niet rechtvaardigt en voert in dat verband het volgende aan. [eisende partij] had geen wetenschap van het vuurwerk. Haar inwonende meerderjarige zoon, de heer [naam] , zou het vuurwerk de woning hebben binnengebracht. Hij heeft een deel van het vuurwerk weggestopt onder zijn bed. Een ander deel lag op de vliering, waar [eisende partij] - gelet op haar leeftijd en fysieke gesteldheid - niet meer komt. Omdat de zoon van [eisende partij] verstandelijk beperkt is, kon hij de gevaren van het opslaan van vuurwerk in een woning niet goed overzien, aldus [eisende partij] .
Portaal voert verweer.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.
4. De beoordeling
[eisende partij] is ontvankelijk in haar verzet
Partijen zijn verdeeld over de vraag of [eisende partij] ontvankelijk is in haar verzet. [eisende partij] stelt dat zij tijdig verzet heeft ingesteld, nu het verstekvonnis dateert van 26 maart 2025 en de verzetdagvaarding op 25 april 2024 is betekend. Portaal heeft daartegen ingebracht dat het vonnis van 26 maart 2025 moet worden aangemerkt als een vonnis op tegenspraak, waartegen geen verzet, maar uitsluitend hoger beroep openstaat. Portaal voert in dit verband aan dat mr. Chedie zich middels een e-mail van 6 maart 2025 namens [eisende partij] heeft gesteld in de procedure, waarbij hij de rechtbank gelijktijdig heeft verzocht om een uitstel van vier weken. [eisende partij] is dus in de procedure verschenen, maar zij heeft nagelaten om (tijdig) een conclusie van antwoord in te dienen. De griffie heeft de e-mail van 6 maart 2025 weliswaar niet ontvangen, maar dit dient voor eigen rekening en risico van [eisende partij] te komen, aldus Portaal. Portaal verwijst hierbij onder meer naar de “ontvangsttheorie” zoals vastgelegd in artikel 3:37 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”).
De kantonrechter overweegt ten aanzien van het bovenstaande als volgt. Ten tijde van het wijzen van het verstekvonnis is vanuit de rechtbank niet vastgesteld dat er een stelmail was ontvangen namens [eisende partij] . Een kopie van de (stel)mail van 6 maart 2025 ontving de rechtbank pas op 1 april 2025 via mr. Chedie. Het verstekvonnis was toen al gewezen. Hierdoor is naar het oordeel van de kantonrechter op 25 maart 2025 terecht een verstekvonnis gewezen. Er is dus sprake geweest van een verstekprocedure en geen sprake van een procedure op tegenspraak. Dat [eisende partij] mogelijk wel op de hoogte was van de procedure en mr. Chedie een (niet ontvangen) stelmail aan de rechtbank had gezonden, doet hier niet aan af. Dit betekent dat namens [eisende partij] verzet kon worden ingesteld.
De verzetdagvaarding is binnen vier weken na het verstekvonnis betekend, zodat aan de vereisten van artikel 143 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”) is voldaan. [eisende partij] is dus ontvankelijk in haar verzet. Voor zover de kantonrechter al zou oordelen dat er sprake is geweest van een vonnis op tegenspraak, dan nog zou de kantonrechter oordelen dat [eisende partij] toegang moet hebben tot de onderhavige verzetprocedure. Immers, de termijn voor het instellen van hoger beroep is inmiddels ruimschoots verstreken. Indien [eisende partij] onder deze omstandigheden niet-ontvankelijk zou worden verklaard in haar verzet, dan zou zij haar standpunt in het geheel niet meer aan een rechter kunnen voorleggen, hetgeen een aantasting van de toegang tot de rechter inhoudt en daarmee een schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (“EVRM”) zou opleveren. Voor zover er dus al een procedure op tegenspraak zou zijn geweest, zou de kantonrechter [eisende partij] ook ontvankelijk verklaren.
De kantonrechter zal het verzet van [eisende partij] hierna inhoudelijk behandelen.
[eisende partij] heeft zich niet als een goed huurder gedragen
De kantonrechter stelt vast dat niet in geschil is dat er een grote hoeveelheid (illegaal) vuurwerk in de woning is aangetroffen. [eisende partij] erkent dat door het opslaan van (een degelijke hoeveelheid) vuurwerk in de woning een gevaarlijke situatie in het leven is geroepen. De kantonrechter is van oordeel dat dit in beginsel een tekortkoming oplevert in de nakoming van de verplichtingen van [eisende partij] jegens Portaal. Deze tekortkoming dient te worden aangemerkt als een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”), in samenhang bezien met artikel 7:213 BW (“goed huurderschap”) en artikel 5 van het huurreglement. [eisende partij] erkent dit ook.
De ontbinding en ontruiming blijven in stand
De volgende vraag die voorligt is of de ernst van de tekortkoming de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Bij de beantwoording van die vraag dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. De kantonrechter overweegt in dit verband het volgende.
Nu er een grote hoeveelheid vuurwerk in de woning is aangetroffen, is de tekortkoming in beginsel ernstig genoeg om tot ontbinding over te gaan. Portaal hanteert een “zero-tolerancebeleid” ten aanzien van vuurwerk. Zij heeft als (sociale) woningcorporatie een taak op het gebied van leefbaarheid en veiligheid in de buurten waar haar woningen zijn gelegen. In dit kader dient Portaal ook de belangen van haar overige huurders te beschermen. Het aangetroffen vuurwerk hoort niet thuis in een woonomgeving en brengt een risico op ontploffing met zich mee. Een ontploffing kan leiden tot schade aan de woning, en kan letsel (of zelfs de dood) van huurders en omwonenden tot gevolg hebben. Door het “zero-tolerancebeleid” te handhaven, geeft Portaal een signaal af aan al haar huurders. De kantonrechter kan Portaal volgen in haar stelling dat dit in de onderhavige zaak bijzonder relevant is, omdat de buurtbewoners met elkaar in contact lijken te staan, ook over vuurwerk.
Tegenover het belang van Portaal staat het belang van [eisende partij] bij behoud van haar woning. [eisende partij] huurt de woning al 45 jaar en er is nooit sprake geweest van een huurachterstand. [eisende partij] heeft de zorg voor haar inwonende meerderjarige zoon, die een verstandelijke beperking en PTSS heeft. Zij heeft daarnaast de zorg voor een kleinzoon die elders woont, maar eens per veertien dagen een weekend in de woning verblijft.
De kantonrechter oordeelt dat in dit geval het belang van Portaal zwaarder weegt dan het belang van [eisende partij] . De door Portaal genoemde signaalwerking speelt hierin een belangrijke rol. In aanvulling hierop overweegt de kantonrechter het volgende. Het feit dat de zoon van [eisende partij] het vuurwerk (zonder medeweten van zijn moeder) in de woning had opgeslagen en het feit dat hij de gevaren hiervan door zijn verstandelijke beperking mogelijk niet goed kon overzien, maken niet dat de belangenafweging uitvalt in het voordeel van [eisende partij] . [eisende partij] had er, gelet op de verstandelijke beperking van haar zoon, juist strikt op moeten toezien wie er in haar woning kwam en wat daar werd bewaard. Zij heeft in dit kader onvoldoende toezicht gehouden. De kantonrechter acht de kans op herhaling bovendien niet uitgesloten. De zoon van [eisende partij] heeft aan de politie verklaard dat het vuurwerk “zijn enige pleziertje” was, en ter mondelinge behandeling heeft [eisende partij] verklaard dat zij regelmatig bij haar partner verblijft en daar dan ook overnacht. Dit betekent dat de zoon van [eisende partij] ook periodes alleen in de woning verblijft. Van permanent toezicht is dus geen sprake. Gelet hierop, kan naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende waarde worden gehecht aan de verklaring van [eisende partij] dat het in de toekomst niet meer zal gebeuren. De kantonrechter merkt tot slot nog op dat [eisende partij] ter mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij in november 2024 enige tijd bij haar partner (met wie zij al 17 jaar samen is) heeft gewoond om hem te steunen in een moeilijke periode. Gelet hierop, acht de kantonrechter het aannemelijk dat [eisende partij] als gevolg van een ontbinding en ontruiming niet op straat komt te staan. Dit zou evenzo kunnen gelden voor haar inwonende zoon.
[eisende partij] moet de huurwoning verlaten
Gelet op het voorgaande, verklaart de kantonrechter het verzet ongegrond. Het verstekvonnis van 26 maart 2025 wordt dan ook bekrachtigd. Concreet betekent dit dat de huurovereenkomst ontbonden is en dat [eisende partij] de woning moet verlaten.
[eisende partij] moet de proceskosten betalen
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
408,-
(2 punten x € 204,-)
- nakosten
€
102,-
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
510,-
5. De beslissing
De kantonrechter
verklaart het verzet ongegrond,
bekrachtigt het tussen partijen gewezen verstekvonnis van 26 maart 2025 met zaaknummer 1582189 CV EXPL 25-634,
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 510,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Povel en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.