ECLI:NL:RBDHA:2025:25099

ECLI:NL:RBDHA:2025:25099, Rechtbank Den Haag, 30-07-2025, C/09/685273 / FA RK 25-3626

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/09/685273 / FA RK 25-3626
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van de kinderen aan de vrouw, voorlopige zorgregeling, waarbij gedurende de vakanties en de feestdagen de reguliere zorgregeling doorloopt, met uitzondering van het Suikerfeest en Offerfeest in 2026. Kinderalimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 15 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T. Ertekin te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op [geboortedatum 1] 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw (via videoverbinding) bijgestaan door hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2021 te [plaats 1] .

- Zij zijn ouders van de minderjarige kinderen:

- De ouders zijn van rechtswege gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast.

- De kinderen verblijven bij de vrouw in de echtelijke woning.

- De man is burger van de Bondsrepubliek Duitsland, de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Omgang [minderjarige 2]
Omgang [minderjarige 1]

Het verzoek van de man strekt ertoe dat:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de kinderen wordt vastgesteld, zoals genoemd in randnummers 15, 16 en 17 van het verzoekschrift van de man, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling vast te leggen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, welke hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig nog:

- te bepalen dat de vrouw uitsluitend gerechtigd is om de echtelijke woning gelegen

aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats 2] te gebruiken;

- te bepalen dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;

- te bepalen dat de onderstaande zorgregeling in de beschikking wordt vastgelegd:

- te bepalen dat de man voorlopig met ingang van 25 april 2025 (primair) of 15 mei

2025 (subsidiair) een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de

kinderen zal leveren met een bedrag van € 1.473,- per kind per maand, bij

vooruitbetaling te voldoen en jaarlijks te indexeren of zoveel als de rechtbank

redelijk en billijk acht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, welk verweer op – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing kinderen

De ouders zijn het erover eens dat de vrouw bij uitsluiting van de man voor de duur van de procedure gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning [adres] ( [postcode] ) in [plaats 2] en dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd. De rechtbank zal dienovereenkomstig en in het belang van de kinderen beslissen.

Voorlopige zorgregeling

Op de zitting heeft de rechtbank met ouders gesproken en geprobeerd afspraken te maken over een voorlopige zorgregeling. Beide ouders zijn het er namelijk over eens dat er contact moet zijn tussen de man en de kinderen, maar zij verschillen van mening hoe dit contact eruit moet zien. De man wil een ruime voorlopige zorgregeling waarbij hij de kinderen op woensdag vrijdag en zondag ziet. De kinderen haalt hij dan na zijn werk op en na het avondeten brengt hij de kinderen terug. Op zondag verzoekt de man dat de kinderen van 9:00 uur tot na het avondeten bij hem verblijven en om de week vanaf zaterdag 12:00 uur tot zondag na het avondeten.

Hoewel de kinderen nog niet naar school gaan, wenst de man daarnaast een vakantieregeling te bepalen, omdat de man vanwege zijn werk gebonden is aan de schoolvakanties. Hij wenst de vakanties bij helfte te verdelen en in de zomervakantie wil hij in ieder geval twee weken met de kinderen op vakantie kunnen. De feestdagen kunnen conform de gewone zorgregeling doorlopen, behoudens tijdens het Suiker- en Offerfeest. Dan verzoekt hij te bepalen dat de kinderen in de ochtend bij de man zijn en in de avond bij de vrouw.

De vrouw heeft aangegeven het met name moeilijk te vinden de pasgeboren baby [minderjarige 2] aan de man mee te geven. De man weet volgens haar niet hoe hij voor haar moet zorgen en heeft er geen vertrouwen in dat dit direct goed gaat. Er moet eerst een hechting tussen de man en [minderjarige 2] worden opgebouwd. Daarom wenst zij bij de eerste contactmomenten aanwezig te zijn en wil zij daarna met een opbouw kunnen bepalen wanneer het contact uitgebreid kan worden. De vrouw stelt voor dat in de eerste fase van zes weken de man en [minderjarige 2] een keer per week contact hebben voor een uur, bij de vrouw thuis of op een neutrale plek in het openbaar. Daarna in de tweede fase van zes weken, als het contact goed verloopt, kan het contact worden uitgebreid naar twee keer per week bij de vrouw thuis of op een neutrale openbare plek. Vervolgens kan de man zelfstandig een keer per week contact hebben met [minderjarige 2] voor een uur en als dit goed gaat, kan dit worden uitgebreid naar twee tot drie uur in de week.

Ten aanzien van [minderjarige 1] verzoekt de vrouw te bepalen dat de man doordeweeks twee middagen contact met [minderjarige 1] heeft en om de week een dagdeel (in overleg maximaal vier uur in de ochtend of in de middag) in het weekend, zonder overnachting. De vrouw is akkoord dat [minderjarige 1] gedurende de eerste dag van het suiker- en offerfeest bij de man is.

De Raad heeft aangegeven dat het belangrijk is voor jonge kinderen om frequent contact te hebben met beide ouders. Voor de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dit van belang om hun vader goed te kunnen leren kennen en zich aan hem te hechten. De kinderen hebben wel in dit contact veiligheid en rust nodig. Het contact moet daarom op een voor beide ouders haalbare manier verlopen. De Raad ziet twee ouders die nog maar zeer kort uit elkaar zijn waar de emoties nog hoog zitten. Het is begrijpelijk dat de vrouw het in deze fase moeilijk vindt om de pasgeboren [minderjarige 2] aan de man mee te geven, vanwege haar jonge leeftijd en het feit dat de man [minderjarige 2] nog niet zo goed kent. Dat de vrouw in het begin bij dit contact aanwezig wil zijn, is dan ook goed om het contact mee te beginnen.

De rechtbank overweegt als volgt. Het is in het belang van de kinderen dat zij contact met beide ouders hebben. Hier zijn ouders het over eens. Vanwege de jonge leeftijd van de kinderen is het voor de hechting tussen de kinderen en de man van belang dat zij frequent contact hebben voor korte duur. De ouders hebben beiden op de zitting naar voren gebracht dat het contact tussen [minderjarige 1] en de man goed gaat en dat [minderjarige 1] het leuk vindt met de man. De ouders zijn het niet eens geworden over een voorlopige zorgregeling. Daarom zal de rechtbank een voorlopige zorgregeling bepalen.

Voor [minderjarige 1] zal de rechtbank bij wijze van voorlopige zorgregeling bepalen dat hij elke woensdag en vrijdag na zijn werk voor maximaal vier uur per dag contact zal hebben met de man, waarbij [minderjarige 1] niet later dan 19.00 uur terug dient te zijn bij de vrouw. Daarnaast zal [minderjarige 1] op iedere zondag van 13.00 uur tot 17.00 uur met de man contact hebben.

Voor [minderjarige 2] zal de rechtbank een opbouwregeling bepalen. Uitgangspunt is daarbij steeds dat het contact tussen [minderjarige 2] en de man plaatsvindt met [minderjarige 1] , gedurende de dagen en uren dat [minderjarige 1] en de man contact hebben.

De eerste fase begint op de datum van deze beschikking en eindigt op het moment dat de vrouw begint met werken. De man zal [minderjarige 2] dan zien bij het ophalen van [minderjarige 1] , op woensdag en vrijdag na zijn werk, respectievelijk op zondag om 13.00 uur. Dit zal drie keer per week voor een halfuur in de buurt van de echtelijke woning op een openbare plek zijn, in het bijzijn van de vrouw.

De tweede fase zal vier weken duren. [minderjarige 2] zal dan contact hebben met de man zonder de vrouw gedurende drie keer per week een uur buiten de echtelijke woning. Het is aan ouders om dit doordeweeks praktisch in te richten in combinatie met hun werk. De rechtbank geeft ouders daarbij in overweging mee dat op de dagen dat [minderjarige 2] naar de opvang gaat, de man haar kan ophalen van de opvang om zo op die manier invulling te geven aan het contact van een uur.

In de derde fase van vier weken zal de tweede fase worden uitgebreid met contact op zondag gedurende twee uur zonder de vrouw buiten de echtelijke woning.

In de laatste fase zal de derde fase worden uitgebreid met contact op zondag gedurende vier uur in plaats van twee uur.

Gedurende de vakantie- en feestdagen zal deze voorlopige zorgregeling doorlopen met uitzondering van het Suikerfeest in maart 2026 en het Offerfeest in mei 2026. Beide kinderen zullen dan van 09.00 uur tot en met 13.00 uur bij de man verblijven.

Kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van ouders, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van ouders heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van de kinderen is tussen ouders in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen. De rechtbank zal voor de behoefte uitgaan van de tarieven en de gegevens van ouders van 2024-2.

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van ouders tijdens hun huwelijk worden bepaald.

NBI man

Ouders zijn het erover eens dat de man in 2024 een bedrag van € 52.290,- aan inkomen uit loondienst had. Voor zijn winst uit onderneming rekent de vrouw met een bedrag van € 59.562,- en de man met een bedrag van € 56.871,-. Uit de aangifte Inkomstenbelasting van 2024 van de man volgt dat hij in 2024 een winst uit onderneming had van € 59.562,- zodat de rechtbank daar rekening mee zal houden.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 5.882,- per maand.

NBI vrouw

Voor het NBI van de vrouw zijn ouders het erover eens dat zij in 2024 een inkomen had van € 69.865,-. De rechtbank zal geen rekening houden met de kosten voor de kinderopvang zoals door de vrouw betoogd. Uit het Rapport Alimentatienormen, versie 2025 volgt dat kinderopvangkosten worden aangenomen verdisconteerd te zijn in de tabel ‘kosten kinderen’ en dat hoge kinderopvangkosten worden gecompenseerd met lagere uitgaven aan een andere post. De rechtbank volgt dit standpunt. Dit wordt ook onderbouwd door de verklaring van de vrouw op zitting dat in het tarief van de kinderopvang de kosten van luiers en eten zijn inbegrepen. Verder weegt de rechtbank mee dat de vouw een kinderopvangtoeslag van ongeveer € 10.000,- per jaar, circa € 2.500,- per maand ontvangt. Gelet op de kosten van de kinderopvang van € 3.000 per maand voor twee kinderen betekent dit dat de vrouw per saldo nog € 500,- per maand moet bijdragen. Gelet op het inkomen van de ouders is dan geen sprake van uitzonderlijk hoge kosten van kinderopvang die niet kunnen worden gecompenseerd met lagere uitgaven aan een andere post.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank haar NBI op het moment van het huwelijk op € 4.246,- per maand.

Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van ouders bedroeg in 2024 dus € 10.128,- per maand (€ 5.882 + € 4.246). Op basis van dit NBGI hadden ouders geen recht op een kindgebonden budget. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2024 leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.470,- per maand voor de kinderen. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt deze behoefte € 1.566,- per maand, € 783,- per kind per maand.

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen ouders moet worden verdeeld.

Draagkracht man

Voor de draagkracht van de man zal de rechtbank opnieuw rekenen met zijn gegevens van 2024 van € 59.562,- aan winst uit onderneming en € 52.290,- aan inkomsten uit loondienst. De man heeft aangevoerd dat voor de winst uit onderneming gerekend moet worden met zijn prognosecijfers van 2025. Hier gaat de rechtbank aan voorbij omdat van een prognose niet zeker is dat de jaarcijfers uiteindelijk zo blijken te zijn.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank zijn NBI in 2025 op € 5.882,- per maand.

De rechtbank zal bij de man rekening houden met een woonbudget. Momenteel verblijft hij weliswaar bij zijn ouders maar dat is een tijdelijke oplossing, aldus de man. Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 1.965,- per maand.

Draagkracht vrouw

Voor de draagkracht van de vrouw zal de rechtbank uitgaan van haar huidige inkomen van € 4.850,- bruto per maand, zoals de vrouw heeft aangevoerd. De man heeft zich op het standpunt gesteld dat uitgegaan moet worden van haar jaaropgave van 2024. Aan dit laatste gaat de rechtbank voorbij, omdat dit niet het huidige inkomen van de vrouw weergeeft in verband met haar (gedeeltelijke) ziekmelding. Omdat de vrouw in september weer begint met werken, zal de rechtbank de vergoeding die de vrouw tot op dat moment ontvangt voor het afzien van een auto van de zaak niet meenemen als inkomen. Het betreft immers een tijdelijke vergoeding die per september 2025 eindigt.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.

De rechtbank houdt verder rekening met:

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank haar NBI in 2025 op € 4.458,- per maand.

Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 1.268,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van ouders bedraagt gezamenlijk € 3.233,- per maand (€ 1.965 + € 1.268). Dit is voldoende om in de behoefte van de kinderen voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de man bedraagt: 1.965 / 3.233 x 1.566 = € 952

Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 1.268 / 3.233 x 1.566 = € 614

samen € 1.566

Van de totale behoefte van de kinderen komt een gedeelte van € 952,- per maand, wat neerkomt op € 476,- per maand per kind voor rekening van de man. Een gedeelte van € 614,- per maand, wat neerkomt op € 307,- per maand per kind komt voor rekening van de vrouw.

De rechtbank zal rekenen met een zorgkortingspercentage van 15%, omdat dit overeenstemt met de vastgestelde voorlopige zorgregeling waarbij wordt toegewerkt naar gemiddeld 9 uur per week per kind. De zorgkorting bedraagt dan € 234,- per maand (15% x 1.566), te weten € 117,- per kind per maand.

De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. De door de man te betalen bijdrage bedraagt dan € 718,- per maand voorde kinderen samen (€ 952 -/- € 234), te weten € 359,- per kind.

Ingangsdatum

De rechtbank zal de bijdrage door de man aan de vrouw aan voorlopige kinderalimentatie vaststellen per datum indiening verzoekschrift, te weten 15 mei 2025, en niet zoals de man heeft betoogd de datum van deze beschikking. De vrouw heeft primair als ingangsdatum 25 april 2025 verzocht, omdat zij op die datum de financiële gegevens van de man heeft opgevraagd. Naar het oordeel van de rechtbank kon de man in ieder geval met ingang van zijn verzoekschrift er rekening mee houden dat de vrouw bij zelfstandig verzoek een bijdrage zou verzoeken. Op de zitting is overigens wel besproken dat de man heeft bijgedragen in de kosten voor de kinderen sinds hij is vertrokken maar de thans vastgestelde kinderalimentatie is veel hoger dan de man uit eigen beweging heeft betaald. Daarnaast is gebleken dat hij ook een deel van de kinderbijslag in 2025 heeft ontvangen. De man stelt die kinderbijslag op een spaarrekening voor de kinderen te hebben gestort. Dit betekent dus dat de vrouw de kinderbijslag niet heeft ontvangen om te voorzien in de kosten van de kinderen.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] ( [postcode] ) [plaats 2] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

bepaalt dat de minderjarigen:

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

bepaalt dat voorlopig met de kinderen contact zal hebben:

tijdens het ophalen van [minderjarige 1] voor de duur van een half uur in de buurt van de echtelijke woning op een openbare plek, samen met de vrouw;

- tweede fase (de volgende vier weken):

tijdens het ophalen van [minderjarige 1] voor de duur van een uur, zonder de vrouw en buiten de echtelijke woning;

bepaalt dat gedurende de vakantie- en feestdagen voormelde voorlopige zorgregeling doorloopt met uitzondering van het Suikerfeest in maart 2026 en het Offerfeest in mei 2026; beide kinderen verblijven dan van 09.00 uur tot en met 13.00 uur bij de man;

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 15 mei 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 359,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Perniciaro

Griffier

  • mr. L.E. Meisters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?