[verzoeker] , verzoeker
[V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
In het besluit van 11 april 2024 heeft verweerder bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming, RTB), en dat hij binnen vier weken moet terugkeren naar het land waarvan hij de nationaliteit heeft.
Verzoeker heeft tegen het besluit van 11 april 2024 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.16296, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 december 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.