Beschikking op het op 25 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Ekholm te [plaats 3].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.J. Avis te Hoofddorp.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 28 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Van zowel de zijde van de moeder als van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
- [minderjarige] (hierna: [minderjarige]), geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats].
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt hij zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek.
Hoofdverblijfplaats, inschrijving BRP en vervangende toestemming inschrijving school en BSO
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van (één van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. Het is niet gelukt om tot een vergelijk tussen de ouders te komen, zodat de rechtbank een zodanige beslissing zal nemen als haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt.
Hoofdverblijfplaats, inschrijving BRP en vervangende toestemming inschrijving school
De rechtbank stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Van 2018 tot 2024 hebben de ouders, deels samen met [minderjarige], in het huis van de moeder van de vader in [plaats 2] gewoond. In 2024 zijn de ouders en [minderjarige] naar [plaats 3] verhuisd. Eind 2024 zijn de ouders uit elkaar gegaan. De vader is toen terugverhuisd naar de woning van zijn moeder in [plaats 2]. De moeder woont vooralsnog in [plaats 3], maar zal rond december van dit jaar met haar nieuwe partner verhuizen naar [plaats 1]. Aanvankelijk hebben de ouders er voor gekozen om [minderjarige] in te schrijven op een basisschool in [plaats 3], in de buurt waar [minderjarige] op dit moment nog met zijn moeder woont. De ouders zijn het erover eens dat de huidige situatie meebrengt, dat er een school voor [minderjarige] in een andere plaats gevonden moet worden. De moeder wenst dat [minderjarige] wordt ingeschreven op een school in [plaats 1]. De vader wil graag dat [minderjarige] naar school gaat in [plaats 2], waarmee, zo stelt de vader, samenhangt dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en zijn inschrijving in het BRP gewijzigd zullen worden naar (het adres van) de vader.
De ouders zijn het met elkaar eens dat de scholen die zij over en weer aandragen geschikt zijn voor [minderjarige]. Beide scholen zijn van vergelijkbaar type, behalen goede resultaten en liggen dichtbij de woningen van de ouders in kindvriendelijke buurten. De vader voert aan dat de omgeving van [plaats 2] voor [minderjarige] al vertrouwd is en hij daar al een sociaal leven heeft opgebouwd en in [plaats 1] niet. Volgens de vader moet worden voorkomen dat [minderjarige] te veel veranderingen voor zijn kiezen krijgt.
De rechtbank volgt de vader daarin niet. Niet in geschil is dat de ouders – onafhankelijk van waar [minderjarige] naar school zal gaan – een zorgregeling willen afspreken waarbij [minderjarige] ongeveer evenveel tijd bij beide ouders zal zijn. Dit houdt in dat [minderjarige] ongeveer de helft van de tijd in [plaats 1] zal wonen en de andere helft van de tijd in [plaats 2]. Zoals ook op de zitting is besproken, brengt dit mee dat een wezenlijk deel van het (sociale) leven van [minderjarige] óók in [plaats 1] zal zijn en hij aldaar een (sociaal) leven zal moeten opbouwen. Dit staat los van de vraag waar [minderjarige] naar school gaat. Met andere woorden, [minderjarige] zal in alle gevallen moeten wennen aan een nieuwe school en aan een nieuwe woonomgeving.
De ouders hebben eind vorig jaar samen de afspraak gemaakt dat [minderjarige] zou worden ingeschreven op een basisschool in [plaats 3]. Ten tijde van deze afspraak lagen de ouders in scheiding en was de vader al terugverhuisd naar [plaats 2]. De vader heeft destijds ingestemd met de keuze voor een basisschool in [plaats 3], met als gevolg dat hij heen en weer van [plaats 2] naar [plaats 3] zou moeten rijden om [minderjarige] naar en van school in [plaats 3] te brengen. Dit was een afspraak die voor de vader in de praktijk uitvoerbaar was en dus voor hem acceptabel was. De moeder heeft vervolgens besloten dat zij met [minderjarige] bij haar nieuwe partner in [plaats 1] wil gaan wonen. Ook hier heeft de vader geen punt van gemaakt. Tussen de ouders is niet in geschil dat de afstand [plaats 2] – [plaats 3] en [plaats 2] – [plaats 1] geen wezenlijk verschil maakt. De rechtbank ziet daarom voor de vader geen (praktisch) verschil tussen een school in [plaats 3] of in [plaats 1]. De vader is aanmerkelijk flexibeler met zijn werk en is in staat om [minderjarige] op de dagen dat [minderjarige] bij de vader is, te brengen naar en te halen van school in [plaats 1]. Daarentegen brengt een school in [plaats 2] voor de moeder juist allerlei praktische problemen met zich in verband met haar werk en haar nieuwe gezinssituatie omdat in zij in dat geval telkens heen en weer zou moeten rijden tussen [plaats 2] en [plaats 1]. De rechtbank acht het daarom in het belang van [minderjarige] om aan te sluiten bij de afspraak die partijen ongeveer een jaar geleden zelf hebben gemaakt.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de [schoolnaam 1] te [plaats 1], zal toewijzen.
De vader heeft op de zitting naar voren gebracht dat als zijn verzoek om [minderjarige] in te schrijven op [schoolnaam 2] in [plaats 2] wordt afgewezen, het niet meer nodig is om [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader vast te stellen en te bepalen dat [minderjarige] op zijn adres wordt ingeschreven. Aangezien de rechtbank het verzoek voor vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op [schoolnaam 2] in [plaats 2] zal afwijzen, zal de rechtbank ook de overige verzoeken van de vader afwijzen.
Vervangende toestemming inschrijving BSO
De moeder wenst [minderjarige] in te schrijven op een BSO, omdat zij op die manier [minderjarige] zijn sociale ontwikkeling wil stimuleren. [minderjarige] is erg verlegen en het zou goed voor hem zijn om de mogelijkheid te krijgen om meer met leeftijdgenootjes in contact te komen. Daarnaast wil de moeder met naschoolse opvang niet afhankelijk zijn van de moeder van de vader, de oma van [minderjarige].
De vader is het er niet mee eens om [minderjarige] in te schrijven op een BSO. [minderjarige] is een kwetsbare jongen en het afgelopen jaar verliep de peuterspeelzaal voor hem al moeizaam. De drukte die een BSO met zich brengt, in combinatie met een nieuwe school en toekomstige andere buitenschoolse activiteiten, is op dit moment teveel gevraagd van [minderjarige]. Daarnaast is de BSO ook niet nodig, omdat de oma van [minderjarige] altijd beschikbaar is om op te passen.
De Raad heeft op de zitting advies uitgebracht. Volgens de Raad is het belangrijk dat [minderjarige] de mogelijkheid krijgt om de dingen uit te proberen, ook dingen die hij moeilijk vindt, zoals in zijn geval het contact zoeken met voor hem nog onbekende kinderen. Juist het vermijden van sociale situaties houdt zijn angst hiervoor in stand. Een BSO biedt [minderjarige] de kans om dingen uit te proberen en om buiten zijn comfortzone te treden en nieuwe vriendjes te maken. Uiteindelijk zullen de ouders moeten samenwerken om [minderjarige] hierin te begeleiden, zodat hij zich kan ontwikkelen op een tempo dat bij hem past.
De rechtbank overweegt als volgt. Beide ouders zien [minderjarige] zijn kwetsbaarheid en maken zich daar zorgen over. Zij verschillen echter van mening over de manier waarop zij het beste met die kwetsbaarheid moeten omgaan. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] meer in contact komt met andere, voor hem onbekende, kinderen. De vader voorziet juist forse problemen als [minderjarige] naar een BSO moet. Ook ten aanzien van de opvang van [minderjarige] na school moet een keuze worden gemaakt die ten eerste past bij [minderjarige] en ten tweede zoveel mogelijk tegemoet komt aan de behoefte aan opvang van de ouders. Gelet op het advies van de Raad ziet de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat een BSO te veel vraagt van [minderjarige]. Ook ten aanzien van de BSO geldt, net als de nieuwe school en het wonen in [plaats 1], dat [minderjarige] hieraan zal moeten wennen. Het is goed voorstelbaar dat dit best moeilijk kan zijn en dat dit met vallen en opstaan zal gaan. Maar, zoals ook door de Raad is aangegeven, is dat ook juist goed voor kinderen. Plaatsing van [minderjarige] op een BSO zal uitdagingen bieden maar het is aan de ouders om goed in de gaten te houden of het tempo waarin [minderjarige] aan veranderingen wordt blootgesteld, bij hem past. Dat kan dus ook betekenen dat het in de praktijk toch zo blijkt te zijn dat op dit moment voor [minderjarige] wel te veel is om naar de BSO te gaan. De rechtbank neemt bij haar beslissing ook in aanmerking dat de moeder heeft aangegeven dat de BSO in het begin niet direct nodig zal zijn, omdat zij voorlopig opvang voor [minderjarige] kan regelen binnen haar eigen netwerk op de dagen dat zij de zorg over [minderjarige] heeft. Op de dagen dat [minderjarige] bij de vader is, is BSO niet aan de orde omdat dan zijn oma voor de opvang kan zorgen. De rechtbank benadrukt dat de vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op [naam BSO] geen vrijbrief is om [minderjarige] zomaar zonder meer vijf dagen per week naar de BSO te laten gaan. De BSO en opvang door de oma kunnen naast elkaar bestaan. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat de ouders hierover samen in het belang van [minderjarige] verstandige keuzes zullen maken door bijvoorbeeld de BSO langzaam op te bouwen of toch een alternatieve oplossing vinden als in de praktijk blijkt dat het voor [minderjarige] toch te veel is.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen, om [minderjarige] in te schrijven op de [naam BSO], locatie [locatie], toewijzen
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren, in die zin dat beide ouders de eigen proceskosten dragen.
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de [schoolnaam 1] te [plaats 1];
*
verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de [naam BSO], locatie [locatie];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.