ECLI:NL:RBDHA:2025:25136

ECLI:NL:RBDHA:2025:25136, Rechtbank Den Haag, 08-07-2025, NL24.34094 en NL23.35490

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-07-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer NL24.34094 en NL23.35490
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Aanvraag verblijfsdocument EU/EER. Omdat de referent voor de aanvraag helaas is komen te overlijden, is de grondslag van de aanvraag van eiser verdwenen. De rechtbank verklaart het beroep wegens een gebrek aan procesbelang niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening is eveneens niet-ontvankelijk.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. A. Orhan),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Y.M. van der Lei).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1973 en heeft de Kosovaarse nationaliteit. De omstandigheden van eiser betreffen – voor zover voor de uitspraak relevant – het volgende.

Eiser heeft op 25 september 2009 een EU-document verkregen voor verblijf bij zijn echtgenote en Unieburger, [referente] (referente). Dit verblijf is door verweerder bij besluit van 28 oktober 2013 beëindigd en eiser is door verweerder bij besluit van 30 april 2014 ongewenst verklaard. Deze besluiten staan in rechte vast.

Op 20 april 2023 heeft eiser een nieuwe aanvraag gedaan tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER (de aanvraag) teneinde samen te kunnen wonen met referente en hun gestelde dochter, geboren op [geboortedatum 2] 2015. Bij het besluit van 9 november 2023 (het primaire besluit) is de aanvraag van eiser afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 augustus 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser hiertegen ongegrond verklaard. In ditzelfde besluit wordt daarbij een opvolgende aanvraag van eiser van 24 november 2023 in eerste aanleg afgewezen. Een apart besluit van 21 augustus 2024 waarin het verzoek van eiser om de ongewenstverklaring op te heffen wordt afgewezen, maakt hier ook onderdeel van uit.

Op 9 november 2023 heeft eiser bij deze rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening hangende zijn bezwaar ingediend (zaaknummer NL23.35490). Nu op dit verzoek ten tijde van het nemen van het bestreden besluit nog niet was beslist, wordt deze behandeld als een verzoek hangende het beroep.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft ter zitting vernomen dat referente is komen te overlijden op 31 januari 2025. Hierdoor ziet de rechtbank, zoals ook ter zitting aangegeven bij partijen, zich voor de vraag gesteld of er nog sprake is van procesbelang.

De rechtbank stelt voorop dat zij meeleeft met eiser en de dochter. Eiser heeft ter zitting toegelicht voor welke moeilijkheden hem dit – naast het tragische verlies van zijn partner – heeft gesteld. Zo draagt hij nu alleen de zorg voor de dochter waardoor hij niet veel kan werken en kan hij, omdat hij niet mag reizen, niet met de dochter naar de familie van referente in Bulgarije die hen graag willen zien.

De rechtbank overweegt dat een eisende partij een procesbelang heeft bij een beroepsprocedure, wanneer een belang wordt nagestreefd dat daadwerkelijk is te verwezenlijken. In deze beoogt eiser de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als zijnde partner van een Unieburger, te weten referente. Nu referente echter is komen te overlijden, is daarmee de grondslag voor de aanvraag van eiser verdwenen. Dit houdt in dat het doel dat eiser met de procedure beoogt te bereiken niet langer aanwezig is.

Eiser heeft geen ander belang bij deze procedure naar voren gebracht, nu tegen de andere samenhangende besluiten aparte procedures lopen. Daar komt bij dat eiser ter zitting heeft aangegeven dat hij inmiddels een nieuwe aanvraag bij verweerder heeft ingediend voor verblijf bij de dochter.

De rechtbank ziet door het gebrek aan procesbelang dan ook geen aanleiding om het beroep van eiser inhoudelijk te behandelen.

Conclusie en gevolgen

4. Omdat er geen procesbelang meer bestaat bij deze procedure, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

5. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.

6. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. P.J.J. Schaap, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.J.J. Schaap

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?