[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).
Inleiding
1. Bij besluit van 4 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: de Richtlijn) afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar ingediend.
Tegelijk met zijn bezwaar heeft verzoeker op 8 oktober 2024 bij deze rechtbank zijn verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Met het besluit van 17 januari 2025 heeft verweerder op het bezwaar van verzoeker beslist en is hij bij zijn afwijzing gebleven. Omdat op dat moment nog niet was beslist op zijn verzoek en verzoeker hiertegen beroep heeft ingesteld (zaaknummer NL25.7022), geldt dit verzoek om een voorlopige voorziening als een verzoek hangende het beroep bij de rechtbank.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak te doen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu heden uitspraak is gedaan in het beroep (zaaknummer NL25.7022) en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
Gelet op de betreffende overwegingen in de uitspraak in het beroep, bestaat voor een proceskostenveroordeling in de onderhavige procedure geen aanleiding. Verzoeker krijgt evenmin zijn griffierecht vergoed.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: