ECLI:NL:RBDHA:2025:25184

ECLI:NL:RBDHA:2025:25184, Rechtbank Den Haag, 30-12-2025, SGR 25/595

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-12-2025
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer SGR 25/595
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

intrekking toestemming beveiliger - artikel 7 Wpbr - ernstige twijfel aan betrouwbaarheid en bekwaamheid - strafrechtelijke veroordeling aanranding artikel 246 (oud) Sr - andere over eiser bekende feiten, uit o.a. zorgmachtiging en processen-verbaal, mochten ook worden betrokken in beoordeling - beleidssepot artikel 62a Luchtvaartwet maakt oordeel niet anders - belangenafweging conform paragraaf 3.3 Bpbr - beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. P.H.W. Spoelstra),

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.W. Kolkman).

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn toestemming om beveiligingswerkzaamheden te mogen verrichten.

Bij besluit van 7 februari 2024 (primaire besluit) heeft verweerder besloten tot intrekking van de aan eiser verleende toestemming om hem beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten.

Met het bestreden besluit van 20 december 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen deze intrekking ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

Verweerder heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2000 en heeft zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. Eiser heeft vanaf 2021 bij het beveiligingsbedrijf Security Crew Central te Zoetermeer gewerkt als beveiliger van onder meer evenementen. Verweerder heeft de aan eiser verleende toestemming voor beveiligingswerk bij laatstgenoemd bedrijf ingetrokken, omdat eiser onvoldoende betrouwbaar voor de functie als beveiliger wordt geacht. Aanleiding hiervoor is de strafrechtelijke veroordeling van eiser voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gepleegd in uitoefening van zijn beroep als beveiliger bij het festival Concert at Sea op 23 juni 2023.

Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiser voor voornoemde gebeurtenissen bij vonnis van 2 oktober 2023 is veroordeeld voor feitelijke schending van de eerbaarheid (aanranding). In eerste aanleg is eiser voor dit feit 30 uur taakstraf, subsidiair vijftien dagen vervangende hechtenis en een geldboete van 400 euro, subsidiair acht dagen vervangende hechtenis opgelegd. Bij arrest van 15 juli 2024 is de geldboete geschrapt en is de taakstraf met vervangende hechtenis in stand gelaten.

Aan het intrekkingsbesluit heeft verweerder ook ten grondslag gelegd dat uit de justitiële documentatie van eiser blijkt dat hij op 10 november 2023 is aangehouden op de luchthaven Schiphol vanwege verward gedrag en overtreding van artikel 62a, eerste lid, van de Luchtvaarwet. De melding uit het politieregistratiesysteem, waaruit blijkt dat eiser op 9 november 2023 aangifte wenste te doen bij de politie en daarbij verward gedrag vertoonde, alsmede de rechterlijke machtiging waarmee eiser op 23 november 2023 is opgenomen in een psychiatrische kliniek, bevestigen dit beeld van verward gedrag bij eiser. Verweerder verwijst voor de motivering van zijn besluit ook naar vier eerdere besluiten tot intrekking van de genoemde toestemming van eiser door respectievelijk de eenheden Noord-Holland, Oost-Nederland, Amsterdam en Oost-Nederland, allen uit 2023 en 2024.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder geconcludeerd dat ernstige twijfels bestaan over de betrouwbaarheid en bekwaamheid van eiser voor het uitoefenen van zijn werk als beveiliger. Het belang van een goede en betrouwbare veiligheidsbranche, dat met de weigering wordt gediend, weegt volgens verweerder zwaarder dan het persoonlijke belang van eiser om zijn werk als beveiliger te kunnen blijven uitoefenen.

Wat zijn de regels?

3. De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

Wat vinden eiser en verweerder in beroep?

4. Eiser voert in beroep aan dat het bestreden besluit onevenredig is. Verweerder heeft onvoldoende betekenis toegekend aan het feit dat eiser in hoger beroep strafvermindering heeft gekregen en alleen nog een taakstraf hoeft uit te voeren. Hierdoor maakt eiser, anders dan na eerste aanleg, wel kans op het verkrijgen van een VOG en dat dient in zijn voordeel mee te wegen. Uit het reclasseringsrapport van 8 november 2024 blijkt daarnaast dat eiser zijn taakstraf van 30 uur heeft afgerond. Ook heeft verweerder niet meegewogen dat het Openbaar Ministerie (OM) de vervolging van eiser voor de overtreding op de luchthaven Schiphol vanwege zijn gezondheidstoestand, en dus om beleidsmatige redenen, heeft geseponeerd. Gelet op deze feiten en omstandigheden in het voordeel van eiser en de onevenredige gevolgen van het bestreden besluit voor eiser, heeft verweerder ten onrechte geen ruimte gezien om van de intrekking van de toestemming af te zien.

5. Verweerder heeft in het verweerschrift en op de zitting gemotiveerd gereageerd op de beroepsgronden en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank geeft eiser geen gelijk en overweegt daartoe als volgt.

Toetsingskader

7. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter heeft de korpschef van politie beoordelingsruimte bij de vraag of iemand voldoende betrouwbaar is voor het uitvoeren van werkzaamheden als beveiliger. Deze beoordelingsruimte heeft verweerder nader ingevuld met de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Bpbr). Aan medewerkers in de beveiligingsbranche mogen, gelet op de aard van deze branche, hogere eisen worden gesteld dan aan medewerkers in willekeurige andere betrekkingen. Dit betekent dat de korpschef als beoordelingsmaatstaf mag hanteren dat de betrouwbaarheid en integriteit van medewerkers in de beveiligingsbranche boven iedere twijfel verheven moet zijn.

In paragraaf 3.3 van de Bpbr is opgenomen dat de toestemming voor beveiligerswerkzaamheden kan worden onthouden door de korpschef, indien bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid blijkt van a) veroordelingen en andere rechtelijke uitspraken; b) andere omtrent de aanvrager bekende feiten. Uit deze beleidsregels volgt ook dat opgemaakte processen-verbaal als bewijsmiddel kunnen dienen om te oordelen dat betrokkene onvoldoende betrouwbaar of geschikt wordt geacht om voor een beveiligingsorganisatie te werken.

Artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr heeft, gelet op de bewoordingen daarvan, echter geen imperatief karakter. Dit artikel verplicht de korpschef niet om, indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, de toestemming voor tewerkstelling bij een beveiligingsorganisatie per definitie in te trekken. Bij deze beoordeling heeft de korpschef ruimte voor een belangenafweging.

Betrouwbaarheid en bekwaamheid

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit op goede gronden geconcludeerd dat ernstige twijfels bestaan over de betrouwbaarheid en bekwaamheid van eiser voor het uitoefenen van werkzaamheden als beveiliger. Zo heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser ten tijde van het bestreden besluit onherroepelijk was veroordeeld tot een taakstraf wegens het plegen van het misdrijf aanranding als bedoeld in artikel 246 Sr. Op grond van het geldende beleid in paragraaf 3.3 Bpbr mocht verweerder er om die reden in beginsel van uitgaan dat eiser voor een periode van vier jaar onbetrouwbaar mag worden geacht voor de functie van particulier beveiliger. De stelling van eiser dat na hoger beroep alleen de taakstraf is gehandhaafd en dat eiser deze taakstraf, blijkens het rapport van de reclassering van 8 november 2024, ook heeft uitgevoerd, maakt dit niet anders. Uit het arrest van 15 juli 2024 blijkt namelijk dat het Hof zich, op de strafmaat na, verenigt met het vonnis in eerste aanleg. De bewezenverklaring en de strafwaardigheid van dit strafbare feit, evenals eiser zijn schuld daaraan zijn in hoger beroep onweersproken en mochten, naar het oordeel van de rechtbank, dan ook aan eiser worden tegengeworpen. Verweerder mocht de onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling van eiser dan ook ten grondslag leggen aan het bestreden besluit.

Ook mocht verweerder voor de besluitvorming relevant achten en aan eiser tegenwerpen dat uit meldingen in het politieregistratiesysteem blijkt dat eiser bij het doen van aangifte op 9 november 2023 verward gedrag vertoonde, door onder meer de uitlatingen over identiteitsverwisseling bij zijn geboorte en afgeluisterd worden door een iPad. Dergelijke op ambtseed of -belofte vastgelegde bevindingen in politiesystemen mochten door verweerder bij de beoordeling worden betrokken, evenals het gegeven dat kort na deze gebeurtenissen aan eiser op 23 november 2023 een zorgmachtiging tot opname in een psychiatrische zorginstelling is opgelegd. Verweerder heeft op grond van dergelijke feiten en omstandigheden kunnen concluderen dat er vanwege het gedrag en de psychiatrische problematiek bij eiser op dat moment gerechtvaardigde twijfels bestonden of de belangen van goede veiligheidszorg aan eiser konden worden toevertrouwd.

De informatie blijkend uit het proces-verbaal van aanhouding van eiser op 10 november 2023 op luchthaven Schiphol mocht door verweerder ook bij deze besluitvorming worden betrokken. Verweerder mocht het standpunt innemen dat dergelijk gedrag blijk geeft van het naast zich neerleggen van rechtsregels, waarbij overtreding van die regels leidt tot een schending van de rechtsorde, namelijk bedreiging van de veiligheid op een luchthaven. Bovendien mocht verweerder tegenwerpen dat dergelijk gedrag getuigt van (tijdelijk) onvermogen in het professioneel kunnen optreden naar vakgenoten en het schaden van de goede naam van de beveiligingsbranche. Dat het OM heeft afgezien van vervolging vanwege eiser zijn gezondheidstoestand maakt niet dat deze bevindingen uit het proces-verbaal niet betrokken mochten worden bij de beoordeling van de betrouwbaarheid en bekwaamheid van eiser voor de functie van particulier beveiliger. De keuze van het OM om hier te seponeren op beleidsmatige gronden maakt namelijk niet dat er geen serieuze verdenking tegen eiser bestond of dat vervolging technisch gezien onhaalbaar was. Bovendien onderschrijft dit voorval de eerdere waarnemingen van verward gedrag die eiser vertoonde bij het aangifte doen bij de politie.

Alles bij elkaar gezien heeft verweerder de voornoemde strafrechtelijke veroordeling voor aanranding, de psychiatrische zorgmachtiging en de informatie uit de processen-verbaal over de aanhouding van eiser op luchthaven Schiphol en de gebeurtenissen bij het doen van aangifte bij de politie-eenheid Den Haag mogen betrekken bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van eiser voor de functie van beveiliger.

Belangenafweging bij maatregel tot intrekking

9. De rechtbank is tot slot van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat intrekking van het beveiligerscertificaat van eiser in dit geval een passende en noodzakelijke maatregel is gelet op de betrokken belangen. Verweerder heeft - conform zijn eigen beleid - de aard van het delict, de omstandigheden waaronder dit delict is gepleegd, de kans op recidive en recente persoonlijke ontwikkelingen en nadelige gevolgen voor eiser kenbaar in deze belangenafweging betrokken.

Zo heeft verweerder ten aanzien van de aard van het delict en de omstandigheden waaronder dit delict gepleegd aan eiser mogen tegenwerpen dat het hier om een zedendelict gaat, dat door eiser in uitoefening van zijn beroep als beveiliger gepleegd is. Hierbij is van belang dat dit een ernstig strafbaar feit betreft dat niet passend is bij de kern van de werkzaamheden van beveiliger, namelijk het beschermen van persoon en goed, en daarbij ook zwaarwegend is dat eiser dit delict gepleegd heeft in de uitoefening van zijn beroep als beveiliger, hetgeen de betrouwbaarheid en de goede naam van de beveiligingsbranche in zijn algemeenheid kan schaden. Ten aanzien van de kans op recidive heeft verweerder mogen betrekken dat het ontbreken van spijt over en inzicht in zijn gedrag tijdens het strafproces, alsmede het verwarde gedrag dat eiser bij de politie en op Schiphol vertoonde en de daaropvolgende gedwongen opname in een psychiatrische zorginstelling, maken dat het risico op recidive niet als gering kan worden ingeschat. Ten aanzien van de nadelige gevolgen voor eiser, dat hij qua werk “geen plan B” heeft en echt graag in de beveiliging wil werken, heeft verweerder mogen overwegen dat het verlies van werk inherent is aan het rechtmatig toepassen van deze bevoegdheid, dat dit belang van eiser is afgewogen tegen het algemene belang van een betrouwbare veiligheidszorg en dat eiser zijn opleiding als beveiliger er niet aan in de weg staat om ander werk te vinden. De stellingen van eiser in beroep dat het nu beter met hem gaat, dat hij een eigen woning en auto heeft en dat hij momenteel onder medische behandeling staat, zijn niet met stukken of andere objectieve bewijsmiddelen onderbouwd en maken de belangenafweging op dit punt niet anders.

Tot slot heeft verweerder in het bestreden besluit benoemd dat de intrekking niet zonder meer betekent dat eiser nooit meer toestemming zal krijgen voor het verrichten van beveiligerswerkzaamheden. Indien een beveiligersbedrijf een nieuwe aanvraag voor eiser doet, zal verweerder op basis van de aannemelijk gemaakte feiten en omstandigheden van dat moment een belangenafweging maken.

Alles bij elkaar in samenhang bezien heeft verweerder het algemene belang van een goed functionerende en betrouwbare veiligheidszorg zwaarder mogen laten wegen dan het individuele, financiële belang van eiser bij het behouden van zijn toestemming om beveiligerswerkzaamheden te verrichten. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder in redelijkheid mocht overgaan tot het nemen van het bestreden besluit.

11. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding dan wel terugbetaling van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Artikel 7

1. Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt geen personen te werk die belast zullen worden met de leiding van de organisatie of het bureau, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.

2. Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.

(…)

4. De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. (…)

5. De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.

(…)

Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Betrouwbaarheid personeel en leidinggevenden

De toestemming aan een beveiligingsorganisatie of recherchebureau om personen te werk stellen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste, tweede en derde lid van de wet wordt onthouden indien bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid blijkt van:

a.) veroordelingen en andere rechterlijke uitspraken;

b.) andere omtrent de aanvrager bekende feiten.

Ad a. (veroordelingen en andere rechterlijke uitspraken)

De persoon waarvoor toestemming wordt gevraagd mag op het moment van de aanvraag niet:

1) (…)

2) binnen vier jaar voorafgaande aan het moment van toetsing zijn veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf waarbij een geldboete of een taakstraf is opgelegd

(…)

Hoger beroep

Om te bepalen of een relevant justitieel gegeven binnen de terugkijktermijn valt wordt als uitgangspunt genomen de datum van rechterlijke uitspraak in eerste aanleg.

(…)

Afwijking termijnen

De korpschef, de Commandant van de Koninklijke Marechaussee, of de Minister van Justitie en Veiligheid, in het geval van een leidinggevende of een organisatie of recherchebureau zonder vestiging in Nederland, kan van de hiervoor onder 1 en 2 bepaalde termijnen afwijken indien, gelet op de aard van het strafbare feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de geringe kans op recidive en recente persoonlijke ontwikkelingen, toepassing daarvan een voor betrokkene onevenredig nadeel zou meebrengen ten opzichte van het daarmee te dienen belang.

(…)

Ad b. (andere omtrent de aanvrager bekende feiten)

De toestemming kan ook worden geweigerd wanneer op grond van andere omtrent betrokkene bekende en relevante feiten kan worden aangenomen dat deze onvoldoende betrouwbaar is om voor een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau werkzaamheden te verrichten dan wel onvoldoende betrouwbaar is om de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak niet te schaden. Dit zal met name -maar niet uitsluitend- het geval zijn wanneer betrokkene er blijk van heeft gegeven rechtsregels naast zich neer te leggen waarvan de overtreding kan worden beschouwd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde.

Sepots, processen-verbaal en mutaties

Zo kunnen (tegen betrokkene) opgemaakte processen-verbaal of (dag/mutatie)rapporten ertoe leiden dat betrokkene onvoldoende betrouwbaar of geschikt wordt geacht om voor een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau te werken. Uiteraard is daarbij van belang dat tegen betrokkene nog altijd een serieuze verdenking (of bedenking) bestaat.

Ook sepots kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid. Hierbij dient de aard van het sepot in ogenschouw te worden genomen. Een technisch sepot, bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs, zal bij de beoordeling naar de betrouwbaarheid een minder grote rol spelen dan een sepotbeslissing die op beleidsmatige gronden is genomen. In het geval dat een sepot wordt meegenomen in de beoordeling, wordt voor wat betreft de terugkijktermijn als uitgangspunt genomen de datum waarop het Openbaar Ministerie de beslissing heeft genomen de zaak te seponeren.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?