Omgang
Beschikking op het op 8 december 2023 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van 15 januari 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het bericht van 22 juli 2025 van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 24 oktober 2025 van de zijde van de moeder.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Op 29 oktober 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
In de beschikking van 15 januari 2025 is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aangehouden, zodat de vader in deze periode de ruimte krijgt om verder te werken aan zijn behandeling en hierover aan de moeder informatie te verschaffen.
De vader heeft de gelegenheid gehad om zich uit te laten over de huidige stand van zaken, maar heeft hierover niets (inhoudelijks) van zichzelf laten horen. Het is de rechtbank dan ook onbekend of de vader, zoals in de vorige beschikking opgelegd, aan zichzelf heeft gewerkt en hoe het op dit moment met hem gaat.
Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat er zowel tussen de ouders onderling als tussen de vader en de kinderen geen contact is. De moeder stelt dat zij na de vorige zitting drie keer heeft geprobeerd een omgangsmoment tussen de vader en de kinderen te faciliteren, maar dat de vader telkens niet is verschenen. De kinderen waren hier erg verdrietig en teleurgesteld over.
Gezien het feit dat de vader niet is verschenen op de zitting en hij de door de moeder voorgestelde omgangsmomenten niet heeft nagekomen, is de rechtbank van oordeel dat de vader kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat is tot omgang met de kinderen. Daarom zal de rechtbank de vader de omgang met de kinderen ontzeggen op grond van artikel 1:377a, derde lid, sub b BW.
Beslissing
De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van 15 januari 2025 van deze rechtbank – :
*
ontzegt de vader, [de vader] , het recht op omgang met de volgende minderjarigen:
voor de duur van één jaar;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2025.