Scheiding
Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. El Aqde te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.S. de Haas te Geertruidenberg.
en het op 18 december 2024 ingekomen verzoek van de man voornoemd, waarbij de vrouw voornoemd als belanghebbende wordt aangemerkt.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/678310 en FA RK 24-9363
het verzoekschrift van 16 december 2024 van de zijde van de vrouw;
het F9 formulier van 20 januari 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
het F9 formulier van 28 maart 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
het verweerschrift van 7 april 2025 van de zijde van de man;
de brief van 22 april 2025 van de zijde van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), met als bijlage het raadsrapport met kenmerk SK-1-61HRG7R;
de brief van 19 mei 2025 van de zijde van de man;
het F9 formulier van 29 augustus 2025 van de zijde van de vrouw;
het F9 formulier van 1 september 2025 van de zijde van de vrouw.
en in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/677398 en FA RK 24-9011
het verzoekschrift van 18 december 2024 van de zijde van de man;
de brief van 13 januari 2025, met bijlage, van de zijde van de man;
het F9 formulier van 28 februari 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;
de brief van 12 maart 2025, met bijlage, van de zijde van de man;
het verweerschrift van 14 april 2025 van de zijde van de vrouw;
het F9 formulier van 3 juni 2025, met bijlage, van de zijde van de man.
Op 2 september 2025 zijn de zaken op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vrouw (per videoverbinding), bijgestaan door haar advocaat en een tolk, dhr. Choukti;
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] namens de Raad.
Feiten
De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2018 te [plaats], Marokko, welk huwelijk op [datum 2] 2018 in Marokko is geregistreerd. In de Basisregistratie personen (Brp) is als huwelijksdatum [datum 2] 2018 opgenomen.
Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats];
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats].
De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
Deze rechtbank heeft op 21 november 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat de kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd. Daarnaast is de Raad verzocht een onderzoek te verrichten en antwoord te geven op de volgende vragen:
welke zorgregeling is in het belang van de kinderen?
hoe dient deze regeling er qua vorm, duur en frequentie uit te zien?
is deze regeling mogelijk binnen het veiligheidskader van de vrouw?
zo nee, welke vorm van contact is wel mogelijk?
Verzoek en verweer
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/678310 en FA RK 24-9363
Het verzoek strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorziening tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert geen verweer tegen de verzoeken van de vrouw. Wel verzoekt hij zelfstandig om vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen gedurende 7 dagen per 14 dagen bij de man verblijven, althans dat een zorgregeling wordt vastgesteld.
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/677398 en FA RK 24-9011
Het verzoek strekt tot scheiding van tafel en bed, met nevenvoorzieningen tot:
vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen gedurende 7 dagen per 14 dagen bij de man verblijven, althans dat een zorgregeling wordt vastgesteld;
verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een notaris en onzijdige personen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/678310 en FA RK 24-9363
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de man en de vrouw beiden hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot de verzoeken tot echtscheiding en tot scheiding van tafel en bed rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op de verzoeken toepassen.
Ontvankelijkheid – ontbreken huwelijksakte
De man en de vrouw stellen dat zij zijn gehuwd op [datum 1] 2018. De man heeft een kopie van de originele huwelijksakte overgelegd. De man stelt dat zowel de ambassade als het consulaat niet reageren op verzoeken tot het verkrijgen van een recent afschrift van de huwelijksakte. Uit de huwelijksakte blijkt dat partijen op [datum 1] 2018 zijn gehuwd en dat het huwelijk op [datum 2] 2018 is geregistreerd. In de Brp is als huwelijksdatum [datum 2] 2018 opgenomen. De man en de vrouw hebben op de zitting beiden naar voren gebracht dat zij op [datum 1] 2018 zijn gehuwd.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank er in dit geval van uitgaan dat de man en de vrouw op [datum 1] 2018 met elkaar gehuwd zijn en dat dit huwelijk op [datum 2] 2018 is geregistreerd.
Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om op alle punten ten aanzien van de kinderen tot overeenstemming te komen.
Gelet hierop en gelet op het voorgaande zal de rechtbank de man en de vrouw, ondanks het ontbreken van een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan en een recent afschrift van de huwelijksakte, ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding en scheiding van tafel en bed.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft de echtscheiding verzocht en heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man refereert zich ten aanzien van het echtscheidingsverzoek en heeft op de zitting zijn verzoek tot scheiding van tafel en bed ingetrokken. Het verzoek van de vrouw tot echtscheiding kan dan ook als op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De man stemt in met dit verzoek. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, omdat ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.
Zorgregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling voor de minderjarigen.
Inhoudelijke beoordeling
Bij beschikking van deze rechtbank van 21 november 2024 in de voorlopige voorzieningen procedure heeft de rechtbank de Raad verzocht een onderzoek te verrichten en te rapporteren in deze bodemzaak. De Raad heeft onderzoek gedaan en het volgende naar voren gebracht in zijn rapport. De kinderen ontwikkelen zich goed binnen en buiten de scheidingscontext om. De kinderen hebben hun vader in december 2024 voor het laatst gezien via videobellen en in februari 2024 heeft voor het laatst fysiek contact plaatsgevonden. De kinderen maken de indruk dat zij voldoende draagkracht hebben om contact met hun vader aan te kunnen. Over de verzorging en veiligheid van de kinderen onder de verantwoordelijkheid van de vrouw zijn geen zorgen. Over de opvoedvaardigheden van de man is te weinig concreets bekend. Gelet op zijn veroordeling voor mishandeling zijn er veiligheidsrisico’s. Een belangrijk zorgpunt is de bescherming en veiligheid van de vrouw en de kinderen. De vrouw en de kinderen bevinden zich met code oranje in de opvang. De vrouw ziet wel mogelijkheden tot begeleide omgang, mits haar woonplaats geheim blijft.
Voor de ontwikkeling van de kinderen is het goed als zij weer contact met hun vader hebben. Er zijn wat de Raad betreft geen contra-indicaties voor begeleide omgang. Zo kan de veiligheid van de kinderen worden gewaarborgd en kan er zicht komen op de opvoedkwaliteiten van de man. De Raad denkt dat daarbij opvoedondersteuning voor de vrouw en de kinderen goed is, omdat de vrouw nog wel zorgen heeft over de man in verband met bedreigingen richting de vrouw. Zij kan dan begeleid worden in het omgaan met deze angst en het begeleiden van de kinderen voor en na de omgang op een neutrale manier. Om de veiligheid rondom de begeleide omgangen te waarborgen, kan de vrouw eerder vertrekken dan de man en ook kan de wijkagent worden ingeschakeld rondom de plek waar de begeleide omgang plaatsvindt.
De Raad heeft de volgende doelen opgesteld:
De kinderen groeien veilig op.
[minderjarige 1] heeft een goede lichamelijke gezondheid.
Ouders hebben een vertrouwensbasis onderling met betrekking tot de veiligheid van de moeder en de kinderen.
De Raad adviseert aldus begeleide omgang, waarbij wordt gestart met om de week contact, omdat de kinderen nog jong zijn. De ouders kunnen tevens onderling afspraken maken over eventueel videobellen, waarbij de Raad met klem adviseert om dit onder begeleiding van de opvoedondersteuning van de moeder te doen.
Beide ouders hebben naar voren gebracht het eens te zijn met het door de Raad gegeven advies.
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op hetgeen naar voren is gebracht in het raadsrapport en dat wat op de zitting is besproken, is het naar het oordeel van de rechtbank van belang voor de kinderen dat het contact met de vader onder professionele begeleiding weer wordt opgebouwd. Op de zitting heeft de Raad naar voren gebracht dat het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) hierin een rol kan spelen. Omdat de vrouw op een geheime locatie verblijft, zullen zowel de man als de vrouw contact moeten opnemen met het CJG in hun eigen woonplaats. Zodra de man contact heeft gehad met het CJG in zijn woonplaats, dient hij de naam van zijn contactpersoon door te geven aan de vrouw (via zijn advocaat). Vervolgens zal het CJG in de woonplaats van de vrouw contact opnemen met het CJG in de woonplaats van de man om begeleide opgang op te starten tussen de man en de kinderen. Het CJG kan hierin een regiefunctie vervullen, waarbij aandacht is voor de bescherming en veiligheid van de vrouw en de kinderen. De rechtbank acht het daarbij van belang een opbouwregeling te bepalen, inhoudende dat wordt gestart met door het CJG begeleide omgang van om de week 1 uur. Na vier begeleide contactmomenten van 1 uur kan worden uitgebouwd naar om de week 2 uur begeleide omgang. Na opnieuw vier begeleide contactmoment van 2 uur kan vervolgens uitgebouwd naar omgang om de week gedurende een dagdeel. Daarbij vindt de omgang plaats onder begeleiding en regie van het CJG en bepaalt het CJG aldus of de volgende stap kan worden gezet in de door de rechtbank opgelegde opbouwregeling. De ouders kunnen in overleg met het CJG bespreken of het mogelijk is om tussentijds begeleide videobelmomenten af te spreken.
De rechtbank benadrukt dat zij ook van de vrouw verwacht dat zij (voor zover dat nog niet is gebeurd) uiterlijk binnen een week na deze beschikking contact opneemt met het CJG in haar woonplaats, zodat de omgang snel kan worden opgestart. De rechtbank zal een beslissing op een definitieve zorgregeling aanhouden voor de duur van zes maanden, in afwachting van hoe de begeleide omgang tussen de man en de kinderen via het CJG verloopt.
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/677398 en FA RK 24-9011
Scheiding van tafel en bed
De man heeft op de zitting dit verzoek ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.
Zorgregeling
Omdat de man zijn verzoek tot scheiding van tafel en bed heeft ingetrokken en op zijn verzoek om een zorgregeling hiervoor al is beslist, hoeft de rechtbank in deze procedure op dit punt ook niets meer te beslissen.
Verdeling
De man heeft op de zitting zijn verzoek ten aanzien van de verdeling ingetrokken, zodat op dit punt voor de rechtbank niets meer te beslissen valt.
Beslissing
De rechtbank:
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/678310 en FA RK 24-9363
*
spreekt uit de echtscheiding tussen de man en de vrouw, met elkaar gehuwd op [datum 1] 2018 te [plaats], Marokko, welk huwelijk op [datum 2] 2018 is geregistreerd en welke huwelijksdatum ook in de Basisregistratie personen is vermeld;
*
bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023, hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt als zorgregeling dat er contact zal zijn tussen de man en de kinderen onder begeleiding en regie van het CJG, waarbij de man en de kinderen begeleide omgang zullen hebben met elkaar volgens de volgende opbouwregeling:
de eerste vier keer: om de week één uur;
de tweede vier keer: om de week twee uur;
daarna: om de week een dagdeel,
waarbij het CJG bepaalt of een volgende stap kan worden gezet in deze opbouwregeling en waarbij de ouders in overleg met het CJG bezien of tussentijdse begeleide videobelmomenten kunnen worden afgesproken;
*
verklaart deze beschikking tot zover, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding tussen de man en de vrouw, uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aan tot 15 maart 2026 pro forma.
in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/677398 en FA RK 24-9011
*
stelt vast dat er niets meer te beslissen is.