ECLI:NL:RBDHA:2025:25109

ECLI:NL:RBDHA:2025:25109, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.26156

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer NL25.26156
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

beroep niet tijdig beslissen, ingetrokken, verzoek om pkv, vrijwillig vertrek met IOM, rechtbank wijst het verzoek om pkv af.

Uitspraak

[verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij intrekking van haar beroep tegen het volgens haar niet tijdig nemen van een besluit door de minister. De gemachtigde van verzoekster heeft op 29 juli 2025 het beroep ingetrokken, omdat verzoekster op 7 juli 2025 Nederland vrijwillig heeft verlaten via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Daarbij heeft verzoekster een verklaring getekend waarmee zij instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd en/of dat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank op 29 augustus 2025 meegedeeld zich te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Heeft verzoekster recht op vergoeding van haar proceskosten?

4. De rechtbank overweegt als volgt. De minister heeft met de brief van 21 juli 2025 de rechtbank geïnformeerd dat verzoekster met de IOM is vertrokken naar haar land van herkomst, Saoedi-Arabië. De minister heeft de rechtbank vervolgens verzocht om te beoordelen of er nog sprake is van procesbelang bij de onderhavige procedure. De rechtbank heeft de gemachtigde van verzoekster, via een bericht in het digitaal dossier van 23 juli 2025, gevraagd om aan te geven of er nog procesbelang bestaat.

5. In reactie op het bericht van de rechtbank, heeft de gemachtigde van verzoekster aangegeven dat procesbelang inderdaad ontbreekt nu verzoekster haar asielaanvraag heeft ingetrokken en Nederland heeft verlaten. De gemachtigde heeft vervolgens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en de rechtbank verzocht om de minister in de proceskosten te veroordelen, omdat de minister volgens haar op het moment van indienen van het beroep niet tijdig, reeds in verzuim was.

6. De minister heeft op 29 augustus 2025 gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding en zich op het standpunt gesteld dat er gelet op het vrijwillige vertrek van verzoekster naar haar land van herkomst en het intrekken van de lopende verblijfsrechtelijke procedures, geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat het zelf intrekken van een beroep niet tijdig beslissen maakt dat van tegemoetkomen geen sprake is. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de vraag of het beroep niet tijdig beslissen terecht is ingediend en de minister dus in verzuim was. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?